Pensioenwoordenboek

De ‘P’ van pensioen

Hoewel het alfabet natuurlijk begint met de ‘A’, starten wij met de ‘P’ van pensioen. Want daar draait het allemaal om in dit woordenboek. Vervolgens worden alle begrippen die van a tot z met pensioen te maken hebben in heldere taal uitgelegd.

Klik hier voor het pensioenwoordenboek in pdf.

Disclaimer
Dit pensioenwoordenboek is opgemaakt naar de stand van zaken bij verspreiding.
Alhoewel uiterste zorgvuldigheid is nagestreefd, aanvaardt Swalef geen enkele aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen die zouden kunnen voortvloeien uit het gebruiken van de in dit woordenboek opgenomen informatie en wenken.

Pensioen

Pensioen is een verzamelnaam voor periodieke uitkeringen (meestal maandelijks), die het vroegere salaris vervangen in geval van ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid. Gemeenschappelijk kenmerk is, dat de uitbetaling van het pensioen in elk geval eindigt zodra de rechthebbende is overleden en dat de opbouw ervan plaatsvindt in verband met het verrichten van arbeid.

Aandelen

Bewijs van deelneming in het kapitaal van een bedrijf dat (soms) aan de beurs genoteerd staat. Bij aankoop van een aandeel wordt de koper mede-eigenaar van dat bedrijf. Aandelenbezit geeft het recht om te delen in de winst (dividend) en mee te praten over het beleid van de onderneming. Aandelen kunnen deel uitmaken van een beleggingsfonds.

Aanspraakgerechtigde

Persoon die begunstigde is voor een nog niet ingegaan pensioen.

Aanvullend pensioen

Pensioen is in de meeste gevallen opgebouwd uit drie pijlers: pensioen vanuit de overheid (AOW), pensioen opgebouwd via één of meerdere werkgevers en het pensioen dat iemand in de privésfeer zelf heeft opgebouwd. Bijvoorbeeld door zelf te sparen, te beleggen of door het afsluiten van een levensverzekering.

Met het aanvullend pensioen wordt vaak het ouderdomspensioen bedoeld dat via de werkgever is opgebouwd. Het aanvullend pensioen dient als aanvulling op de AOW-uitkering.

Aanwijzing

DNB heeft verschillende instrumenten tot haar beschikking om de Wet op het financieel toezicht (Wft) te handhaven. Eén van die instrumenten is het geven van een aanwijzing. Een aanwijzing is een opdracht van DNB aan een pensioenuitvoerder om een bepaalde gedragslijn te volgen, gericht op het beëindigen of ongedaan maken van een overtreding. DNB wil met het geven van een aanwijzing bewerkstelligen dat de ontvanger ervan zich aan bepaalde regels houdt. De aanwijzing kan bijvoorbeeld behelzen dat de ontvanger een bestuurder moet ontslaan of bepaalde activiteiten moet staken. Veelal zal DNB voordat zij een aanwijzing geeft, eerst een waarschuwing geven.

Actieven

Personen die deelnemen aan een pensioenregeling en die op grond van een pensioenovereenkomst pensioenaanspraken verwerven jegens een pensioenuitvoerder.

Actuarieel benodigde premie

Actuariële waarde van de in te kopen pensioenaanspraken. Deze premie wordt vastgesteld rekening houdend met hetgeen hierover is afgesproken in de uitvoeringsovereenkomst.

Actuarieel herrekenen

Het herrekenen van aanspraken bij een (gedeeltelijk) gewijzigde ingangsdatum of omzetting in een andere pensioensoort, rekening houdend met de actuariële grondslagen. 

Actuarieel jaarwerk

Jaarlijkse werkzaamheden waarin de voorziening pensioenverplichtingen wordt vastgesteld en waarin de analyse van het technische resultaat wordt verricht. 

Actuarieel neutraal

Bij de omzetting van een kapitaal in periodieke pensioenuitkeringen of bij uitruil van diverse pensioenvormen worden tarieven gehanteerd. 

Actuariële en Bedrijfstechnische Nota (ABTN)

Het ‘ondernemingsplan’ van een pensioenfonds. Pensioenfondsen moeten op basis van de Pensioenwet (PW) en voor beroepspensioenfondsen uit de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb) een nota opstellen waarin wordt ingegaan op:

  • De samenstelling van de feitelijke premie en de hoogte van de premiecomponenten
  • Een verklaring inzake beleggingsbeginselen
  • Een financieel crisisplan
  • Het niveau van de beleidsdekkingsgraad vanaf welke premiekortingen en terug stortingen als bedoeld in artikel 129 Pensioenwet (premiekorting of terug storting) zijn toegestaan.

Actuariële grondslagen

De grondslagen die een actuaris gebruikt bij het bepalen van een reeks toekomstige uitkeringen. 

Actuariële waardering

De waardering van een pensioenfonds, berekend op basis van kosten, opbrengsten en verplichtingen.

Actuaris

Iemand die zich bezighoudt met het doorrekenen en evalueren van risico’s. 

Affinanciering

Affinanciering houdt in dat alle pensioenaanspraken op het moment van toezeggen worden ingekocht. Om dit te bereiken wordt bij een verhoging van de pensioengrondslag ook meteen de backserviceverplichting volledig gefinancierd.

Afkoopwaarde

In de huidige wettelijke regeling is dit het bedrag dat ineens wordt uitgekeerd ter vervanging van de verplichting om in de toekomst pensioen uit te keren. Dit kan alleen bij kleine pensioenen, die niet hoger zijn dan een bepaald bedrag dat jaarlijks wordt vastgesteld: de afkoopwaarde (in 2018 €474,11). Echter zal door de wet waardeoverdracht klein pensioen deze wettelijke afkoopmogelijkheid voor pensioenuitvoerders bij einde deelneming vervallen per 1 januari 2019

Afstempelen

Het verlagen van pensioenaanspraken en pensioenrechten naar aanleiding van de financiële situatie van het pensioenfonds. Afstempelen is een ander woord voor korten. 

AG-prognosetafel

Prognosetafel van het Actuarieel Genootschap waarbij er ook rekening wordt gehouden met een toekomstige sterftetrend. 

AG-tafels

Jaarlijks publiceert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) sterftetafels die zijn gebaseerd op waarnemingen van sterfte in de bevolking. Deze sterftetafels zijn nog niet geschikt voor gebruik door actuarissen: het verloop van de sterftekansen is nog te grillig en bepaalde belangrijke wetmatigheden zijn nog niet opgenomen. Om de sterftetafels geschikt te maken worden ze aangepast door het Koninklijk Actuarieel Genootschap. 

ALM (Asset Liability Management)

Het afstemmen van de beleggingsmix op verplichtingen. Het uitvoeren van een ALM-studie kan een pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij behulpzaam zijn bij het kiezen van de juiste beleggingsmix.

ANW (Algemene nabestaandenwet)

Wie een partner verliest, kan in Nederland een nabestaandenuitkering van de overheid krijgen. Dit is geregeld in de ANW. De ANW voorziet in uitkeringen bij overlijden aan de man of vrouw met wie de overledene gehuwd was of ongehuwd samenwoonde. Uitkeringen op grond van de ANW worden ook gedaan aan de ex-echtgeno(o)te aan wie de overledene alimentatieplicht had, en aan kinderen die door het overlijden ouderloos zijn geworden. Het recht op een ANW-uitkering is onder andere afhankelijk van eigen inkomen, leeftijd, gezinssamenstelling en mate van arbeids(on)geschiktheid van de nabestaande.

Voor een ANW-uitkering geldt dat de nabestaande nog niet de AOW-leeftijd mag hebben. Ook moet de partner in Nederland hebben gewerkt of gewoond. Daarnaast moet de partner voldoen aan minimaal een van de volgende voorwaarden:

  • Er voor een kind wordt gezorgd dat jonger is dan 18 jaar
  • Er sprake is van minimaal 45% arbeidsongeschiktheid

ANW-hiaat

Het ANW-hiaat of ANW-gat is het verschil tussen de uitkering waarop nabestaanden recht hadden in het kader van de (inmiddels vervallen) Algemene Weduwen en Wezenwet (AWW) en de huidige Algemene Nabestaandenwet (ANW). Omdat de nieuwe ANW in veel gevallen minder of zelfs niet uitkeert aan de nabestaanden wordt gesproken van een hiaat.

Algemene ouderdomswet (AOW)

Ouderdomsvoorziening waarop iedere Nederlander vanaf, nu nog, zijn 66 e ( in 2018) recht heeft. De AOW-leeftijd wordt op dit moment ieder jaar stapsgewijs verhoogd, in 2021 zal deze 67 jaar zijn en vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. De AOW-leeftijd voor 2022 en 2023 staan in ieder geval vast: 67 jaar en 3 maanden.

Iedereen die in Nederland woont of werkt, bouwt jaarlijks 2% AOW op in de 50 jaar vóórdat de AOW-uitkering ingaat (in 2018 dus tussen het 16e en 66e levensjaar).  Wanneer iemand gedurende deze periode in het buitenland woont, heeft dit gevolgen voor de AOW-uitkering.

Voorbeeld. Iemand woont vijf jaar in het buitenland. Dan wordt na de AOW-gerechtigde leeftijd (5 x 2%) 10% ingehouden op de AOW-uitkering. 

Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)

De AVG, die per 25 mei 2018 van toepassing is, regelt de privacywetgeving die geldt in de hele Europese Unie. De AVG zorgt onder meer voor de versterking en uitbreiding van privacyrechten.

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

De AWBZ dekt medische kosten die niet onder de zorgverzekering vallen en die door bijna niemand op te brengen zijn. Denk hierbij aan aanpassingen van je huis of permanente zorg als gevolg van ziekte. 

AOW-gat
De tijd tussen het moment dat de AOW ingaat en het pensioen uit een pensioenregeling.

APF (Algemeen Pensioenfonds)

Het Algemeen pensioenfonds biedt sociale partners en bedrijven een extra alternatief voor het onderbrengen van een pensioenregeling. Het APF maakt een nieuwe vorm van bundeling mogelijk van verschillende pensioenregelingen. Hierdoor kunnen allerlei voordelen worden gerealiseerd zoals het beperken van bestuurlijke lasten, vermogensbeheer- en uitvoeringskosten.

