Pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP)

jun 05

Printen?
Download hieronder het pdf bestand.

Download PDF nieusbericht

Inleiding
De vergrijzing in Europa creëert uitdagingen, waaronder de uitdaging om te zorgen dat mensen genoeg geld opzij zetten voor een aangename oude dag. Eind juni 2017 kwam de Europese Unie met een voorstel voor een verordening inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct, oftewel een PEPP. Wij hebben daar eerder, op 2 maart 2018, een nieuwsbericht over geschreven.

Inmiddels is het bijna twee jaar na het oorspronkelijke voorstel en werd er op 4 april 2019 een Q&A van de Europese Commissie gepubliceerd over de PEPP-verordening. Ook in de beantwoording van vragen over de werkgroep Kapitaalmarktunie van 4 juni 2019 worden vragen beantwoordt over de huidige stand van zaken van de PEPP-verordening.

De vraag is: Hoe staat het nu met de PEPP-verordening en wat biedt het? Mede aan de hand van de Q&A van de Commissie hebben wij dit nieuwsbericht geschreven.

Achtergrond van PEPP
Momenteel functioneert de interne markt voor persoonlijke pensioenproducten niet soepel. In een aantal lidstaten is er nog geen markt voor persoonlijke pensioenproducten. In andere lidstaten zijn wel persoonlijke pensioenproducten beschikbaar. Echter is er in hoge mate sprake van fragmentatie tussen de nationale markten.

Het gevolg is dat persoonlijke pensioenproducten slechts in beperkte mate meeneembaar zijn. Dit kan het moeilijk maken voor natuurlijke personen om gebruik te maken van hun fundamentele vrijheden. Zo zouden zij gehinderd kunnen worden bij het aannemen van een baan of het met pensioen gaan in een andere lidstaat. Bovendien wordt de mogelijkheid voor aanbieders om de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten, belemmerd door het gebrek aan standaardisatie van bestaande persoonlijke pensioenproducten.

De Europese Commissie signaleert dat in de meeste Europese landen de markt voor persoonlijke pensioenen beperkt is. De Europese markt voor persoonlijke pensioenen is daarom gefragmenteerd en ongelijk. Zodoende is het noodzakelijk, aldus de overwegingen bij de PEPP-verordening, om Europese burgers een additionele optie te bieden om op lange termijn te sparen voor hun (persoonlijke) pensioen tegen lagere kosten. Uit onderzoek van de Commissie blijkt dat vandaag de dag spaart maar 27% van de 25 tot 29-jarigen in Europa spaart. Het Nederlandse pensioenstelsel is ingedeeld in drie pijlers: de eerste pijler is de AOW (de wettelijke sociale zekerheid), de tweede pijler bestaat uit pensioen dat opgebouwd wordt bij een werkgever en de derde pijler bestaat uit persoonlijke aanvullende pensioenvoorzieningen, indien bijvoorbeeld het pensioen in de eerste en tweede pijler tezamen, niet voldoet.

De witte vlek is de groep werknemers in dienst bij werkgevers die geen pensioenregeling aangeboden krijgen, tezamen met de werknemers die niet aan een pensioenregeling meedoen. Uit onderzoek van het CBS van 21 november 2018 blijkt dat 13% van de in totaal 6,556 miljoen werknemers tot de witte vlek behoort. Van de werknemers in de witte vlek met een jaarloon boven het wettelijk minimumloon bouwt slechts 5%pensioen op in de derde pijler. Van alle zelfstandigen bouwt ongeveer 11% pensioen op in de derde pijler, aldus het onderzoek van het CBS.

Aanvullende optie
In februari 2019 bevestigde de Raad van de Europese Unie het akkoord over de PEPP-verordening. De verordening zorgt voor nieuwe regels die het mensen makkelijker maken vrijwillig geld opzij te zetten voor hun oude dag. Volgens de nieuwe regels hebben PEPP’s overal waar zij worden verkocht dezelfde standaardkenmerken. Zij zullen door een breed scala van aanbieders worden aangeboden, met name door verzekeringsmaatschappijen, banken, pensioenfondsen, beleggingsondernemingen en vermogensbeheerders.

