Verslag n.a.v. bijeenkomsten bij Swalef over de Evaluatie Wvbp

apr 20
Permanente Educatie

Printen?
Download hieronder het pdf bestand.

Download PDF

Op 8 maart 2018 is de evaluatie van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen naar de Tweede Kamer gestuurd met een begeleidende brief van minister Koolmees.

Dit nieuwsbericht belicht de bijeenkomsten die hierover door en bij Swalef zijn georganiseerd op  29 maart en 3 april 2018.

Benieuwd naar het gehele evaluatierapport, klik dan hier.

Vooraf
Op 29 maart 2018 en dinsdag 3 april 2018, ontving Swalef ruim 40 relaties. Wij praatten hen bij over de evaluatie Wet versterking bestuur pensioenfondsen die wij in samenwerking met Regioplan hebben uitgevoerd.

In de afgelopen weken maar ook de komende weken zullen wij de verschillende onderdelen van het evaluatierapport uitlichten in een reeks nieuwsberichten:

  • Op 15 maart 2018 plaatsten wij een nieuwsbericht over de hoofdlijnen van de uitkomsten van het evaluatieonderzoek.
  • Op 29 maart 2018 plaatsten wij een nieuwsbericht dat deel I van het evaluatierapport belichtte: het gebruik van de bestuursmodellen.
  • Op 13 april 2018 plaatsten wij een nieuwsbericht dat deel II van het evaluatierapport belichte: ervaringen en invulling van bestuursmodellen.

‘Als je het precies wilt weten’
Aangezien het Boek van Swalef ‘Wet versterking bestuur pensioenfondsen’ uit 2015 de ondertitel ‘Als je het precies wilt weten’ draagt, wilden wij graag onze relaties op de hoogte brengen van de belangrijkste (knel)punten in de Wvbp. Dit in het kader van ons motto om samen te werken aan een hoger niveau.

Het evaluatie rapport werd, tijdens de ontbijtbijeenkomst op 29 maart 2018 en tijdens de middagbijeenkomst op 3 april 2018, besproken samen met de collega’s Bob van Waveren en Marije Kuin onderzoekers bij het onderzoeksbureau Regioplan, onze opdrachtgever Koosje Nijendijk, Senior beleidsmedewerker pensioenbeleid van het ministerie van Sociale Zaken en werkgelegenheid en Karel Boonzaaijer van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Bob van Waveren vertelden op 29 maart 2018, en Marije Kuin op 3 april 2018 de onderzoeksopzet, zoals dat in de evaluatie gebruik is gemaakt van de DNB jaarcijfers, verkennende gesprekken met experts binnen de pensioensector, webenquêtes die zijn afgenomen onder bestuur, het intern toezicht en het VO/BO en rondetafelgesprekken met diverse partijen. Ook vertelden zij dat de enquêtes een dermate respons hebben opgeleverd dat je daar echt conclusies aan kunt verbinden.

Vijf vragen stonden centraal in de evaluatie:
1. Wat is, cijfermatig, de stand van zaken?
2. Hoe worden de bestuursmodellen ingevuld
3. Hoe functioneert de pensioenfondsgovernance? Wat gaat goed/niet goed?
4. Worden de formele gestelde doelen gerealiseerd?
5. Welke aanbevelingen kunnen worden gedaan om de governance van pensioenfondsen beter te laten functioneren?

Met betrekking tot de bevindingen ten aanzien van de onderzoeksvragen is een aantal conclusies, knelpunten een aanbevelingen te noemen. Deze staan hieronder nader uitgewerkt.

Beschouwingen, resultaten en knelpunten
Diederik Kok behandelde de conclusies, resultaten en knelpunten volgend uit het evaluatierapport. Hieronder een zeer beknopt overzicht.

Bij de inwerkingtreding van de Wvbp in juli 2014 zijn verschillende bestuursmodellen ingevoerd en is de mogelijkheid ontstaan om te kiezen uit vijf bestuursmodellen. Het overgrote merendeel (89%) van de bij het onderzoek betrokken pensioenfondsen heeft (nog steeds) gekozen voor het paritaire model.

Alles bij elkaar genomen kan worden geconcludeerd dat de governance van pensioenfondsen in dit decennium behoorlijk in beweging is gekomen. Het onderzoek maakt duidelijk dat er ook zaken zijn die minder goed functioneren.