Anticumulatie

De anticumulatiebepaling in de pensioenregeling zorgt ervoor dat de pensioenuitkeringen verminderd worden met de uitkeringen uit hoofde van de wettelijke sociale zekerheid. Het opnemen van een dergelijke bepaling is overigens niet verplicht. 

Arbeidsongeschiktheidspensioen
Aanvulling op een wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, die uiterlijk op de pensioenleeftijd eindigt. De aanvulling wordt mede berekend over dat deel van het salaris dat ligt boven het maximum WIA-jaarloon.

Aspirant-deelnemer
Werknemer die een partner en-of kinderen heeft, maar die nog niet voldoet aan de toetredingseisen om deel te mogen nemen aan de pensioenregeling van zijn werkgever. Voor aspirant-deelnemers wordt op risicobasis een nabestaandenpensioen en soms ook een arbeidsongeschiktheidspensioen verzekerd. 

Autoriteit Financiële Markten (AFM)
Gedragstoezichthouder: ziet erop toe dat pensioenfondsen duidelijk zeggen wat ze doen en of deelnemers voldoende geïnformeerd worden. AFM gebruikt hiervoor de definitie ‘transparantie’

Backservice
Verhoging van de pensioenaanspraken over achterliggende dienstjaren bij verhoging van de pensioengrondslag. Deze verhoging van pensioenaanspraken komt met name voor in eindloonregelingen.

Backserviceverplichtingen
De verplichtingen met betrekking tot de backservicepensioenen. In de fiscale sfeer wordt met backserviceverplichtingen ook wel dat gedeelte van het totale backservicepensioen bedoeld, dat nog niet met betaling van koopsommen of premies is gefinancierd. 

Barber-arrest
Op 17 mei 1990 heeft het Europese Hof van Justitie bepaald dat pensioen kan worden aangemerkt als een vorm van beloning, zodat discriminatie op grond van geslacht in aanvullende pensioenregelingen niet is toegestaan. Mannen en vrouwen zijn voor de wet gelijk en moeten dus ook gelijk behandeld worden.

Tot 17 mei 1990 werden werkende vrouwen vaak niet in de gelegenheid gesteld om zelf pensioen op te bouwen met als gevolg geen persoonlijke pensioenuitkering na de pensioendatum.

Bedrijfstakpensioenfonds (BPF)
Een bedrijfstakpensioenfonds voert een pensioenregeling uit voor één of meer bedrijfstakken. In principe zijn alle werknemers en soms ook een aantal zelfstandigen uit die bedrijfstakken voor hun pensioen verzekerd bij dit BPF.
Bij een BPF is meestal een flink aantal werkgevers aangesloten. Soms zijn die werkgevers volgens een CAO verplicht om zich aan te sluiten, maar meestal zijn ze verplicht krachtens de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds (Wet Bpf 2000).

Begunstiging
Aanwijzing van de gerechtigde op toekomstige uitkeringen van pensioen of levensverzekering.

Belanghebbendenorgaan
Een pensioenfonds met een onafhankelijk bestuur of een onafhankelijk gemengd bestuur stelt een belanghebbendenorgaan in. De taak van het belanghebbendenorgaan is onder meer het adviseren van het pensioenfonds desgevraagd of uit eigen beweging over aangelegenheden die het pensioenfonds betreffen.

Beleggingsbeleid
Een pensioenfonds is verplicht om op prudente wijze te beleggen. Het is enerzijds gericht op het zoveel mogelijk uitsluiten van beleggingsrisico’s en anderzijds op het behalen van een zo hoog mogelijk rendement.

Beleggingsportefeuille
Het geheel van beleggingen.

Beleggingsrisico’s
Risico’s die verbonden zijn aan het beleggen.

Beleidsdekkingsgraad
De gemiddelde dekkingsgraad van een pensioenfonds 12 maanden voorafgaand aan het moment van vaststelling. Beleidsbeslissingen van een pensioenfonds worden gebaseerd op de beleidsdekkingsgraad.

Beloningsbeleid
Het beleid van een pensioenfonds inzake beloningen bestaande uit procedures en maatregelen ter voorkoming en beheersing van beloningscomponenten en beloningsstructuren die tot het nemen van onaanvaardbare risico’s zouden kunnen leiden.

Benchmarking
Het vergelijken van de werkwijze van een bedrijf met de werkwijze van andere bedrijven.

Bepaald partnersysteem
Pensioenregeling waarbij nabestaandenpensioen wordt toegezegd aan uitsluitend deelnemers met partner ten behoeve van de huidige partner. 

Bereikbaar pensioen
Het pensioen dat een deelnemer zou kunnen behalen, als deze tot de pensioendatum aan de pensioenregeling zou blijven deelnemen. 

Berekeningsgrondslag
Het basisbedrag voor de berekening van het pensioen.

Beroepspensioenfonds
Pensioenfonds dat de pensioenregeling voor vrije beroepsbeoefenaren uitvoert. Voorbeelden van beroepsgroepen die een eigen beroepspensioenfonds hebben zijn de artsen, notarissen, fysiotherapeuten, dierenartsen en verloskundigen.
Als een beroepspensioenfonds aanwezig is, zijn alle beroepsgenoten verplicht om zich bij dat fonds aan te sluiten.

Beroepspensioenwet; Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb)
Wet waarin onder meer de voorwaarden zijn opgenomen, waaraan beroepspensioenregelingen moeten voldoen.

Beschikbare premieregeling
Ook wel genoemd: een premieovereenkomst of een DC-regeling (Defined Contribution). Dit is een pensioenregeling waarin de hoogte van de uitkering afhankelijk is van de betaalde premie en de daarmee behaalde beleggingsopbrengsten. Pas bij pensioneren wordt de precieze hoogte van het pensioen vastgesteld. Bij andere typen pensioenregelingen wordt eerst de pensioenhoogte vastgesteld en vervolgens de hoogte van de premie die daarvoor nodig is.

Bestuursmodellen
Sinds de inwerkingtreding per 1 juli 2014 van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen kennen we 5 bestuursmodellen: paritair model, omgekeerd gemengd model, paritair gemengd model, onafhankelijk model en onafhankelijk gemengd model.

Bestuurssamenstelling pensioenfonds
Afhankelijke van het bestuursmodel kan een bestuur van het pensioenfonds bestaan uit uitvoerende bestuurders en niet uitvoerende bestuurders, vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers en pensioengerechtigden.

BIC code en IBAN
IBAN is een internationaal bankrekeningnummer. De BIC is de code van de bank. Zonder IBAN en BIC komt het geld niet aan. De bankcode vertelt bij welke vestiging van de buitenlandse bank het rekeningnummer hoort. In sommige landen hebben verschillende mensen dezelfde rekeningnummers. Het enige verschil is een andere bank. Met de bankcode en het internationale bankrekeningnummer komt de betaling goed.

IBAN betekent International Bank Account Number. BIC betekent Bank Identifier Code.

Bijzonder partnerpensioen
Een partnerpensioen dat bij scheiding wordt toegewezen aan de ex-partner van de (gewezen) deelnemer. Uitkering vindt plaats na overlijden van de (gewezen) deelnemer.

Boon/Van Loon-arrest
Bij scheiding tussen 27 november 1981 en 30 april 1995 gelden de regels die zijn vastgesteld in het Boon/van Loon arrest. Dit houdt in dat het ouderdomspensioen moet worden verrekend, oftewel het pensioen moet worden verdeeld tussen de man en de vrouw.

Bovenmatige pensioenregeling
Een regeling waarbij de fiscale maxima worden overschreden.

BRP (Basisregistratie Personen)
De Basisregistratie Personen (BRP) bevat persoonsgegevens over alle in Nederland verblijvende personen en over personen die niet in Nederland wonen, of slechts kort verblijven, maar die een relatie hebben met de Nederlandse overheid: de ‘niet-ingezetenen’. BRP is een samenvoeging van de Gemeentelijke Basisadministratie Personen (GBA) en de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI).

Cafetariasysteem
Systeem binnen de pensioenregeling waarbij werknemers keuzevrijheid hebben met betrekking tot verschillende pensioenvormen en pensioenhoogtes.

CAO (Collectieve Arbeidsovereenkomst)
Overeenkomst tussen werkgevers en werknemers van een bepaalde bedrijfstak, waarin de arbeidsvoorwaarden zijn vastgelegd.

Carenzperiode
Gedurende de carenzperiode, van bijvoorbeeld 1 of 2 jaar, vindt geen uitkering plaats in geval van overlijden of arbeidsongeschiktheid in de carenztijd. In het Van Leeuwen Convenant is afgesproken dat carenzperioden niet meer zullen worden toegepast. Wel is afgesproken dat bestaande aandoeningen, ziektes en gebreken mogen worden uitgesloten.

CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek.

Code Pensioenfondsen
Code Pensioenfondsen is in werking getreden op 1 januari 2014. De Code komt voor pensioenfondsen in de plaats van de Principes voor goed pensioenfondsbestuur, die de Stichting van de Arbeid in 2005 heeft gepubliceerd. De Code is wettelijk verankerd. De normen in de Code zijn een aanvulling op wet- en regelgeving. Van het pensioenfondsbestuur in de (beleids)keuzes die het maakt. Het doel van de Code is het bewustzijn van ‘goed pensioenfondsbestuur’ te stimuleren bij bestuurders, leden van het intern toezicht, het Verantwoordingsorgaan en het Belanghebbendenorgaan.

De pensioenfondsen mogen deze Code naleven volgens het ‘pas-toe-of-leg-uit’-beginsel. Dit betekent dat een pensioenfonds de normen van de Code toepast of in het jaarverslag motiveert waarom het een norm niet (volledig) toepast.

Collectiviteitkring
De pensioenregeling(en) van werkgevers, groepen werkgevers of bedrijfstakken die geen binding met elkaar hoeven te hebben.

Collective Defined Contribution (CDC-regeling)
Bij een CDC-pensioenregeling staat niet het pensioenresultaat, maar de jaarlijkse premie vast. De pensioenopbouw, de pensioenuitkeringen en de toekomstige toeslagen staan niet vast.

Coming backservice
Verhoging van pensioenaanspraken over achterliggende dienstjaren bij verhoging van de pensioengrondslag.

College voor de Rechten van de Mens
Het College voor de Rechten van de Mens is een onafhankelijke toezichthouder op de mensenrechten in Nederland. Het instituut is bij wet ingesteld en beschermt, bevordert, bewaakt en belicht mensenrechten door middel van onderzoek, advies en voorlichting.