Het vult collectieve en individuele pensioensystemen aan, maar vervangt ze niet. De uitbetaling van het spaarsaldo kan in de vorm van annuïteiten, vaste bedragen, onttrekkingen of in combinaties hiervan. De voorwaarden voor de afbouwfase worden vastgesteld door de lidstaten. Bij die voorwaarden kan het met name gaan om het vaststellen van de minimumleeftijd voor de aanvang van de afbouwfase.

In Nederland zijn deze Europese persoonlijke pensioenproducten geregeld in de derde pijler. De Nederlandse markt van derdepijlerpensioenproducten is reeds goed ontwikkeld, aldus het kabinet. Enerzijds vanwege de pensioenbesparingen die reeds worden gerealiseerd in het Nederlandse pensioensysteem alsook het al bestaande productaanbod in de derde pijler. Het kabinet is echter van mening dat pensioensparen in de derde pijler voor sommige groepen – ook in Nederland– gestimuleerd kan worden. Hierbij kan met name worden gedacht aan diegenen die niet verplicht pensioen opbouwen in de tweede pijler pensioen opbouwen, zoals zelfstandigen, waarbij wel van belang is dat keuzevrijheid wordt gerespecteerd.

Groter aanbod en meer keuze spaarders
Het doel van de PEPP-verordening is om te voorzien in een groter aanbod voor mensen die voor hun pensioen willen sparen, en tegelijkertijd de markt voor persoonlijke pensioenen te stimuleren. Spaarders hebben, naar verwachting, door het grotere aanbod meer keuze. Zij kunnen kiezen uit een breed scala van PEPP-aanbieders in een meer concurrerende omgeving. Zij hebben de keuze tussen een standaardbeleggingsoptie en alternatieve opties met verschillende risico-rendement profielen. Tevens zorgt de verordening ervoor dat spaarders op de hoogte zijn van de belangrijkste kenmerken van een PEPP, waardoor er sprake is van consumentenbescherming. Een PEPP zal ook online te verkrijgen zijn via de site van de aanbieder, wat het aantrekkelijk maakt voor de jongere generatie.

Alle PEPP-aanbieders moeten een Basic PEPP aanbieden met jaarlijkse kosten van maximaal 1% van het gecumuleerde kapitaal.

Kansen voor PEPP-aanbieders
Naast de spaarders, zullen ook de aanbieders van een PEPP erop vooruitgaan. Met deze nieuwe regeling zullen de aanbieders, naar verwachting, profiteren van grensoverschrijdende distributie. Financiële ondernemingen die in een land binnen de Europese Economische Ruimte (de Europese Unie plus Noorwegen, Liechtenstein en IJsland) een vergunning hebben van de toezichthouder van dat land én die ook in Nederland producten en diensten willen aanbieden, moeten zich laten registreren bij de AFM. Zij krijgen dan een Europees Paspoort. Aanbieders met een EU paspoort kunnen PEPP’s in andere lidstaten verkopen.
Tevens zullen aanbieders van de PEPP schaalvoordelen ervaren door het grotere bereik.
Tot slot kunnen nieuwe markttoetreders in de verschillende lidstaten concurreren met bijvoorbeeld verzekeringsmaatschappijen. De PEPP-verordening biedt immers nieuwe zakelijke mogelijkheden aan vele aanbieders om te opereren op Europees niveau. Zeker in de landen waar geringe of geen persoonlijke pensioenregeling is, ontstaan hier mogelijkheden.

Met de PEPP-verordening zal de Europese markt voor persoonlijke pensioenproducten een snelle groei doormaken, aldus de Commissie. De kapitaalmarkt zal worden bevorderd door de vergrote langetermijninvesteringen, wat kan bijdragen aan een economische groei in Europa. Deze economische groei is immers een belangrijke doelstelling van de Europese Unie.

