Wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen

dec 28
werkwijze swalef woerden

Printen?
Download hieronder het pdf bestand.

Download PDF

Dit nieuwsbericht behandelt het Wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen, waarin ook bepalingen in verband met (interne) collectieve waardeoverdracht worden gewijzigd.

Wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen (wetsvoorstelnummer 34.765)

Inleiding
Op 12 december 2017 heeft de Eerste Kamer het Wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen aangenomen. De wet zal de Pensioenwet, het Besluit uitvoering Pensioenwet en enige andere regelingen inzake waardeoverdracht wijzigen.

Eerder, op 21 november 2017, heeft de Tweede Kamer met een ruime meerderheid dit wetsvoorstel aangenomen, nadat het op 29 augustus 2017 bij de Tweede Kamer werd ingediend.

De wijzigingen in beeld door middel van trackchanges
Naast dit nieuwsbericht hebben wij een track-changes versie van de wijziging van de Pensioenwet en de wijziging van het Besluit uitvoering Pensioenwet met het Wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen gemaakt.

Samengevat
De wet maakt een automatische waardeoverdracht mogelijk van een opgebouwd klein pensioen naar een nieuwe pensioenuitvoerder. Zo kunnen kleine pensioenaanspraken gebundeld worden tot een pensioen van aanzienlijker omvang.

Het eenzijdig afkopen van een klein pensioen door een pensioenuitvoerder zal worden afgeschaft. Is er instemming of is er geen bezwaar van een pensioengerechtigde, dan blijft het recht op afkoop op de pensioendatum behouden. Daarnaast zal het wetsvoorstel een wettelijke basis mogelijk maken om pensioenregelingen te harmoniseren naar één fiscale pensioenrichtleeftijd. Het belang van de deelnemer staat bij dit wetsvoorstel voorop.

In dit nieuwsbericht zullen wij ingaan op bovenstaand wetsvoorstel alsmede het doel daarvan. Daarbij gaan we eerst in op het vervallen van hele kleine pensioenen, vervolgens op de vervanging van de afkoop klein pensioen door automatische waardeoverdracht en afsluitend gaan we in op de harmonisatie van één fiscale pensioenrichtleeftijd door middel van collectieve waardeoverdracht.

In de afbeelding hieronder, afkomstig van SZW, is de werking van automatische waardeoverdracht kort uitgelegd.

Bron: SZW

I. Vervallen hele kleine pensioenen (artikel 55 lid 6 Pensioenwet)
Het wetsvoorstel maakt onderscheid tussen de regeling voor klein pensioen en voor heel klein pensioen. Hele kleine pensioenen (neerkomend op €2,- per jaar of € 0,17 bruto per maand) zullen komen te vervallen. De administratieve kosten hiervoor staan volgens de wetgever namelijk niet in verhouding tot het belang van de deelnemer om deze hele kleine pensioenen te ontvangen.

II. Afkoop klein pensioen maakt plaats voor automatische waardeoverdracht

Definitie kleine pensioenen
Het wetsvoorstel definieert kleine pensioenen als: pensioenaanspraken die leiden tot een uitkering vanaf de pensioendatum van minder dan bruto €467,89 per jaar. Dit is de afkoopgrens in 2017 en is gerelateerd aan uitvoeringskosten, dit bedrag wordt jaarlijks berekend. In 2018 wordt dit bedrag €474,11 per jaar.

Huidige situatie
Volgens de huidige wetgeving kan de deelnemer na het einde van zijn dienstverband binnen twee jaar waardeoverdracht aanvragen van zijn oude pensioenregeling naar zijn nieuwe pensioenregeling. Indien een deelnemer daar niet voor kiest en er sprake is van een klein pensioen, dan mag de pensioenuitvoerder, na die twee jaar, deze aanspraak afkopen, waarbij geen instemming van de deelnemer nodig is.

Afkoop in het wetsvoorstel
Deze afkoopmogelijkheid is nu gewijzigd. Voor kleine pensioenen vervalt straks het recht van pensioenuitvoerders om zonder instemming kleine pensioenen af te kopen.

Voor kleine (ouderdoms)pensioenen regelt het wetsvoorstel dat het recht op eenzijdige afkoop van deze kleine pensioenen door de pensioenuitvoerder wordt vervangen door het recht op automatische waardeoverdracht.

Pensioenuitvoerders kunnen dan kleine pensioenen bij elkaar optellen in plaats van deze uit te keren. Zo bouwen mensen, vooral tijdelijke krachten, meer op en blijft de pensioenbestemming van het geld bestaan. Volgens het wetsvoorstel worden in het beoogde nieuwe systeem de kleine pensioenen overgedragen aan een pensioenuitvoerder wanneer een werknemer ergens anders gaat werken.

Dit zou (hoge administratieve) kosten kunnen besparen en uiteindelijk zorgen voor meer pensioen. Een pensioenuitvoerder moet daarbij elk jaar controleren of het kleine pensioen aan een nieuwe pensioenuitvoerder kan worden overgedragen.