Coming service pensioen
Het gedeelte van het op te bouwen pensioen dat betrekking heeft op de toekomstige nog te vervullen diensttijd. 

Commissie Frijns
Commissie die onderzoek heeft gedaan naar de wijze waarop het beleggingsbeleid, het risicobeheer, de governance van pensioenfondsen en de uitvoering door pensioenfondsen zich sinds 1990 hebben ontwikkeld in relatie tot de doelstelling en het risicodraagvlak van pensioenfondsen.

Commissie Goudswaard
Commissie die de taak heeft gekregen het huidige stelsel van aanvullende pensioenen te analyseren op toekomstbestendigheid en oplossingsrichtlijnen te schetsen die het stelsel beter bestand maken tegen financiële schokken in het licht van de vergrijzing.

Compliance-code
Gedragscode voor bestuurders, directieleden en medewerkers van pensioenfondsen. De code bevat voorschriften ter voorkoming van belangenconflicten en van misbruik en oneigenlijk gebruik van de bij het fonds aanwezige informatie.
Sinds 1 juli 2001 is een gedragscode voor pensioenfondsen verplicht.

Compliance officer
Een compliance officer is een functionaris die bij veelal een financiële instelling is aangesteld om toe te zien op de naleving van wet- en regelgeving binnen de organisatie. Voor financiële instellingen die onder toezicht staan van DNB, AFM is het aanstellen van een compliance officer verplicht. Voorbeelden zijn banken, verzekeraars en pensioenfondsen. 

Concentratietoezicht
Wordt uitgeoefend door de Autoriteit Consument & Markt (ACM), waarin de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) is opgegaan per 1 april 2013. De NMa handhaafde tot april 2013 het verbod op kartels en misbruik van economische machtsposities, en hield toezicht op de vorming van zogenaamde ‘concentraties’ zoals bedrijfsfusies. De NMa was een zelfstandig bestuursorgaan.

Op 1 april 2013 zijn de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA), de Nederlandsche Mededingsautoriteit (NMa) en de Consumentenautoriteit opgegaan in de Autoriteit Consument en Markt (ACM).

Voor concentratievorming (= fusie of nauwe samenwerking tussen ondernemingen, zoals bij een Joint Venture) is voorafgaand toestemming nodig van de ACM. De ACM onderzoekt of door de concentratie een economische machtspositie ontstaat, die de mededinging in gevaar zou kunnen brengen.

Consistentie
Er moet sprake zijn van een logische samenhang bij voorwaardelijke toeslagverlening tussen de gewekte verwachtingen, de financiering en de realisatie van voorwaardelijke toeslagen. 

Consumentenprijsindex (CPI)
Het CPI meet de gemiddelde prijsverandering in de loop der tijd van goederen en diensten die huishoudens voor hun levensonderhoud aanschaffen. 

Contante waarde
Het bedrag dat op dit moment nodig is om in de toekomst een of meer betalingen te kunnen verrichten, waarbij rekening is gehouden met rente – en als het gaat om uitkeringen op basis van levensverzekeringen – met actuariële grondslagen. 

Conversie
In de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding mag er van de wettelijke regeling van pensioenverdeling worden afgeweken. De belangrijkste afwijking van de standaardverdeling is conversie. Conversie betekent ‘omzetting’ en houdt in dat het deel van het ouderdomspensioen waarop de ex-echtgenoot recht heeft, samen met het bijzondere partnerpensioen, wordt omgezet in een eigen recht op ouderdomspensioen, dat afhankelijk wordt van het leven van de ex-echtgenoot zelf en dus niet meer van het leven van de werknemer. Dit betekent dat bij het overlijden van de werknemer de uitkeringen van het ouderdomspensioen aan de ex-echtgenoot niet worden beëindigd. Anderzijds bestaat in dat geval geen recht op uitkeringen van partnerpensioen voor de ex-echtgenoot. 

Collectieve waardeoverdracht
Het overdragen van de contante waarde van pensioenaanspraken van een hele groep mensen. Een reden hiervoor kan zijn om pensioenverlies te voorkomen wanneer een werkgever en werknemer van pensioenregeling wisselen. 

Corporate governance
Corporate governance heeft betrekking op een stelsel van verhoudingen tussen de verschillende organen van de onderneming zoals bestuur, raad van commissarissen en aandeelhouders, waarbij transparantie, verantwoording en toezicht een centrale rol spelen. Pensioenfondsen beleggen in beursgenoteerde ondernemingen en zijn daarom ook aandeelhouders.

Dagelijks bestuur
Het deel van het bestuur dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van het dagelijks beleid. 

De Nederlandsche Bank (DNB)
Toezichthouder: ziet toe op de financiële soliditeit van pensioenfondsen en op het naleven van wet- en regelgeving door pensioenfondsen. Het toezicht op pensioenfondsen is geregeld in de Pensioenwet. Op basis van de Pensioenwet en de Wet financieel toezicht controleert DNB de pensioenuitvoerders. Naast DNB houdt ook de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toezicht op pensioenfondsen.

Deelnemer
De werknemer of gewezen werknemer die op grond van een pensioenovereenkomst pensioenaanspraken verwerft bij een pensioenfonds.

Deelnemingsjaren
De jaren waarin een werknemer deelneemt aan een pensioenregeling, waardoor deze meetellen in de pensioenopbouw.

Deeltijdpensioen
Deeltijdpensioen is een vorm van (vervroegde) pensionering, waarbij de werknemer voor een gedeelte met pensioen gaat en voor een gedeelte blijft werken.

Defined Benefit (DB)
Een pensioenregeling waarbij de hoogte van de uitkering van het pensioen vaststaat en de hoogte van de pensioenpremies niet.

Defined Contribution (DC)
Pensioenregeling waarin de hoogte van de uitkering afhankelijk is van de betaalde premie en de daarmee behaalde beleggingsopbrengsten. Pas bij pensioneren wordt de precieze hoogte van het pensioen vastgesteld. Bij andere typen pensioenregelingen wordt eerst de pensioenhoogte vastgesteld en vervolgens de hoogte van de premie die daarvoor nodig is.

Degressieve pensioenopbouw
Een alternatief voor de doorsneepremie genoemd door staatssecretaris Klijnsma. Een degressieve pensioenopbouw houdt in dat alle werknemers binnen een pensioenregeling dezelfde premie betalen.

Dekkingsgraad
De verhouding tussen enerzijds de contante waarde van de pensioenaanspraken en -rechten en anderzijds het aanwezige vermogen. Het aanwezige vermogen is de som van de contante waarde van pensioenaanspraken en -rechten die op dat moment zijn gefinancierd en de eventuele algemene en extra reserve.

Dekkingstekort
Situatie dat de middelen van het pensioenfonds niet langer toereikend zijn om de voorziening pensioenverplichtingen en de reserves voor algemene risico’s te dekken.

Demotie
Verplaatsing van een hogere functie naar een lagere, met verlaging van het salaris (het omgekeerde van promotie).

Derde pijlerpensioen
Individuele, niet aan arbeidsrelatie verbonden, vrijwillige pensioenvoorziening. Komt bovenop de eerste pijler (AOW) en tweede pijler (collectieve arbeidsgerelateerde pensioenregelingen).

Derivaten
Een derivaat, ook wel afgeleid product, is een algemene benaming voor beursproducten waarvan de koers is gebaseerd op een andere, onderliggende belegging. Voorbeelden van derivaten zijn futures, warrants, swaps en opties.

Detachering
Het verrichten van tijdelijke werkzaamheden bij een onderneming, voor rekening van een andere onderneming waardoor de werknemer is uitgezonden.

Dienstjarenstelsel
Een eindloonregeling waarbij hogere pensioenaanspraken alleen verleend worden over de jaren waarin de werknemer deelnemer was aan de pensioenregeling.

Directe discriminatie
Bepalingen in een pensioenregeling die rechtstreeks verwijzen naar een voor de betreffende persoon geldend kenmerk of onlosmakelijk daarmee verbonden eigenschap, waardoor de ene persoon wordt benadeeld ten opzichte van de andere. 

Directeur-Grootaandeelhouder (DGA)
Een houder van aandelen die ten minste 10% van het geplaatst kapitaal van de vennootschap van de werkgever vertegenwoordigen of een houder van certificaten van aandelen die zijn uitgegeven door tussenkomst van een administratiekantoor waarvan hij voor ten minste 10% in het bestuur vertegenwoordigd is, die ten minste 10% van het geplaatst kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen en waaraan stemrecht in de algemene vergadering is verbonden. 

Diversificatie
Het verspreiden van risico’s waarmee de efficiëntie van een beleggingsportefeuille kan worden vergroot. 

Diversiteit
Alle aspecten waarop mensen van elkaar kunnen verschillen. Een pensioenfonds moet een diversiteitsbeleid opstellen. De samenstelling van het bestuur en het verantwoordingsorgaan moet voldoen aan het diversiteitsbeleid. In het jaarverslag wordt verantwoording afgelegd over het diversiteitsbeleid. 

Dividend
Gedeelte van de winst dat door een bedrijf wordt uitgekeerd aan haar aandeelhouders.

Doelvermogen
De voorziening die aanwezig moet zijn om op de pensioendatum aan de pensioenverplichtingen te kunnen voldoen

Doorsneepremie
Premie van een gelijk percentage van het salaris of van een pensioengrondslag voor alle deelnemers aan een pensioenregeling.

Drempelperiode
Periode waarin een werknemer moet wachten om deel te kunnen nemen aan een pensioenregeling. 

Duration
Maatstaf voor rentegevoeligheid van een bepaalde obligatie.

Duurzaam beleggen
Een vorm van beleggen waarbij de investeerder de gevolgen voor mens en milieu laat meewegen.

Eerste pijler pensioen
Wettelijk, voor iedereen gelijk, basispensioen (in Nederland de AOW).

Echtscheiding
Ontbinding van het huwelijk door een rechterlijk vonnis.

Egalisatiereserve
Reserve om tot een gelijkmatige verdeling te komen van kosten en lasten. 

Eigen beheer
Een directeur groot aandeelhouder (dga) heeft de keuze om een pensioen op te bouwen in eigen beheer. Dit kan bij de werkgever-bv (intern eigen beheer), maar ook bij een andere vennootschap (extern eigen beheer), zoals een pensioen-bv. De dga kan er ook voor kiezen om de pensioenregeling extern te verzekeren. De per 1 januari 2007 inwerking getreden Pensioenwet is namelijk niet van toepassing op de dga.

