Wetsvoorstellen voor 2017

feb 13
SPEN/CION Gecertificeerd

Printen?
Download hieronder het pdf bestand.

Download PDF

Pensioenwetsvoorstellen 2017 en stand van zaken herziening pensioenstelsel UPDATE
Pensioenwetgeving is vrijwel continue aan verandering onderhevig. In dit nieuwsbericht gaan we in op de wetsvoorstellen op pensioengebied die op dit moment in behandeling zijn bij de Eerste en Tweede Kamer en geven we een beknopte toelichting van het wetsvoorstel.

De onderstaande pensioenwetsvoorstellen zijn op dit moment in behandeling:

A. Verzamelwet pensioenen 2017
B. Fundamentele herziening waardeoverdracht pensioenen
C. (Automatische) waardeoverdracht (hele) kleine pensioenen
D. Pensioen in eigen beheer
E. Overige fiscale pensioenmaatregelen
F. Wet flexibilisering ingangsdatum AOW
G. Tot slot geven we de stand van zaken in verband met de herziening van het pensioenstelsel weer.

A. Verzamelwet pensioenen 2017
Wij hebben de wijzigingen van de Verzamelwet pensioenen 2017 met trackchanges aangegeven in de Pensioenwet. Klik hier voor het document. 

De Verzamelwet pensioenen 2017 beoogt een verbetering van de pensioenwetgeving.

De beoogde inwerkingtredingsdatum van de Verzamelwet pensioenen 2017 is 1 juli 2017.

Om een goede behandeling van verzamelwetgeving te bevorderen moet volgens de memorie van toelichting bij de verzamelwet rekening worden gehouden met drie criteria: (1) samenhang, (2) geen omvangrijke en complexe onderdelen en (3) geen politiek omstreden inhoud.

De samenhang in deze verzamelwet is uiteraard pensioen. Alle wijzigingen beogen een verbetering van de pensioenwetgeving.

Ten aanzien van de onderstaande onderwerpen zijn wijzigingen opgenomen:

  1. Uitvoeringsreglement gesloten fondsen en het algemeen pensioenfonds
    In het belang van de deelnemers in een gesloten fonds, acht de regering het wenselijk onderbrenging van de beëindigde pensioenregeling bij een algemeen pensioenfonds altijd mogelijk te maken.
  1. Elektronische informatieverstrekking
    Pensioenuitvoerders moeten deelnemers vooraf schriftelijk informeren als de pensioenuitvoerder voornemens is om in de toekomst elektronisch informatie te verstrekken aan de deelnemers. De Verzamelwet maakt het mogelijk dat pensioenuitvoerders dit voornemen ook elektronisch kenbaar mogen maken bij de deelnemer.
  1. Periodieke vaste stijging variabele pensioenuitkering
    Er wordt verduidelijkt dat een periodieke vaste stijging van de pensioenuitkering mogelijk is bij een variabele pensioenuitkering. Volgens de memorie van toelichting heeft een periodieke vaste stijging van de pensioenuitkering een meerwaarde voor deelnemers die veel belang hechten aan koopkrachtbehoud.
  1. Uitbreiden spreidingstermijn bij de variabele uitkering van 5 naar 10 jaar
    In geval van een variabele pensioenuitkering wordt voorgesteld om de maximale spreidingstermijn van mee- en tegenvallers te verlengen van vijf naar tien jaar. Pensioenuitvoerders behouden overigens de mogelijkheid voor een spreidingstermijn die korter is dan tien jaar.
  1. Voorwaardelijkheidsverklaring
    De Pensioenwet bepaalt dat een toeslagbepaling alleen voorwaardelijk is als er een voorwaardelijkheidsverklaring is vastgesteld. In de Verzamelwet is verduidelijkt dat deze voorwaardelijkheidsverklaring alleen op die documenten hoeft te staan, waar de voorwaardelijkheidsverklaring relevant is voor de deelnemer.
  1. Raad van toezicht ondernemingspensioenfondsen
    Voor ondernemingspensioenfondsen met een belegd vermogen van meer dan 1 miljard euro wordt het instellen van een raad van toezicht als intern toezichthoudend orgaan verplicht. Deze ondernemingspensioenfondsen mogen geen gebruik meer maken van het intern toezicht door een visitatiecommissie.
  1. Verduidelijken aantal meetmomenten beleidsdekkingsgraad
    Voor pensioenfondsen van wie de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf opeenvolgende jaren onder het minimaal vereist eigen vermogen ligt, geldt op basis van artikel 140 van de Pensioenwet een extra herstelmaatregel. De Verzamelwet maakt duidelijk dat de extra herstelmaatregel moet worden ingezet als de beleidsdekkingsgraad vanaf (en met inbegrip van) dit startpunt zes maal jaarlijks opeenvolgend onder het minimaal vereist eigen vermogen ligt. Met deze zes meetmomenten is er sprake van een meting over een tussenliggende periode van vijf jaar, zoals beoogd werd bij de invoering van het financieel toetsingskader per 1 januari 2015.
  1. Overgangsrecht website verplichting
    In artikel 46a van de Pensioenwet is per 1 juli 2016 een verplichting opgenomen ten aanzien van informatie die op de website van een pensioenuitvoerder te vinden moet zijn. In de Verzamelwet is voorgesteld om de websiteverplichting niet te laten gelden voor informatie van vóór 1 juli 2016, omdat dit tot te veel administratieve lasten zou leiden bij de pensioenuitvoerders. De informatie moet wel op verzoek beschikbaar zijn voor belanghebbenden.
  1. Bevoegdheid tot waardeoverdracht bij ‘herkansing’
    Vanaf 1 januari 2017 zullen verzekeraars ook de mensen die in de periode van 1 januari 2014 tot 8 juli 2015 een vast en levenslang pensioen hebben ingekocht en toen geen gebruik hebben gemaakt van de ‘pensioenknip’ een alternatief bieden in de vorm van een variabele pensioenuitkering.
  1. Procedure wijziging beroepspensioenregeling
    De regering vindt het belangrijk dat een wijziging van de beroepspensioenregeling ook kenbaar is voor deelnemers die geen lid zijn van de beroepspensioenvereniging. Een wijziging van de beroepspensioenregeling kan immers invloed hebben op alle beroepsgenoten. Met de voorgestelde aanpassing van artikel 10 Wet verplichte beroepspensioenregeling blijft gewaarborgd dat deelnemers aan de beroepspensioenregeling kennis kunnen nemen van de wijziging van de pensioenregeling.
  1. Beroepsrecht verantwoordingsorgaan beroepspensioenfondsen
    Het verschil in rechten van het verantwoordingsorgaan van een bedrijfstakpensioenfonds ten opzicht van het verantwoordingsorgaan van een beroepspensioenfonds wordt in de Verzamelwet ongedaan gemaakt.