Overdrachtswaarde en afkoopwaarde
De overdrachtswaarde is de waarde van het opgebouwde pensioen dat daadwerkelijk door de pensioenuitvoerder van de oude werkgever wordt overgedragen naar de pensioenuitvoerder van de nieuwe werkgever. De overdrachtswaarde kan verschillen van de afkoopwaarde. De afkoopwaarde van een pensioen is de contante waarde van de opgebouwde pensioenaanspraken.

De berekening voor de overdrachtswaarde vindt plaats conform het standaardtarief en op basis van actuariële gelijkwaardigheid. De datum waarop de overdragende pensioenuitvoerder de overdrachtswaarde aan de ontvangende pensioenuitvoerder betaalt wordt als overdrachtsdatum aangehouden.

Beperkte effecten achterblijvende deelnemers
Uit de nota naar aanleiding van het verslag van 24 oktober 2017 blijkt dat de verwachting is dat er door dit wetsvoorstel van automatische waardeoverdracht zeer beperkte effecten zullen optreden voor de achterblijvende deelnemers. Er werden vragen gesteld door de leden van de fracties VVD, CDA en D66 over de gevolgen van waardeoverdracht van kleine pensioenen op de dekkingsgraad wanneer er sprake is van onderdekking bij pensioenfondsen. Het belang van de deelnemer staat bij dit wetsvoorstel voorop. Mocht het bestuur van een pensioenfonds tot het oordeel komen dat de belangen van de achterblijvende deelnemers geschaad worden door gebruik te maken van het recht op automatische waardeoverdracht, dan hebben zij de mogelijkheid daarvan af te zien.

Onderdekking
Op dit moment is een belangrijke beperkende factor bij waardeoverdracht de opschortende werking bij onderdekking van pensioenfondsen, de Pensioenwet bepaalt dat dit het geval is indien de beleidsdekkingsgraad lager is dan 100%. Vanwege de financiële positie van veel pensioenfondsen zijn momenteel veel waardeoverdrachten opgeschort.

Om waardeoverdracht van kleine pensioenen zo eenvoudig mogelijk te maken, worden deze beperkende factoren aangepakt. Daarom is bij waardeoverdracht van kleine pensioenen de opschortende werking door onderdekking van de overdragende of ontvangende pensioenuitvoerder niet van toepassing. De ontvangende pensioenuitvoerder kan zo’n waardeoverdracht niet tegenhouden. Volgens de staatssecretaris zullen de gevolgen voor hem gering zijn vanwege het relatief kleine bedrag. In de nota naar aanleiding van het verslag van 24 oktober 2017 staan mogelijke gevolgen van onderdekking tijdens automatische waardeoverdracht verder uitgewerkt.

Hoe gaat de automatische waardeoverdracht in zijn werk?
De wens van effectiviteit en kostenefficiëntie impliceert dat het systeem van waardeoverdracht van kleine pensioenen zo eenvoudig en automatisch mogelijk moet worden ingericht voor de deelnemer.

Zoals hierboven vermeld is het efficiënter om kleine pensioenen – zonder tussenkomst van de deelnemer- “automatisch” over te dragen naar de nieuwe pensioenuitvoerder waar de deelnemer actief opbouwt. Dit geldt voor zowel nieuwe als bestaande kleine pensioenaanspraken.

Dit houdt in dat met name het Pensioenregister een belangrijke functie gaat vervullen. Deze krijgt namelijk een extra taak als centrale gegevensuitwisselaar tussen pensioenuitvoerders. De overdragende pensioenuitvoerder krijgt de bevoegdheid om bij het pensioenregister te laten checken of de gewezen deelnemer bij een nieuwe pensioenuitvoerder pensioen opbouwt, en zo ja, welke pensioenuitvoerder dit is. De check bij het pensioenregister wordt zo eenvoudig en beperkt mogelijk ingericht, waardoor de inbreuk op de privacy minimaal is.

III. Collectieve waardeoverdracht naar verhoging fiscale pensioenrichtleeftijd

Pensioenrichtleeftijd
Met ditzelfde wetsvoorstel komt er ook een wettelijke basis die het mogelijk maakt pensioenregelingen te harmoniseren naar één fiscale pensioenrichtleeftijd. In 2014 is de pensioenrichtleeftijd verhoogd van 65 naar 67 jaar. De wetgeving die deze verhoging mogelijk maakte koppelt de verhoging van de pensioenrichtleeftijd aan de verhoging van de levensverwachting door middel van een formule (artikel 18a lid 11 Wet op de Loonbelasting 1964). Vanaf 1 januari 2018 wordt de pensioenrichtleeftijd verhoogd van 67 naar 68 jaar.