Eindloonregeling
Per dienstjaar wordt een vast percentage van de laatste pensioengrondslag aan pensioen opgebouwd. De hoogte van het pensioen is gebaseerd op het laatst verdiende loon. De regeling komt nog weinig voor.

Eindtermen geschiktheid
Geschiktheidseisen waaraan een bestuurder in een pensioenfonds moet voldoen. Bijlage 9 van de Handreiking geschikt pensioenfondsbestuur 2017 bevat de ‘eindtermen geschiktheid’. 

En bloc clausule
Clausule waarin de verzekeraar zich het recht voorbehoudt de premie en/of geldende voorwaarde in zijn geheel dan wel groepsgewijs te wijzigen. 

Ervaringssterfte
De in pensioenbedragen gemeten verhouding tussen bevolkingssterfte en waargenomen sterfte in het pensioenfonds. 

Europees Nieuws
Ontwikkelingen op het terrein van pensioenen binnen het Europese beleid worden nauwgezet gevolgd. Actuele thema’s zijn: Implementatie van de IORP II-richtlijn en de ontwikkeling van een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP). 

Evenwichtige belangenafweging
De personen die het beleid van een pensioenfonds bepalen richten zich bij de vervulling van hun taak naar de belangen van de bij het pensioenfonds betrokken deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden, de pensioengerechtigden en de werkgever en zorgen ervoor dat dezen zich door hen op evenwichtige wijze vertegenwoordigd kunnen voelen.

Ex-ante bepaalde maatstaf
Maatstaf die wordt gebruikt voor de toekenning van toeslag en vooraf is vastgelegd. 

Excedentregeling
Pensioenregeling waarmee extra pensioenaanspraken kunnen worden verworven bovenop de basisregeling, waarbij de twee pensioenregelingen betrekking hebben op hetzelfde dienstverband.

Ex patriates
Werknemers die voor kortere of langere tijd naar een buitenlandse vestiging worden uitgezonden. Van zulke werknemers wordt verondersteld dat zij na hun werkzaamheden in het buitenland weer naar Nederland terugkeren. Uitzending naar het buitenland kan gevolgen hebben voor de uiteindelijke AOW-uitkering.

Exitvoorwaarden
Tussen de werkgever en de pensioenuitvoerder moet een schriftelijke uitvoeringsovereenkomst gesloten worden. In de uitvoeringsovereenkomst moeten o.a. opgenomen worden de voorwaarden die gelden bij beëindiging van een met een pensioenuitvoerder gesloten contract.

De beëindigingvoorwaarden van een verzekeraar, premiepensioeninstelling en algemeen pensioenfonds mogen een collectieve waardeoverdracht niet uitsluiten. Hierdoor heeft de werkgever de mogelijkheid om de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten te laten overdragen aan een nieuwe pensioenuitvoerder. 

Factor A
Factor A geeft aan met welk bedrag de waarde van het pensioen van een werknemer in een bepaald jaar is toegenomen. De factor A is alleen van belang voor belastingbetalers die in loondienst werken. Een werkgever die een werknemer in dienst neemt, kan met hem afspraken maken over het deelnemen aan de pensioenregeling. Als een werknemer meedoet aan de pensioenregeling, neemt de waarde van het pensioen ieder jaar toe.

In de Wet Inkomstenbelasting staat hoe het pensioenfonds of de verzekeraar de Factor A moet berekenen. De berekeningswijze is afhankelijk van het soort pensioenregeling. Het pensioenfonds of de verzekeraar moet u ieder jaar vertellen met welk bedrag uw pensioen is toegenomen. U heeft de factor A nodig voor de berekening van het pensioentekort.

Fictieve deelnemersjaren
De periode die bij de berekening van het pensioen in aanmerking wordt genomen, maar gedurende welke een persoon niet bij de betreffende werkgever in dienst was. Bij de berekening van een nabestaandenpensioen wordt bij overlijden tijdens het dienstverband uitgegaan van de haalbare in plaats van de werkelijk behaalde deelnemersjaren. Het aantal fictieve jaren is dan de tijd tussen de overlijdensdatum en de pensioneringsleeftijd.

Fiduciair management
Dienstverlening die bestaat uit onderliggende deelservices aangeboden door een onafhankelijke vermogensbeheerders. 

Financial Accounting Standards (FAS)
Richtlijnen die worden vastgesteld door de Financial Accounting Standards Board (FASB) in de Verenigde Staten. 

Financieel toetsingskader (Nieuw FTK)
Per 1 januari 2015 is het nieuw Financieel toetsingskader (nFTK) in werking getreden. Het doel van deze wet is het beheer van pensioenvermogens stabieler te maken en bij te dragen aan een evenwichtiger verdeling van lusten en lasten over de betrokken groepen. De aangepaste herstelplansystematiek en de nieuwe indexatieregel zijn er voor bedoeld dat financiële mee- en tegenvallers gelijkmatiger in de tijd worden gespreid. Het fondsbestuur moet nu vooraf vastleggen hoe het omgaat met financiële schokken. Ook moet het financiële beleid vooraf helder worden vastgelegd en wordt er vooraf afgesproken welk risico acceptabel is (risicohouding).

Financieringssysteem
Manier van financiering van pensioenaanspraken waarbij ingelegde pensioenpremies worden gespaard en belegd. 

Fiscaal klimaat
Een fiscaal gunstig klimaat is nodig om de pensioenregeling op efficiënte wijze uit te voeren tegen zo laag mogelijke kosten. Dit betekent de subjectieve vrijstelling voor de Vennootschapsbelasting, het invoeren van een BTW-vrijstelling over de fees van vermogensbeheerders en het terugvorderen van in het buitenland betaalde dividendbelasting.

Fiscale bovenmatigheid van een pensioenregeling
Indien de pensioenregeling het wettelijk kader van artikel 18 tot en met 18h van de Wet op de loonbelasting 1964 van toepassing is, is er sprake van fiscale bovenmatigheid. Behalve indien de oorzaak van bovenmatigheid is gelegen in waardeoverdracht, uitruil, het verlenen van toeslagen of variatie in de hoogte van de uitkering.

Fiscale Glijclausule
Artikel 19c van de Wet op de loonbelasting 1964 biedt de mogelijkheid om een pensioenregeling ter beoordeling voor te leggen aan de inspecteur. Indien onherroepelijk komt vast te staan dat de regeling niet voldoet aan de fiscale voorwaarden moet de regeling direct en met terugwerkende kracht tot en met het tijdstip van ingang van de regeling zodanig worden aangepast dat de regeling wel voldoet aan de voorwaarden. In dat geval wordt de aangepaste regeling geacht met terugwerkende kracht tot en met het moment van invoeren een fiscaal aanvaardbare pensioenregeling te zijn.

Fiscale marktrente
De rentestand die de kapitaalmarkt weerspiegelt. 

Flexibele pensionering
De mogelijkheid voor deelnemers om zelf de pensioeningangsdatum te kiezen. Echter, dit moet wel binnen bepaalde grenzen en vastliggen in het pensioenreglement. 

Franchise
Het drempelbedrag waarover geen pensioenopbouw plaatsvindt.

FRS 17
Financial Reporting Standard 17. Dit is de Engelse implementatie van IAS 19. Belangrijkste verschil met FAS87 en IAS19 is, dat de winsten en-of verliezen in enig jaar direct op de balans van de onderneming worden opgenomen.

Funds of funds
Beleggingsfondsen die op hun beurt weer in meerdere andere beleggingsfondsen beleggen. 

GBA (Gemeentelijke Basis Administratie)
De GBA bestaat inmiddels niet meer en is gemoderniseerd door de regels in de Wet Basisregistratie Personen (BRP).

Gedragscode
Schriftelijk stuk waarin regels en richtlijnen worden gegeven ter voorkoming van belangenconflicten tussen het zakelijk belang en de privébelangen van betrokkenen en van misbruik van vertrouwelijke informatie. Deze gedragscode is verplicht voor pensioenfondsen. 

Gedragstoezicht
Toezicht op het bevorderen van een ordelijk en transparant marktproces, zuivere verhoudingen tussen marktpartijen en in dat verband bescherming van de consument. 

Gegevensleverancier
Partij die gegevens verstrekt die nodig zijn voor de uitvoering van de pensioenregeling. Het kan gaan om de werkgever of zijn administratiekantoor (in- en uitdienstmeldingen en loongegevens), de GBA (aanvang en einde huwelijk of geregistreerd partnerschap, binnenlandse verhuizingen) of het UWV (arbeidsongeschiktheid).

Gegevensverstrekking
Door effectievere en efficiëntere uitwisseling tussen pensioenfondsen en andere belanghebbende organisaties worden kostenbesparingen gerealiseerd en een beter contact met de deelnemers in een pensioenfonds.

Gemengd bestuur
Een bestuur dat bestaat uit een bestuurders die belast zijn met uitvoerende werkzaamheden en bestuurders die belast zijn met toezicht op die werkzaamheden. 

Gemoedsbezwaarde
Een (rechts)persoon die vanuit de eigen levensbeschouwing bezwaren heeft tegen verzekeren en in het bezit is van een ‘bewijs van vrijstelling wegens gemoedsbezwaren’ afgegeven door de Sociale Verzekeringsbank. Er vindt geen pensioenopbouw plaats en er worden geen risico’s gedekt. In plaats daarvan bouwt men met de ingelegde gelden een spaarsaldo op.

Gepensioneerde
Pensioengerechtigde voor wie het ouderdomspensioen is ingegaan.

Geregistreerd partnerschap
Een bij de burgerlijke stand geregistreerde partner wordt voor pensioenrechtelijke zaken gelijkgesteld met een huwelijkspartner.

Geschiktheid
Geschiktheid bestaat volgens De Beleidsregel Geschiktheid 2012 van DNB en AFM uit kennis, vaardigheden en professioneel gedrag. 

Geschiktheidseis
De eisen ten aanzien van de geschiktheid. Een bestuurder moet geschikt zijn bevonden voordat hij mag toetreden tot een bestuur. 