B. Fundamentele herziening waardeoverdracht pensioenen
Het kabinet doet onderzoek naar een fundamentele herziening van het systeem van waardeoverdracht. Klijnsma heeft op 22 december 2015 aangegeven dat zij in het eerste kwartaal van 2016 met de structurele herziening van het onderwerp “waardeoverdracht” komt. Tot op heden is er geen voorstel gekomen voor een fundamentele herziening van het stelsel van waardeoverdracht, alleen voor de waardeoverdracht van kleine pensioenen. De verwachting is dat deze herziening wordt meegenomen in de toekomstdiscussie van het pensioenstelsel. Wel is er besloten hoe om te gaan met de negatieve rente bij waardeoverdracht. Meer weten over waardeoverdracht? Lees dan ons nieuwsbericht van 8 februari 2017.

C. (Automatische) waardeoverdracht (hele) kleine pensioenen
Klijnsma vindt het van belang dat kleine pensioenaanspraken hun pensioenbestemming behouden. Op 14 april 2016 is er een wetsvoorstel aangekondigd. Dit wetsvoorstel biedt pensioenuitvoerders de mogelijkheid om hun administratieve lasten met betrekking tot kleine pensioenen te verminderen.

Op 22 november 2016 is er een brief gestuurd waarin de hoofdlijnen van het wetsvoorstel zijn neergezet.

De hoofdlijnen van het wetsvoorstel:

  • Voor alle pensioenuitvoerders vervalt het huidige recht om nieuwe kleine pensioenen vóór de pensioendatum af te kopen. In plaats daarvan komt het recht om nieuwekleine pensioenen van gewezen deelnemers automatisch over te dragen naar hun nieuwe pensioenuitvoerder
  • Pensioenuitvoerders mogen op vrijwillige basis ook bestaandekleine pensioenen overdragen
  • Pensioenuitvoerders moeten inkomende waardeoverdrachten van kleine pensioenen accepteren
  • Met dit wetsvoorstel vindt de waardeoverdracht van kleine pensioenen plaats zonder tussenkomst van de gewezen deelnemer. Daarom krijgt het Pensioenregister een centrale rol als gegevens- uitwisselaar tussen pensioenuitvoerders
  • Bij heel kleine pensioenen bestaat een wanverhouding tussen de administratiekosten van pensioenuitvoerders en het belang van de gewezen deelnemer bij de kleine pensioenaanspraak. Deze pensioenen mogen simpel worden afgewikkeld. Dit houdt in dat pensioenen onder een bepaald grensbedrag komen te vervallen
  • De huidige opschortende werking bij onderdekking geldt niet voor de automatische waardeoverdracht van kleine pensioenen

D. Pensioen in eigen beheer
Dit wetsvoorstel strekt tot de uitfasering van het pensioen in eigen beheer voor de directeur-grootaandeelhouder. Het wetsvoorstel maakt deel uit van het pakket Belastingplan 2017.

