Rechtspraak: Hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van artikel 23 Wet Bpf

apr 30

Printen?
Download hieronder het pdf bestand.

Download PDF bericht

Inleiding

De directrice van het failliete thuiszorgbureau Solace ATC uit Rijssen moet het Pensioenfonds Zorg en Welzijn ruim €700.000 betalen aan premieschuld. Inclusief rente gaat het om zo’n €900.000.

Rechtspraak

Dit vonnis sprak de kantonrechter in Almelo twee jaar geleden uit. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft dit op 20 april 2020 in hoger beroep bekrachtigd.

Thuiszorgbureau Solace ATC opgericht op 22 december 2008, was actief in de thuiszorg en was vanaf 1 januari 2010 op grond van de Wet verplichte deelneming in een Bedrijfstakpensioenfondsen 2000 (Wet Bpf) verplicht om deel te nemen aan het Pensioenfonds Zorg en Welzijn en daarvoor premie te betalen. Solace had in 2012 al een achterstand in de aanlevering van gegevens en betaling van premie aan het Pensioenfonds. In de jaren daarop volgend zijn er verscheidene dwangbevelen uitgevaardigd tegen Solace door het Pensioenfonds. Tegen deze bevelen is Solace in verzet gekomen. In juli 2016 ging het bureau failliet.

In deze zaak ging het om de vraag of de directrice van het failliete thuiszorgbureau als bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is voor de aan het Pensioenfonds verschuldigde bijdragen, die door Solace niet zijn voldaan. Het Pensioenfonds heeft de directrice daarvoor aansprakelijk gesteld en daarvoor een dwangbevel uitgevaardigd. De hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurder is geregeld in artikel 23 Wet Bpf.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in deze zaak bepaald dat er sprake is van hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van artikel 23 Wet Bpf voor de achterstallige pensioenpremies, rente en kosten. De kern van dit wetsartikel is dat de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is als de niet-betaling van de bijdragen het gevolg is van aan de bestuurder te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur. Deze hoofdelijke aansprakelijkheid geldt in de onderhavige zaak, omdat er niet op juiste wijze een melding is gemaakt van de betalingsonmacht. Het enkele feit dat het Pensioenfonds op de hoogte was van moeilijke financiële omstandigheden van de vennootschap ontslaat de bestuurder niet van de verplichting om melding te maken van betalingsonmacht. Het hof stelt dat de kennisgeving door Solace dat zij niet kon voldoen aan de voorgestelde betalingsregeling tot afbetaling van € 150.000 per maand evenmin als een melding van betalingsonmacht kan worden beschouwd. Ook acht het hof het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar om Solace aansprakelijk te houden voor het niet afdragen van de pensioenpremies. Hieruit volgt dat de directrice van het failliete thuiszorgbureau Solace ATC uit Rijssen het Pensioenfonds Zorg en Welzijn ruim €700.000 moet betalen aan premieschuld. Inclusief rente gaat het om zo’n €900.000.

 

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARL:2020:2146.

 

Disclaimer
Swalef streeft er naar de informatie correct en actueel te verstrekken. Aan de informatie die is verstrekt kunnen echter geen rechten worden ontleend.
Swalef aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud en de informatie in dit nieuwsbericht.