Geschiktheid Pensioenfondsbestuurders
Het bestuur van het pensioenfonds is verantwoordelijk voor het goede reilen en zeilen van het pensioenfonds. Het bestuurslid moet geschikt zijn voor het besturen van een pensioenfonds. Uit de Beleidsregels Geschiktheid 2012 blijkt de geschiktheid van een beleidsbepaler, en daarmee een pensioenfondsbestuurder, uit de genoten opleiding, de werkervaring en de competenties van de betreffende beleidsbepaler en de doorlopende toepassing hiervan. Hiermee geeft de beleidsregel de specifieke toetsingsgronden weer, waar bij aanmelding van de kandidaat-beleidsbepaler of bij tussentijdse toetsing door de toezichthouders naar zal worden gekeken.

Geschiktheidsplan
Het geschiktheidsplan is erop gericht op gestructureerde wijze het niveau van deskundigheid van het bestuur te laten aansluiten bij wat nodig is aan deskundigheid voor het goed besturen van het pensioenfonds. Het geschiktheidsplan geeft nadere inhoud aan het op peil brengen en houden van de geschiktheid van de (aspirant) bestuursleden en leden van de andere bestuurlijke organen betrokken bij het pensioenfonds. 

Geschiktheidstoets
Een kandidaat bestuurslid dient te beschikken over relevante kennis, werkervaring en competenties op deze onderdelen. Zo moet een commissaris beschikken over de competentie loyaliteit, zich betrokken voelen bij de onderneming door zich daarin te verdiepen en daar voldoende tijd voor beschikbaar te hebben.

Bij de toetsing op geschiktheid wordt rekening gehouden met:

  • de functie van de beleidsbepaler: iemand die verantwoordelijk wordt voor de financiën heeft andere kennis en ervaring nodig dan iemand die voorzitter wordt van de raad van commissarissen;
  • de aard, omvang, complexiteit en het risicoprofiel van de onderneming: voorzitter een grote bank heeft andere kwaliteiten nodig dan een voorzitter bij een klein pensioenfonds;
  • de samenstelling en het functioneren van het collectief: past de persoon in de groep, voegt hij of zij daar qua kennis, ervaring of persoonlijkheid iets aan toe? 

Gewezen deelnemer
De werknemer of gewezen werknemer door wie op grond van een pensioenovereenkomst geen pensioen meer wordt verworven en die bij beëindiging van de deelneming een pensioenaanspraak heeft behouden jegens een pensioenuitvoerder. Een andere term voor gewezen deelnemer is slaper of inactieve.

Goed pensioenfondsbestuur
In navolging van de modernisering van de corporate governance, met als voorlopig sluitstuk de aanbevelingen van de Commissie Tabaksblat, werd eind 2003 de discussie gestart over de noodzaak van governance in de pensioensector. In opdracht van de toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (‘SZW’) werd een onderzoek gedaan naar de governance van de pensioensector, aangevuld met een serie aanbevelingen.

De minister van SZW heeft de resultaten van het onderzoek in 2005 aangeboden aan de Stichting van de Arbeid, met het verzoek om vanuit werkgevers- en werknemersorganisaties én vertegenwoordigers van gepensioneerden te komen tot een aanpak voor de discussie over en vormgeving van Pension Fund Governance. In deze aanpak moest ook aandacht worden besteed aan de governance bij rechtstreeks verzekerde regelingen, en aan de samenhang met het rapport van de Commissie Staatsen over al dan niet toegestane activiteiten van pensioenfondsen.

Met de principes voor goed pensioenfondsbestuur (PFG) van december 2005 wil de STAR bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit, zorgvuldigheid en openheid van pensioenuitvoerders, door: zorgvuldig bestuur, verantwoording, intern toezicht, deskundigheid, openheid en communicatie. Inmiddels zijn deze principes per 1 januari 2014 vervangen door de Code Pensioenfondsen en via de Pensioenwet geïncorporeerd in wetgeving. De wet versterking bestuur pensioenfondsen is op 7 augustus 2013 in werking getreden.

Governance
Het begrip governance kan worden gekoppeld aan elk type organisatie. Als het over de governance van pensioenfondsen gaat, wordt de term pension fund governance gehanteerd welke is vastgelegd in de Wet versterking bestuur pensioenfondsen en in de Code Pensioenfondsen.

Governance is een overkoepelend begrip dat duidt op de handeling of de wijze van besturen en dan met name het realiseren van efficiëntie en effectiviteit door samenhang en transparantie in het bestuur en het intern toezicht van een organisatie. De keuze voor bestuursmodellen en de samenstelling van een bestuur zijn daarbij van belang voor het waarborgen van efficiëntie en de governance-structuur.

Groen-/witboek Europese pensioenen
De EC heeft in juli 2010 het groenboek ‘Towards adequate, sustainable and safe European pension systems‘ uitgebracht. Een groenboek (green paper) is de eerste stap in het Europese regelgevingstraject.

In het Groenboek worden problemen betreffende de toekomst van aanvullende pensioenen in EU-landen geïnventariseerd. Begin 2012 heeft de Commissie een witboek (white paper) opgesteld, met een concreet voorstel voor een wettekst.

Haalbaarheidstoets
De continuïteitsanalyse zoals die verplicht was vóór 1 januari 2015 is vervangen door de zogenaamde haalbaarheidstoets. De haalbaarheidstoets geeft inzicht in de samenhang tussen de financiële opzet van een pensioenfonds, het verwachte pensioenresultaat op fondsniveau en de risico’s die daarbij van toepassing zijn. De afweging tussen het streven naar een optimaal rendement en pensioenresultaat versus de risico’s die hiermee gepaard gaan, wordt hierdoor expliciet gemaakt. De haalbaarheidstoets is daarom een belangrijk instrument om de effecten van de financiële opzet te analyseren.

Halfwezenuitkering
Uitkering aan de ouder of verzorger van een kind, jonger dan 18 jaar, en dat als gevolg van het overlijden van één van de ouders nog maar één ouder heeft. Vloeit voort uit de Anw en bedraagt 20% van het netto minimumloon.

Hardheidsclausule
Het verzwakt of niet toepassen van reglementaire bepalingen vanwege onbillijke gevolgen. 

Heel klein pensioen
Bij de heel kleine pensioenen gaat het om bedragen die leiden tot een uitkering van minder dan € 2 bruto per jaar of € 0,17 per maand. Het bedrag van een heel kleine pensioenaanspraak is van veel factoren afhankelijk, zoals het aantal deelnemingsjaren, de leeftijd en de rente. Dit begrip is opgenomen in het wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen. 

Herstelplan
Na inwerkingtreding van het Nieuw Financieel toetsingskader vervallen de herstelplannen van de pensioenfondsen. Een fonds krijgt net als onder de vorige wetgeving, drie maanden de tijd om een herstelplan in te dienen. Voor het overgangsjaar 2015 wordt hiervoor een uitzondering gemaakt, fondsen hoeven op zijn vroegst een herstelplan in te dienen per 1 juli 2015.

Het korte en lange termijn herstelplan is per 1 januari 2015 vervangen door één herstelplan. Het pensioenfonds maakt een herstelplan om aan te tonen dat de dekkingsgraad binnen 10 jaar herstelt tot het niveau van de vereiste dekkingsgraad, waarbij jaarlijks een nieuw herstelplan opgesteld moet worden. Korten blijft het uiterste redmiddel, kortingsmaatregelen mogen uitgesmeerd worden over maximaal 10 jaar.

Honderd procent-norm
Het totale ouderdomspensioen, inclusief de AOW, mag fiscaal gezien niet meer zijn dan 100% van het pensioengevend salaris (inclusief de AOW). Het meerdere wordt zwaarder belast. Het ouderdomspensioen mag alleen boven de 100%-norm uitstijgen, als dit wordt veroorzaakt door:

  • Waardeoverdracht
  • Indexering van het pensioen
  • Uitruil van nabestaandenpensioen voor ouderdomspensioen
  • Variatie in de hoogte van de uitkering (hoog/laag-constructie)

Hoog/laag-constructie
Constructie met variabele uitkeringshoogtes van het pensioen, waarbij het pensioen eerst hoger en daarna lager is dan het reglementaire pensioen, of omgekeerd. Op grond van fiscale wetgeving is een variatie tussen de hoogste en de laagste uitkering van maximaal 100:75 toegestaan.

Huwelijks-/partnerfrequenties
Schatting van het aantal deelnemers die gehuwd zijn of een partner hebben. 

IAS19
Er moet een vergelijking worden gemaakt tussen de pensioenpremies die in een boekjaar werkelijk zijn betaald, en de pensioenkosten die aan datzelfde boekjaar zijn toe te rekenen volgens een bepaalde standaardmethode (Projected Unit Credit methode). In die standaardmethode worden pensioenkosten gelijkmatig verdeeld over de gehele diensttijd van alle deelnemers waarbij rekening wordt gehouden met aannames over toekomstige loonontwikkeling en uittredings- en sterftekansen.
Indien volgens de standaardmethode sprake is van vooruitbetaalde kosten, moeten deze op de balans van de onderneming worden geactiveerd (“overschot”). Aan de passiefzijde van de balans moet bovendien een voorziening worden gevormd, als reeds verkregen pensioenaanspraken niet voldoende door de activa van het pensioenfonds worden gedekt (“tekort”).

Inactieve deelnemer
Inactieve deelnemers zijn de gewezen deelnemers (ook wel slapers genoemd), de pensioengerechtigden en de arbeidsongeschikte deelnemers met recht op premievrije pensioenverwerving.

Indexatiedepot
Een indexatiedepot is een depot dat als enige doelstelling ‘het verlenen van indexatie’ heeft. Daarbij kan de doelstelling nog verder beperkt zijn tot indexatie ten behoeve van een specifieke groep deelnemers.

Een indexatiedepot voor voorwaardelijke indexatie valt onder de regel ‘toekomstbestendige indexatie’ (indexatieregel) als bedoeld in artikel 137, tweede lid, Pensioenwet. 

Indirecte discriminatie
Er is sprake van indirecte discriminatie als in een pensioenregeling een ogenschijnlijk neutraal criterium wordt gehanteerd, dat niettemin bepaalde groepen in onevenredige mate treft. 

Inflatie
Verschijnsel dat met verloop van jaren met een gelijk aantal euro’s steeds minder gekocht kan worden. 

Inkomenstoets
Hiermee wordt aangegeven dat een bepaalde uitkering inkomensafhankelijk is; een uitkeringsinstantie beoordeelt of eventueel inkomen (uit arbeid of uit andere inkomsten) op de uitkering in mindering moet worden gebracht. Anw-uitkeringen en de partnertoeslag van de AOW zijn voorbeelden van inkomensafhankelijke uitkeringen.