Eén pensioenregeling, verschillende pensioenaanspraken
Een gevolg hiervan is dat er binnen één pensioenregeling pensioenaanspraken ontstaan met verschillende pensioenrichtleeftijden. Om administratieve en communicatieve redenen is het wenselijk dat de pensioenaanspraken kunnen worden omgerekend naar één nieuwe pensioenaanspraak op basis van de gewijzigde pensioenrichtleeftijd. De mogelijkheid tot het omrekenen van pensioenaanspraken naar een nieuwe pensioenrichtleeftijd wordt vormgegeven door uitbreiding van de bestaande bevoegdheid van een pensioenuitvoerder tot (interne) collectieve waardeoverdracht.

Ook omrekening voor (verplichtgestelde) bedrijfstakpensioenfondsen
Volgens de huidige Pensioenwet is de pensioenuitvoerder alleen bevoegd tot een dergelijke collectieve waardeoverdracht op verzoek van de werkgever. Om deze omrekening ook mogelijk te maken voor (verplichtgestelde) bedrijfstakpensioenfondsen, wordt aan het eerste lid van art. 83 Pensioenwet toegevoegd dat het verzoek om collectieve waardeoverdracht ook kan worden gedaan door de partijen die de pensioenregeling zijn overeengekomen (sociale partners). Dit heeft als doel dat pensioenuitvoerders hun (administratieve) uitvoeringskosten kunnen beperken. Ook kunnen pensioenuitvoerders de communicatie aan deelnemers op deze manier eenvoudiger en helderder maken waardoor deelnemers beter in staat zijn om de eigen pensioensituatie zo goed mogelijk te beoordelen. Immers wordt er op deze manier maar één pensioenrichtleeftijd gecommuniceerd.

Voor de omzetting naar een hogere pensioenrichtleeftijd moeten collectief actuarieel gelijkwaardige en sekseneutrale factoren worden gehanteerd (huidig art. 83 lid 2, onderdeel b Pensioenwet). Het wetsvoorstel regelt daarbij dat er een mogelijkheid moet bestaan om de herrekende pensioenaanspraak weer te vervroegen naar de oorspronkelijke pensioenrichtleeftijd.

Individuele bezwaarmogelijkheid
Om de vereenvoudiging van de collectieve waardeoverdracht te kunnen realiseren is het nodig dat de individuele bezwaarmogelijkheid die bij reguliere collectieve waardeoverdrachten geldt, in dat geval komt te vervallen. Dit wordt geregeld in het vernieuwde derde lid van art. 83 Pensioenwet: de individuele bezwaarmogelijkheid vervalt als sprake is van een omrekening vanwege het toepassen van een andere pensioenrichtleeftijd in verband met een verhoging daarvan. Hieruit volgt dat het individuele bezwaarrecht wél van toepassing blijft indien er sprake is van een eerdere pensioenrichtleeftijd dan die in de wet bepaald (bijv. 66 jaar).

IV. Moties en amendementen

Amendementen
De aangenomen amendementen zijn de volgende:

  • Een “harde knip” tussen bestaande en nieuwe kleine pensioenen per 1 januari 2018 in plaats van per 1 januari 2017. Dit betekent dat het nieuwe systeem van waardeoverdracht van toepassing is indien de deelneming eindigt vanaf 1 januari 2018, dus een jaar voor het tijdstip van inwerkingtreding van het nieuwe systeem van waardeoverdracht.
  • Afkoop als terugvaloptie. Met dit amendement wordt geregeld dat een pensioenuitvoerder, na minimaal vijf pogingen tot automatische waardeoverdracht te hebben ondernemen in een periode van minimaal vijf jaar, als terugvaloptie het kleine pensioen mag afkopen. Dit omdat anders de administratieve lasten alsnog ten nadele zijn voor alle andere pensioendeelnemers van de pensioenuitvoerder.

Ingetrokken amendementen zijn:

  • Het amendement dat de mogelijkheid van tussentijdse afkoop behouden blijft indien waardeoverdracht niet lukt
  • Dat verschillende voorhangbepalingen in de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling worden geïntroduceerd.

Moties
Aangenomen is de motie over keuzemogelijkheden in het overdragen van pensioenaanspraken. Immers kan een pensioenaanspraak alleen overgedragen worden aan de huidige pensioenuitvoerder en niet aan een pensioenuitvoerder waar de pensioendeelnemer in het verleden pensioen heeft opgebouwd. Hierdoor kunnen pensioendeelnemers niet altijd de mogelijkheid kiezen die het beste aansluit bij hun persoonlijke situatie. Zo wordt de regering verzocht om belemmeringen voor keuzemogelijkheden in kaart te brengen.

V. Inwerkingtreding
Het wetsvoorstel zal niet per (zoals eerder beoogd) 1 januari 2018 in werking kunnen treden, de tussenliggende periode is hiervoor te kort. Het Koninklijk Besluit is nog niet gepubliceerd. Afhankelijk van het Koninklijk Besluit zal gedacht moeten worden aan 1 april 2018 of 1 juli 2018. Na 3 jaar zal de wet geëvalueerd worden.

Disclaimer
Swalef streeft er naar de informatie correct en actueel te verstrekken. Aan de informatie die is verstrekt kunnen echter geen rechten worden ontleend.
Swalef aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud en de informatie in dit nieuwsbericht.