Op 17 november 2016 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale maatregelen (nummer 34.555). Op 20 december 2016 heeft Eric Wiebes aan de Eerste Kamer om uitstel van de stemming over het wetsvoorstel omdat hij nog een novelle wilde indienen om een fiscaaltechnische kwestie op te lossen.

De novelle is op 23 januari 2017 verschenen (nummer 34.662). De kern van het wetsvoorstel blijft gelijk, maar er zijn wel een aantal aanpassingen. Er wordt een (voorwaardelijke) mogelijkheid tot aftrek van de lasten van de toekomstige indexatie van de pensioenaanspraken of van de pensioenuitkeringen voorgesteld. De Tweede Kamer zal naar verwachting deze novelle op 9 februari 2017 behandelen, waarna de Eerste Kamer dit op 7 maart 2017 zal doen.

Er zijn drie mogelijkheden die de DGA heeft met zijn opgebouwde pensioen in eigen beheer:

  • Behoud eigen beheer: Een mogelijkheid van opbouw van een pensioen in eigen beheer wordt afgeschaft
  • Afkoop: Het doel is om de uitfasering zo spoedig mogelijk te laten verlopen, daarom stelt Wiebes een staffel voor waarbij in 2017 een korting van 34,5% op de grondslag geldt, in 2018 een korting van 25% en in 2019 een korting van 19,5%
  • Oudedagsvoorziening: Het is nadrukkelijk niet de bedoeling van Wiebes dat met de beëindiging van het pensioen in eigen beheer DGA’s gedwongen worden om een oudedagsvoorziening te realiseren bij een externe verzekeraar

 E. Overige fiscale pensioenmaatregelen
Naast de onder ‘D’ vermelde veranderingen in eigen beheer, zijn er nog een aantal andere wijzigingen, zogenaamde overige fiscale pensioenmaatregelen. Deze dragen bij aan het vereenvoudigen van de toepassing van de belastingwetgeving en beogen de administratieve lasten te verminderen of te voorkomen. Het gaat hierbij om maatregelen met betrekking tot:

  • Pensioenuitkeringen die ingaan per de eerste dag van de maand; deze uitkeringen worden niet meer als fiscaal bovenmatig gezien
  • De afschaffing van de 100%-grens voor ouderdomspensioen en daarvan afgeleide grenzen voor partnerpensioen en wezenpensioen
  • De afschaffing van het doorwerkvereiste
  • De omvang van het nabestaandenoverbruggingspensioen voor halfwezen
  • De toevoeging van beleggingsondernemingen als toegelaten aanbieder voor lijfrenteproducten.

 F. Wet flexibilisering ingangsdatum AOW (34.414)
Het Tweede Kamerlid Klein heeft op 19 februari 2016 een initiatiefwetsvoorstel ingediend dat ertoe moet leiden dat de ingangsdatum van de AOW flexibel wordt. Het initiatiefwetsvoorstel maakt het mogelijk om het AOW-ouderdomspensioen geheel of gedeeltelijk maximaal vijf jaar eerder of later te laten ingaan. Als een belanghebbende daarvoor kiest, dan wordt de hoogte van de pensioenuitkering voor de totale duur verhoogd respectievelijk verlaagd. Als het AOW-ouderdomspensioen eerder dan de pensioengerechtigde leeftijd ingaat, dan betaalt de uitkeringsgerechtigde tot het bereiken van de AOW-spilleeftijd AOW-premie over de AOW-uitkering. Het initiatiefwetsvoorstel regelt dat hij hiervoor wordt gecompenseerd. Van deze regeling mag de uitkeringsgerechtigde alleen gebruikmaken als hij over een structureel inkomen beschikt dat – tezamen met de AOW-uitkering – hoger is dan de bijstandsnorm.

De Afdeling advisering vraagt aandacht voor het effect van de voorgestelde wijzigingen op het karakter en de kernelementen van de AOW. De Afdeling advisering van de Raad van State heeft de initiatiefnemer geadviseerd om het initiatiefwetsvoorstel te heroverwegen. Op 7 juni 2016 is een gewijzigde versie van het wetsvoorstel ingediend naar aanleiding van een advies van de Raad van State. Op 16 september 2016 is er een nota naar aanleiding van het verslag en een nota van wijziging verschenen en op 16 november 2016 is het wetsvoorstel plenair behandeld in de Tweede Kamer.