Inlooprisico
Het verstrekken van een uitkering aan een of meer deelnemers waarvan voor de ingang van de (collectieve) pensioenregeling de ziekte of aandoening al vaststond. 

Interest
Rente 

Intern toezicht
Met intern toezicht worden zowel de raad van toezicht en de visitatiecommissie, als de niet-uitvoerende bestuurders bij een gemengd model bedoeld. Dit toezicht maakt deel uit van de Code Pensioenfondsen (PFG).

Invaren
Het onderbrengen van reeds opgebouwde pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken in een nieuw pensioencontract. 

IORP
De IORP is een Europese instelling die op basis van kapitaaldekking opereert. De rechtsvorm is hierbij niet van belang. De instelling is onafhankelijk van enige bijdragende onderneming of bedrijfstak. Het doel van deze instelling is slechts het verstrekken van (grensoverschrijdende) arbeidsgerelateerde pensioenuitkeringen.

IORP-richtlijn
Europese richtlijn die gaat over de werkzaamheden en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. Inmiddels is deze richtlijn gewijzigd naar IORP-II, waarin grensoverschrijdende activiteiten
van pensioenfondsen verder worden gestimuleerd en pensioenen veiliger werden gemaakt door meer toezicht op governance en transparantie te verbeteren. 

Jaarruimte
Jaarruimte is het bedrag dat iemand aan lijfrentepremies in een bepaald jaar mag aftrekken van zijn of haar inkomstenbelasting (box 1). 

Jaarverslag
Verslag waarin het bestuur van het pensioenfonds verantwoording aflegt over in het afgelopen jaar gevoerde beleid.

Keuzerecht
Het recht om uiterlijk op de pensioendatum het opgebouwde partnerpensioen om te zetten in een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen (niet als het partnerpensioen op risicobasis is verzekerd). En het recht een deel van het ouderdomspensioen bij ontslag of pensionering om te zetten in partnerpensioen.

Kapitaaldekking
Manier om pensioenaanspraken te financieren. De pensioenpremies worden belegd. Voor iedere deelnemer bouwt het pensioenfonds zo het kapitaal op dat nodig is om later het pensioen uit te betalen. De Pensioenwet verplicht de pensioenfondsen om de pensioenen op basis van kapitaaldekking te financieren.

Kapitaalmarktrente|
De rente op leningen met een relatief lange looptijd. 

Kapitaalovereenkomst
Een overeenkomst inzake een vastgesteld kapitaal aan het eind van de looptijd waarmee het pensioen dient te worden aangekocht. 

Kapitaalverzekering
Levensverzekering waarbij het verzekerde bedrag ineens wordt uitgekeerd bij overlijden en/of op een vaste datum. 

Keuzemogelijkheid
Mogelijkheden voor iedere deelnemer in een pensioenregeling, bijvoorbeeld: hoog-laagconstructie, inruilen partnerpensioen of het ouderdomspensioen, en een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen. 

Kind
Als kind van de (gewezen) deelnemer geldt: eigen kinderen of stief- of pleegkinderen die als eigen kind worden onderhouden en opgevoed. Een kind kan tot een bepaalde leeftijd in aanmerking komen voor wezenpensioen. Uitkering vindt plaats na overlijden van de (gewezen) deelnemer.

Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid)
Het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid) is bedoeld om de consument één loket te bieden voor de beslechting van (dreigende) conflicten met financiële dienstverleners. Denk daarbij aan beleggingen, verzekeringen, hypotheken, kredieten, overige bankproducten en gemengde producten. De gang naar de rechter is altijd mogelijk, maar de binnen Kifid werkzame Ombudsman en Geschillencommissie kunnen een alternatief bieden: in een relatief kort tijdsbestek wordt in overleg met de betrokken financiële dienstverlener getracht een oplossing te vinden of wordt geoordeeld over de kwestie.

Klein pensioen
Onder kleine pensioenen wordt verstaan pensioenen die leiden tot een uitkering vanaf de pensioendatum van minder dan bruto € 474,11 per jaar (in 2018; dit bedrag wordt jaarlijks vastgesteld). Dit begrip is opgenomen in de wet waardeoverdracht klein pensioen. 

Knipbepaling
Een bepaling bij eindloonregeling die inhoudt dat een knip in de pensioenberekening wordt gemaakt indien het (pensioengevend) salaris substantieel wordt verlaagd, bijvoorbeeld als gevolg van aanpassing van de arbeidsduur of een lager gesalarieerde functie. De knipbepaling biedt de mogelijkheid voor demotie zonder dat dit negatieve consequenties heeft voor de hoogte van de uiteindelijke pensioenuitkering.

Koopsom
Eenmalige betaling om een pensioenaanspraak mee in te kopen bij de uitvoerder van een pensioenregeling.

Koopsomsysteem
Een systeem om een pensioenregeling mee te financieren, waarbij de toename van aanspraken over verstreken jaren van deelneming, door middel van eenmalige koopsommen, wordt veiliggesteld.

Korten (van pensioenaanspraken en pensioenrechten)
Het verminderen van pensioenaanspraken en pensioenrechten door het pensioenfonds conform het artikel 134 Pensioenwet. 

Kortlevenrisico
Het risico dat een pensioenfonds loopt dat een verzekerde persoon korter zal leven dan verwacht wordt. 

Kostendekkende premie
Per 1 januari 2007 moeten pensioenfondsen een zogenoemde kostendekkende premie hanteren. Dit betekent dat de pensioenpremie hoog genoeg moet zijn om de onvoorwaardelijke en, in voorkomende gevallen, voorwaardelijke onderdelen van de pensioenovereenkomst in dat jaar en voor de langere termijn na te komen. In deze premie zit ook een opslag voor solvabiliteit, een opslag voor uitvoeringskosten en de actuarieel benodigde premie voor het voorwaardelijk deel van de pensioenovereenkomst.

Kostenopslag
Kosten die een levensverzekeraar in rekening brengt bij het afsluiten en uitvoeren van een pensioenverzekering.

Langlevenrisico
Het langlevenrisico is het risico dat een pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij loopt dat een verzekerde persoon langer leeft dan op basis van de gehanteerde overlevingstafels wordt verwacht.

Dit risico doet zich bijvoorbeeld voor bij ouderdomspensioenen. Een ouderdomspensioen wordt vaak levenslang uitgekeerd. Op het moment dat iemand dan langer leeft dan vooraf ingeschat, betekent dit dat er meer pensioen uitgekeerd moet worden dan vooraf verwacht. Het langlevenrisico wordt in veel situaties gedragen door het pensioenfonds of de verzekeringsmaatschappij.

Leeftijdsdiscriminatie
Discriminatie op grond van leeftijd.

Levensverzekeringsovereenkomst
De in verband met het leven of de dood gesloten sommenverzekering met dien verstande dat de ongevallenverzekering niet als levensverzekering wordt beschouwd.

Lifecycle
Leeftijdsafhankelijk beleggen.

Lijfrente
Derde pijler pensioenproduct. Aanspraak op een reeks vaste (of met een vast percentage stijgende) periodieke uitkeringen, die uiterlijk bij overlijden eindigt. De aanspraak is afhankelijk van het leven van één of meerdere personen op een bepaalde leeftijd.

Liquidatie
Opheffing van een pensioenfonds.  

Liquidatieoverschot
Het positieve saldo dat overblijft na liquidatie van een pensioenfonds.

Liquidatietekort
Het negatieve saldo na liquidatie van een pensioenfonds.

Loongegevens
Specificatie van de arbeidsverhouding tussen werknemer en werkgever, met name gegevens over geldelijke vergoeding.

Loongerelateerde WGA-uitkering
Een uitkering voor werknemers die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn.

Loonindex
Loonsverhoging als de prijzen stijgen.

Looninflatie
Inflatie als gevolg van loonstijging.  

Loonstijging
Ontwikkeling van de lonen over een bepaalde periode.

Maatschappelijk beleggen
Beleggingsfilosofie waarbij naast een winststreven ook sociale en maatschappelijke doelstellingen zijn geformuleerd.

Marktrente
De op een bepaald moment geldende actuele rente die op de financiële markt geldt.

Marktwaarde
Waarde van een beleggingsobject wanneer het zou worden verkocht.  

Matching
Het zo optimaal mogelijk afstemmen van de looptijd van de activa met de looptijd van de passiva van een pensioenfonds.

Materieel toezicht
Toezicht door de DNB op de statuten, pensioenreglementen en uitvoeringsovereenkomsten van pensioenuitvoerders of deze voldoen aan de Pensioenwet en aanverwante wet- en regelgeving.

Maximumloongrens
Een bovengrens aan het loon. Over het loon daarboven vindt geen pensioenopbouw plaats.

Middelloonregeling
Pensioenregeling waarin een vast percentage van de pensioengrondslag aan pensioen wordt opgebouwd. Het pensioen is gebaseerd op het gemiddelde van de lonen van een werknemer tijdens zijn loopbaan.

Minimaal vereist eigen vermogen
Het minimumbedrag, als wijze van een buffer, van het aangehouden eigen vermogen.

Minimumtoets
Toets in het kader van het FTK, waarin het vermogen minimaal gelijk moet zijn aan de verplichtingen.

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
Departement met als belangrijkste taak het stimuleren van werkgelegenheid, moderne arbeidsrelaties en een activerende sociale zekerheid. Wet- en regelgeving over pensioenen wordt veelal vanuit dit departement gecoördineerd.

Mijnpensioenoverzicht.nl
Op mijnpensioenoverzicht.nl ziet u, naast uw AOW, hoeveel pensioen u hebt en bij welke pensioenuitvoerder (pensioenfonds of -verzekeraar). Ook ziet u wat uw nabestaanden krijgen als u overlijdt. AOW en pensioen die u al ontvangt, worden niet getoond. Wat u op deze website niet vindt, is wat u zelf voor uw oude dag hebt geregeld.

Monitoring
Het continue proces van toezicht op de juiste werking van de dienstverlening.

Multi-opf
Wet met uitvoeringsalternatief voor ondernemingspensioenfondsen, door samenwerking in een Multi-opf kan de governancelast worden verlaagd. Er zijn minder mensen nodig in de fondsorganen vanuit de betrokken ondernemingen en er kunnen schaalvoordelen worden bereikt bij de uitvoering (gezamenlijke bestuursondersteuning, vermogenspooling, gezamenlijke inkoop en administratie).