Meeneembaarheid
De pensioenproducten zijn mee te nemen naar andere lidstaten. PEPP-aanbieders verstrekken een zogeheten ‘meeneembaarheidsdienst’ aan PEPP-spaarders. De PEPP-aanbieder kan namelijk beschikken over verschillende nationale compartimenten. Kapitaal dat de PEPP-spaarder heeft opgebouwd kan zo makkelijk naar een andere lidstaat worden verplaatst waarbij deze niet hoeft over te stappen naar een andere PEPP-aanbieder. Indien de PEPP-spaarder verhuist naar een andere lidstaat waar de PEPP-aanbieder geen compartiment heeft, krijgt de PEPP-spaarder de mogelijkheid om kosteloos naar een andere PEPP-aanbieder over te stappen. Daarnaast heeft iedere PEPP-spaarder het recht om op de pensioendatum te wisselen van PEPP-aanbieder.

Lidstaatoptie
In het PEPP-onderhandelingsakkoord is overeenstemming bereikt over het opnemen van een lidstaatoptie met betrekking tot instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IORP’s). De lidstaatoptie houdt in dat IORP’s in de interne markt alleen een PEPP mogen aanbieden, als ze op grond van nationale wetten en regelgeving dergelijke producten mogen aanbieden.

Nederland maakt gebruik van de lidstaatoptie en staat niet toe dat Nederlandse IORP’s, zoals verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen en premiepensioeninstellingen, een PEPP aanbieden.

Fiscaliteit
De PEPP-verordening bevat geen fiscale bepalingen. Spaarders kunnen met een PEPP alleen in aanmerking komen voor fiscale facilitering als de PEPP-aanbieder het product zo vormgeeft dat het past binnen het bestaande fiscale kader van de betreffende lidstaat.

Nederland creëert geen extra fiscale vrijstelling voor PEPP-sparen.

Toezicht
Het aankomende jaar zal de Commissie samen met de EIOPA werken aan de implementatie van de verordening.
De PEPP-aanbieders zullen worden gecontroleerd door de nationale instanties, maar de EIOPA kan ingrijpen bij ondeugdelijke producten en deze van de markt weren of zelfs intrekken. Het doel blijft om een uniforme garantie te geven dat de Pan-Europese pensioenspaarproducten in de Europese Unie veilig zijn.

Vervolgstappen
Op dit moment wordt de tekst van het voorstel van de verordening bijgewerkt in juridisch-taalkundig opzicht. Vervolgens worden het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie verzocht de definitieve tekst aan te nemen.

De PEPP-verordening zal volgens de huidige planning op 14 juni in de Raad ter goedkeuring geagendeerd worden. Nederland zal hierbij tegenstemmen, in lijn met de motie van het Tweede Kamer Slootweg. Op grond van de voorgaande behandeling is de verwachting dat er in de Raad sprake zal zijn van een gekwalificeerde meerderheid voor de PEPP-verordening, waarmee deze zal worden aangenomen.

Nadat het voorstel wordt aangenomen zal de PEPP-verordening worden gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie en zal het 20 dagen daarna inwerkingtreden. De verwachting is dat de eerste PEPP’s over twee en half jaar te op de kapitaalmarkt verschijnen.

Conclusie
Met de PEPP-verordening wordt gestuurd op  pensioenvernieuwing vanaf de kant van de Europese Unie. Het doel van de PEPP-verordening is om te voorzien in een groter aanbod voor mensen die pensioensparen, en tegelijkertijd de markt voor persoonlijke pensioenen te stimuleren. Spaarders en aanbieders kunnen hier beiden van profiteren.

Disclaimer
Swalef streeft er naar de informatie correct en actueel te verstrekken. Aan de informatie die is verstrekt kunnen echter geen rechten worden ontleend.
Swalef aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud en de informatie in dit nieuwsbericht.