Een eerste uit het evaluatierapport gebleken knelpunt is de verdeling en stroomlijning van taken en organen. De vraag wie welke taken heeft, blijkt vaak overgenomen te zijn in de statuten, maar in de praktijk zit dit anders.

Het tweede knelpunt sluit hierop aan; de afstemming tussen het VO en de RvT. Betrokkenen stellen regelmatig dat door overlap in bevoegdheden de RvT en het VO in elkaars vaarwater dreigen te komen. Duidelijke afspraken maken zijn hiervoor essentieel.

Een derde punt is dat de adequate vertegenwoordiging van risicodragers nog aandacht vraagt. Echter blijkt uit het veld dat geschikte pensioengerechtigden moeilijk te vinden zijn door de benodigde deskundigheid en het handtekeningenvereiste.

Een vierde punt zijn de VTE-normen. Deze normen zijn voor iedereen hetzelfde, echter ervaart een deel van de bestuurders en intern toezichthouders de VTE-normering als te krap, terwijl een vergelijkbaar deel de VTE-normen juist te ruim vindt.

Een vijfde knelpunt is de hoge regeldruk.

En zesde knelpunt is de diversiteit binnen de pensioensector. Dit knelpunt krijgt al veel aandacht in de media en in de Tweede Kamer.

Verbinding met andere onderzoeken
Karel Boonzaaijer vertelde dinsdag 3 april 2018 over de samenhang tussen het evaluatierapport Wvbp en de andere evaluaties in de pensioensector, te weten de onderzoeken over de VITP Toezichtscode en de Code Pensioenfondsen. Uit deze onderzoeken bleek, net als naar voren kwam in de evaluatie Wvbp, dat de hoge regeldruk wordt gezien als een knelpunt in de sector. Ook de verdeling van taken tussen de raad van toezicht en het VO bleek herkend te worden. Wat betreft de diversiteit, wordt er veel van de uitgangspunten afgeweken. In veel jaarrapporten wordt het wel benoemd als er geen vrouw/bestuurder jonger dan 40 jaar in het bestuur zit. Echter wordt er in de meeste gevallen geen expliciete uitleg of reden aangegeven.

Reactie van SZW
Koosje Nijendijk gaf als reactie op het rapport aan dat het positief is dat pensioenfondsen aan het nadenken zijn over hun governance. Er zijn, zoals ook uit het evaluatierapport blijkt, wel knelpunten. Met name de knelpunten met betrekking tot het functioneren van het VO en diversiteit in pensioenfondsbesturen, verdienen nog aandacht. Koosje Nijendijk wilde vooral weten van de pensioensector ‘hoe nu verder?’ en kwam in dit kader met een aantal stellingen.

Stellingen en discussie
Het evaluatierapport en deze twee bijeenkomsten gaven aanleiding tot boeiende discussies over verschillende onderwerpen met betrekking tot governance. Zodoende werden er verschillende stellingen aangevoerd, hieronder volgt een samenvatting van de gevoerde discussie:

1.    Eens/Oneens: de rolverdeling van het VO is onduidelijk
Uit gegeven argumenten blijkt dat binnen het pensioenfonds met elkaar in gesprek gaan over de rol van het VO zou kunnen helpen. Wel is er in het VO een bepaalde kennis nodig, want om een oordeel te kunnen vellen over bestuurlijk handelen dient men wel te weten waar het over gaat.

2.    Eens/Oneens: wettelijke quota’s zijn echt nodig om de diversiteit te verbeteren
Uit deze stelling kwam naar voren dat de sector dit liever zelf zou willen regelen zodat er een groter draagvlak is. Alleen soms is het nodig om met een quotum de sector de juiste kant op te sturen. Uitgangspunt dient volgens sommigen wel te blijven: “de juiste mensen op de juiste plek”.

3.    Eens/Oneens: gewezen deelnemers moeten een plaats krijgen in het pensioenfondsbestuur
Uit deze discussie kwam naar voren dat geschikte gewezen deelnemers vaak moeilijk te vinden zijn. En dat bestuurders de taak hebben om ook de belangen van slapers af te wegen.

Al met al vonden wij het erg inspirerende bijeenkomsten en wij danken onze gasten voor hun dialogen en betrokkenheid!

Disclaimer
Swalef streeft er naar de informatie correct en actueel te verstrekken. Aan de informatie die is verstrekt kunnen echter geen rechten worden ontleend.
Swalef aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud en de informatie in dit nieuwsbericht.