Op 3 februari 2017 heeft Kamerlid Klein een tweede nota van wijziging op het wetsvoorstel ingediend. Hierin is opgenomen dat de AOW-leeftijd maximaal twee jaar eerder kan worden aangevraagd in plaats van vijf jaar ten opzichte van de spilleeftijd. Daarnaast is in de nota van wijziging opgenomen dat de mogelijkheid om de AOW geheel of gedeeltelijk eerder te laten ingaan dan de pensioengerechtigde AOW-leeftijd gefaseerd per geboortecohort wordt ingevoerd.

G. Tot slot, herziening pensioenstelsel (nog geen wetsvoorstel)
Het kabinet vindt dat alle werkenden een toereikend pensioen moeten kunnen opbouwen. Daarnaast moeten mensen beter zicht krijgen op hun eigen persoonlijke pensioenopbouw, op basis van solidariteit, collectieve risicodeling en heldere afspraken daarover. De huidige doorsneesystematiek wordt afgebouwd. Dat zijn de drie belangrijke pijlers van de Hoofdlijnennota die staatssecretaris Klijnsma namens het kabinet op 6 juli 2015 presenteerde over de toekomst van het Nederlandse pensioenstelsel.

In deze hoofdlijnnota heeft de staatssecretaris Klijnsma aangekondigd in het najaar van 2015 namens het kabinet een werkprogramma aan de Tweede Kamer te willen sturen, waarin ik uiteenzet welke stappen het kabinet de aankomende tijd gaat nemen.

Staatssecretaris Klijnsma heeft op 18 december 2015 de beloofde brief aan de Tweede Kamer gestuurd over het werkprogramma voor de herziening van het pensioenstelsel. Dit werkprogramma laat zien welke vraagstukken en oplossingsrichtingen de komende maanden zullen worden onderzocht en uitgewerkt. En wat dat gaat opleveren voor de uitwerkingsnota die het kabinet voor de zomer van 2016 aan de Tweede Kamer zal sturen.

Het door Klijnsma uitgewerkte werkprogramma per hoofdlijn ziet er als volgt uit:

  • Hoofdlijn 1: Gedifferentieerde aanpak: een toereikend pensioen voor alle werkenden
  • Hoofdlijn 2: Overgang naar een actuarieel correctere systematiek van pensioenopbouw
  • Hoofdlijn 3: Naar een transparanter en eenvoudiger pensioen
  • Hoofdlijn 4: Meer ruimte voor maatwerk en keuzemogelijkheden

Op 30 maart 2016 heeft Klijnsma in de Tweede Kamer aangegeven dat de fundamentele hervorming van het pensioenstelsel aan een volgende regering na de verkiezingen in maart 2017 is. Klijnsma gaf verder aan in mei 2016 de uitwerking van varianten voor een nieuw pensioenstelsel te geven, met aandacht voor de positie van zzp’ers, arbeidsongeschikten en nabestaanden.

Op 8 juli 2016 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Perspectiefnota Toekomst Pensioenstelsel aan de Tweede Kamer gestuurd. Eerder, op 20 mei 2016, heeft de SER de Verkenning persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling gepubliceerd, met daarin de verkenning van een nieuw type pensioenovereenkomst: een contract op basis van persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling.

In de Perspectiefnota zijn de hoofdlijnen verder ingevuld, wordt het SER-advies betrokken en schetst het kabinet het perspectief van een nieuw pensioenstelsel. Het kabinet wil een pensioenstelsel dat beter in balans is met de arbeidsmarkt met een nieuwe pensioenovereenkomst die beter past bij persoonlijke voorkeuren en omstandigheden van werknemers. Bovendien wil het kabinet af van de huidige herverdeling door het afschaffen van de doorsneesystematiek. Zij denkt hierbij aan een transitieperiode van 25 jaar.

Het kabinet wil nieuwe pensioenovereenkomsten met risicodeling mogelijk maken, die realistische verwachtingen scheppen, transparanter en begrijpelijker zijn.

In Pensioen & Praktijk van september 2016 hebben wij een artikel geschreven over Perspectiefnota Toekomst Pensioenstelsel van het kabinet en de Verkenning persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling van de SER. Dit artikel kun je hier lezen.

Disclaimer
Swalef streeft er naar de informatie correct en actueel te verstrekken. Aan de informatie die is verstrekt kunnen echter geen rechten worden ontleend.
Swalef aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud en de informatie in dit nieuwsbericht.

Swalef pensioenjuristen en academie

Geschreven door

Swalef pensioenjuristen en academie | Ons bevlogen team van pensioenjuristen adviseert jou graag over pensioenjuridische kwesties. Vanuit de Academie verzorgen verschillende onafhankelijke docenten die opereren in de top van hun vakgebied, gecertificeerde pensioenopleidingen.