Sinds de inwerkingtreding van de Wet APF in 2015, mag er geen multi-opf meer worden opgericht. Bestaande multi-opf’en zijn na 2020 wettelijk niet meer mogelijk en dienen te worden omgevormd tot een APF of kunnen zich hierbij aansluiten.

Nabestaanden
De kinderen en de partners van de overleden (gewezen) deelnemer met wie de partner was gehuwd, een geregistreerd partnerschap of een samenlevingsovereenkomst had.

Nabestaandenpensioen
Pensioen dat, doorgaans levenslang m.u.v. wezenpensioen (tijdelijke uitkering), wordt uitgekeerd aan de partner (of kinderen) van de overleden deelnemer aan een pensioenfonds. Verzamelnaam voor weduwen-, weduwnaars-, wezen- en partnerpensioen.

Na-indexatie
Een verhoging van de pensioenuitkeringen na de feitelijke pensioeningangsdatum in verband met de na die datum gestegen lonen of prijzen.

Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP)
Komt op voor de collectieve en individuele belangen van huidige en toekomstige gepensioneerden.

Nettolijfrente
Sinds de beperking van de pensioenopbouw over het jaarsalaris van € 100.000 per 1 januari 2015, bestaat de mogelijkheid voor degenen met een salaris boven € 100.000 op vrijwillige basis pensioen te verwerven. Deze komt ongeveer overeen met een jaarlijkse bruto pensioenopbouw van 1,875% middelloon. De premie of inleg van deze mogelijkheid wordt betaald uit het netto salaris. De waarde van deze nettolijfrente is vrijgesteld in box 3. De uitkeringen worden ook niet belast in box 3. Nettolijfrente is alleen mogelijk in de derde pijler (privé lijfrente). De Pensioenwet is niet van toepassing op nettolijfrente.

Nettopensioen
Ook bij nettopensioen kan vanaf 1 januari 2015 voor het inkomen boven € 100.000 pensioen via de werkgever (tweede pijler) verworven worden. De werkgever betaalt de premie en houdt deze in op het nettoloon van de deelnemer. De Pensioenwet is van toepassing. Dit bedrag wordt elk jaar nader bekeken,  in 2018 is het bedrag € 105.075. 

Nominale rente
Rente waarbij geen rekening wordt gehouden met de inflatie. 

No-risk-polis
Een regeling die stimuleert dat werkgevers gedeeltelijk arbeidsgeschikten in dienst nemen of houden.

Objectieve rechtvaardigingsgronden
Een grond of reden die de werkgever of pensioenuitvoerder kan aandragen ter rechtvaardiging van een vorm van discriminatie.

Officiële Publicaties
Officiële bekendmakingen en Parlementaire stukken. Officiële bekendmakingen zijn verdragen en wet- en regelgeving die door de bij wet verplichte officiële bekendmaking in de Staatscourant, het Staatsblad en het Tractatenblad hun rechtsgeldigheid verwerven. Parlementaire stukken uit de Eerste en Tweede kamer zijn Kamerstukken, Handelingen, Kamervragen en Agenda’s. Zie www.overheid.nl

Ombudsman Pensioenen
Onafhankelijke instantie die klachten behandelt over de uitvoering van pensioenregeling

Omgekeerd gemengd model
Bestuursmodel waarbij de uitvoerende bestuurders externen zijn, de niet-uitvoerende (toezichthoudende) bestuursleden zijn de bestuursleden namens de werkgevers, werknemers en pensioengerechtigden.

Omkeerregel
Niet de aanspraken op grond van een pensioenregeling horen tot het fiscaal belastbare loon, maar de pensioenuitkeringen. Dit betekent dat niet de pensioenaanspraak wordt belast, maar de te zijner tijd te ontvangen pensioenuitkering.

Omvangskorting
Kosten die een levensverzekeraar verleent op de in rekening gebrachte kostenopslag.

Onafhankelijk bestuur
Een bestuur dat bestaat uit ten minste twee externe bestuurders.

Onbepaald partnersysteem
Bij dit systeem wordt voor iedere deelnemer partnerpensioen opgebouwd, ongeacht de burgerlijke staat. Op het moment van overlijden van een deelnemer wordt pas onderzocht of er een pensioengerechtigde partner is.

Onderbrengingsplicht
De werkgever dient de pensioenovereenkomst onder te brengen bij een in de Pensioenwet genoemde pensioenuitvoerder.

Ondernemingspensioenfonds (OPF)
Pensioenfonds dat de pensioenregeling uitvoert voor een onderneming of een groep van ondernemingen.

Ontslag
Beëindiging van het dienstverband anders dan door overlijden of pensionering, waardoor het deelnemerschap aan de pensioenregeling wordt beëindigd.

Onzuivere pensioenregeling
Een pensioenregeling die wordt uitgevoerd door een niet toegelaten pensioenuitvoerder of als de regeling het wettelijk kader van artikel 18 tot en met 18h van de Wet op de loonbelasting 1964 te buiten gaat.

Opbouwpensioenregeling
Een pensioenregeling waarbij jaarlijks een percentage van de dan geldende pensioengrondslag als pensioenaanspraak wordt verleend.

Opbouwpercentage
Een vast percentage van de pensioengrondslag waarover pensioen wordt opgebouwd. Dit percentage verschilt per pensioenregeling.

Opdrachtaanvaarding
Artikel 102a Pensioenwet stelt eisen aan de opdrachtaanvaarding door een pensioenfonds. Deze eisen worden gesteld aan het besluit van het bestuur en niet aan het akkoord dat sociale partners hebben gesloten.

De volgende eisen ingevolge artikel 102a Pensioenwet zijn van toepassing:

  • Het bestuur draagt in overleg met de overige organen van het pensioenfonds zorg voor de vastlegging van de doelstellingen, beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, van het pensioenfonds.
  • Het bestuur streeft ernaar om bij sociale partners zo veel mogelijk duidelijkheid te verkrijgen over de doelstellingen, het ambitieniveau van de toeslagverlening en de risicohouding, die ten grondslag liggen aan de pensioenregelingen die zij als opdracht in uitvoering aan het pensioenfonds geven.
  • Het bestuur moet zorg dragen voor een formele opdrachtaanvaarding
  • Het bestuur toetst voorafgaand aan de opdrachtaanvaarding aan de doelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, van het pensioenfonds.

Opties
Het recht om een aandeel te kopen of te verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs op een bepaald tijdstip.  

Ouderdomspensioen
Het bedrag waarop degene die deelneemt of heeft deelgenomen in een pensioenregeling, levenslang aanspraak kan maken wanneer hij/zij de reglementair gerechtigde pensioenleeftijd heeft bereikt.

Overbruggingspensioen
Een tijdelijk pensioen in plaats van AOW. Het gaat in bij pensionering vóór 65 jaar en 3 maanden en loopt door tot 65 jaar en 3 maanden. Daarna wordt AOW uitgekeerd. Dit is afgeschaft.

Overrente
Het verschil tussen het rendement dat een pensioenfonds realiseert op zijn beleggingen en het rentepercentage dat het fonds hanteert bij de berekening van zijn toekomstige verplichtingen.

Overrentedeling
Vorm van resultatendeling waarbij op grond van het verzekeringscontract een deel van de door de verzekeringsmaatschappij behaalde overrente aan de verzekeringnemer wordt uitgekeerd in de vorm van een premierestitutie of een premieverlaging.

Parameters
Uitgangspunten die bij een berekening worden gehanteerd. 

Paritair bestuur
Organisatorische samenstelling waarin werkgevers en werknemers (of hun afgevaardigden) op gelijke wijze vertegenwoordigd zijn.

Partner
Een echtgenoot of partner van een (gewezen) deelnemer die gehuwd is of een geregistreerd partnerschap of een (notarieel) samenlevingsovereenkomst heeft met deze (gewezen) deelnemer.

Partnerpensioen
Pensioen ten behoeve van de partner. Uitkering vindt plaats na overlijden van de deelnemer. Is dus een nabestaandenpensioen, een term die sommige fondsen gebruiken. Het partnerpensioen kan opgebouwd of op risicobasis zijn. Een opgebouwd partnerpensioen blijft staan als de deelneming eindigt. Bij het partnerpensioen op risicobasis vervalt het partnerpensioen als de deelneming eindigt (doordat de premiebetaling stopt, bijvoorbeeld bij ontslag). 

Passief beleggen
Met passief beleggen wordt bedoeld dat men niet een portefeuille samenstelt om een hoger rendement dan de index te behalen, maar om zo nauwkeurig mogelijk een bepaalde index te volgen.  

Pensioen
Verzamelnaam voor periodieke uitkeringen (meestal maandelijks), die het vroegere salaris vervangen in geval van ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid. Gemeenschappelijk kenmerk is, dat de uitbetaling van het pensioen in elk geval eindigt zodra de rechthebbende is overleden en dat de opbouw ervan plaatsvindt in verband met het verrichten van arbeid.

Pensioenaanspraak
Een recht op toekomstige pensioenuitkeringen. Dit recht ontstaat door deelname aan een pensioenregeling.

Pensioenakkoord
Centraal akkoord uit 2011 dat is gesloten door werkgevers en werknemers en daarmee toekomstbestendige en structureel houdbare pensioenen mogelijk zou maken. Door recente wetswijzigingen in bijvoorbeeld de Pensioenwet zijn feitelijk gemaakte afspraken in het akkoord niet meer van toepassing.

Pensioenambitie
De hoogte van het pensioen die op de lange termijn nagestreefd wordt.

Pensioenbreuk
Pensioennadeel dat kan ontstaan als een werknemer van werkkring verandert, en daardoor van pensioenfonds of -verzekeraar. Bestaande pensioenaanspraken worden dan soms niet meer aangepast aan de prijs- of loonontwikkeling. De pensioenaanspraken worden hierdoor uiteindelijk minder waard.Het nadeel kan ook ontstaan als de werknemer in de nieuwe baan carrière maakt en meer gaat verdienen. De ´oude´ pensioenaanspraken blijven gekoppeld aan het ´oude´ salaris. Ze stijgen niet mee met het toekomstige salaris. Werknemers kunnen daarom hun opgebouwde pensioenaanspraken meenemen naar hun nieuwe pensioenfonds of -verzekeraar.

Pensioen-BV
Pensioenfonds in de vorm van een besloten vennootschap

Pensioenclausule
Clausule op een polis van een kapitaalverzekering die bepaalt dat te zijner tijd het bereikte kapitaal uitsluitend kan en zal worden aangewend voor de aankoop van pensioen in de zin van de Pensioenwet.

Pensioenconvenant
De op 9 december 1997 tussen het Kabinet en de STAR gemaakte afspraak, om de collectieve pensioenregelingen kostenbeheersend te moderniseren en toegankelijker te maken.

Pensioendatum
De datum waarop krachtens de pensioenregeling het ouderdomspensioen standaard ingaat.

Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW)
De PSW was van 1952 tot 2007 de wet waarin veel pensioenregels waren vastgelegd. Deze wet is nu vervangen door de Pensioenwet.  

Pensioenfederatie
Samenwerkingsverband uit 2010 tussen de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen (OPF), de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen (VB) en de Unie van Beroepspensioenfondsen (UvB). Per 1 januari 2014 zijn de VB, de UvB en OPF volledig opgegaan in de Pensioenfederatie en zijn daarmee opgehouden te bestaan. Per die datum is de Pensioenfederatie de enige koepel die de belangen behartigt van de Nederlandse pensioenfondsen.

Pensioenfonds
Een rechtspersoon die de pensioenregeling uitvoert voor één of meer bedrijfstakken, voor een onderneming of een groep van ondernemingen of voor vrije beroepsbeoefenaren.

Pensioengat
Het verschil tussen de gewenste hoogte van het pensioen en het feitelijke pensioen.

Pensioengerechtigde
Persoon voor wie het pensioen is ingegaan.

Pensioen(gevend) salaris
Het salaris en alle overige beloningselementen waarover pensioen wordt opgebouwd.

Pensioenjaar
Het jaar dat een werknemer deelneemt aan een pensioenregeling, waardoor het jaar meetelt in de pensioenopbouw.

Pensioengrondslag
Het deel van het loon waarover pensioen wordt opgebouwd. In de praktijk is dit meestal het pensioengevend loon minus de franchise.

Pensioenkapitaal
Het totaal door de deelnemer opgebouwd vermogen, aan te wenden voor pensioenaanspraken.

Pensioenkeuring
Een medisch onderzoek naar de gezondheid van de betrokkene en het stellen van vragen over de gezondheid. Dit volgt uit de Wet op de medische keuringen.

Pensioenleeftijd
De leeftijd waarop iemand met pensioen gaat.

Pensioenovereenkomst
De arbeidsvoorwaardelijke afspraken tussen de werkgever of werkgeversorganisaties en de werknemer of werknemersorganisaties die betrekking hebben op pensioen.

Pensioenrecht
Het recht op ingegaan pensioen.

Pensioenregeling
In de pensioenovereenkomst gemaakte afspraken over het pensioen.

Pensioenregister
Een digitaal totaaloverzicht van alle bij pensioenfondsen en pensioenverzekeraars opgebouwde pensioenaanspraken en te bereiken pensioenen. Het bevat ook het recht op AOW. Het pensioenregister is benaderbaar via mijnpensioenoverzicht.nl.

Pensioenreglement
Het pensioenreglement beschrijft de rechten en plichten tussen pensioenfonds en deelnemer. In het pensioenreglement is vermeld wie deelnemen aan de regeling en hoe hoog de pensioenen zijn en wanneer ze ingaan. Het pensioenreglement is de juridische basis waaraan de betrokkenen hun aanspraken en uitkeringen ontlenen.

Pensioenrichtleeftijd
De in de pensioenregeling vastgelegde leeftijd waarop het pensioen ingaat. Deze is per 1 januari 2018 verhoogd van 67 naar 68 jaar.

Pensioengevend salaris
Term waarmee in loonafhankelijke pensioenregelingen wordt aangegeven welke elementen in de totale beloning van een deelnemer meetellen bij het bepalen van de op te bouwen pensioenaanspraken.

Pensioenshoppen
Aanwending op de pensioendatum van een bij een verzekeringsmaatschappij opgebouwd en tot uitkering komend pensioenkapitaal voor de inkoop van een periodieke pensioenuitkering bij een door de consument vrij te kiezen verzekeringsmaatschappij.

Pensioenuitvoerder
Een op grond van de Pensioenwet toegelaten pensioenfonds of verzekeraard die de pensioentoezegging voor de werkgever uitvoert.

Pensioenverevening
Bij een scheiding wordt het tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap opgebouwd ouderdomspensioen verdeeld.

Pensioenvermogen
De reserve van het pensioenfonds plus de technische voorzieningen.

Pensioenverplichtingen
Verplichting om vanaf de afgesproken pensioendatum pensioen uit te kunnen keren.

Pensioenwet
Wet waarin regels zijn opgenomen ter waarborging van pensioenen.

Pensioen 1-2-3
Pensioen 1-2-3 is bestemd voor nieuwe en bestaande deelnemers aan een pensioenregeling en wordt aangeboden door de uitvoerder van de pensioenregeling of door de werkgever. Pensioen 1-2-3 zal de startbrief vervangen en het biedt de deelnemer gelaagde informatie over de pensioenregeling. 

Pension Fund Governance (PFG)
Principes voor goed pensioenfondsbestuur. Het gaat daarbij vooral om de wijze waarop het bestuur is georganiseerd, het bestuur verantwoording aflegt aan belanghebbenden en de wijze waarop het intern toezicht is georganiseerd. Sinds 1 juli 2014 is de Wet versterking bestuur pensioenfondsen volledig in werking getreden. Onderdeel van de lagere regelgeving behorende bij deze wet is de Code Pensioenfondsen.

Pan-Europees Persoonlijk pensioenproduct (PEPP)
Een verordening voor een Europees aanvullend pensioen. Deze verordening heeft grote gevolgen, omdat de Europese wetgeving voorgaat op nationale wetgeving. De Europese Commissie hoopt met deze lancering een Europese pensioenmarkt te creëren die grensoverschrijdend uitgevoerd en overgedragen kan worden.

Performancetoets
Het gemiddelde van door een bedrijfstakpensioenfonds behaalde beleggingsresultaten gemeten over een langere periode.

Portability richtlijn
Deze richtlijn heeft doel de mobiliteit binnen de EU te vergroten door het eenvoudiger te maken voor werknemers om pensioen op te bouwen en te behouden wanneer zij in een andere lidstaat gaan werken.

Premie
Het geld dat een werkgever periodiek aan het pensioenfonds afdraagt voor de financiering van pensioen.

Premiedekkingsgraad
Is gelijk aan het pensioenvermogen minus de beleggingsreserve gedeeld door de toetsingsvoorziening.

Premiedemping
Een methode om fluctuaties bij de vaststelling van de premie te voorkomen.

Premiedepot
Premiedepot komt voor in een CDC-pensioenregeling. Het premiedepot is bedoeld ter bescherming van de pensioenopbouw voor actieve deelnemers. Als de jaarlijkse pensioenpremie die de werkgever betaalt onvoldoende is voor volledige pensioenopbouw, zal geld onttrokken worden uit het premiedepot. Als de jaarlijkse pensioenpremie die de werkgever betaalt meer is dan benodigd voor volledige pensioenopbouw, zal het verschil gestort worden in het premiedepot.

Premiefactuur
Ook wel premienota. Specificatie van de premies in rekening gebracht bij de werkgever.

Premiekortingsgrens
Begrip dat wordt gehanteerd voor het niveau waarboven het mogelijk is terug stortingen te doen aan de werkgever, een premievakantie te verlenen of premiekorting te verstrekken aan de werkgever/werknemers.

Premiepensioeninstelling (PPI)
Een, sinds 1 januari 2011,  type pensioenuitvoerder, die een zuivere premieovereenkomst (beschikbare premieregeling in beleggingen) uitvoert. De PPI mag geen biometrische en verzekeringstechnische risico’s verzekeren. Ook mag een PPI zelf geen pensioen uitkeren, dit tot tegenstelling van een Algemeen Pensioenfonds (APF). Op het moment van pensioneren draagt de PPI het opgebouwde pensioenkapitaal over aan een verzekeraar.

Premieovereenkomst
Een pensioenovereenkomst waarbij een premie wordt vastgesteld, waarmee een kapitaal wordt opgebouwd. Dit kapitaal wordt uiterlijk op de pensioendatum omgezet in een pensioenuitkering.

Premiesysteem
Een systeem van financieren van een pensioenregeling waarbij, voor de veiligstelling van de aanspraken die betrekking hebben op toekomstige jaren van deelneming, telkens een premie wordt vastgesteld die in de toekomst gelijkblijvend wordt verondersteld.

Premievakantie
Periode waarover geen premie hoeft te worden betaald.

Premievrije aanspraken bij ontslag
Als het deelnemerschap aan een pensioenregeling eindigt, anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioendatum, krijgt de gewezen deelnemer een premievrije aanspraak pensioen.

Premievrije opbouw (PVO)
Wanneer een deelnemer aan een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt wordt, komt de pensioenopbouw voor rekening van het pensioenfonds. De meeste pensioenfondsen kennen zo’n regeling.

Prepensioen
Tijdelijk pensioen voor de periode vóór 65 jaar. Dit is afgeschaft.

Prijsstijging
Ontwikkeling van de prijzen over een bepaalde periode.

Private equity en hedge funds
Private equity betekent letterlijk privaat vermogen. Het is de benaming voor investeerders die buiten de aandelenbeurs om bedrijven financieren. Een beursgenoteerd bedrijf kan extra aandelen uitgeven op de beurs als het geld nodig heeft, een niet-beursgenoteerd bedrijf kan dat niet. Als een dergelijk bedrijf geld nodig heeft kan het deze ophalen bij een bank of bij private investeerders. Private equity fondsen zijn gericht op de lange termijn (gemiddeld 5 jaar) en direct betrokken bij de bedrijfsvoering van hun investeringen. Zij kijken naar de onderliggende, structurele waardecreërende potentie van een bedrijf.

Hedgefund is een verzamelnaam voor verschillende beleggingsinstellingen die voornamelijk profiteren van beursgerelateerde activiteiten. Zij zijn gericht op de korte termijn en hebben geen directe betrokkenheid bij hun investeringen.

Prudentieel toezicht
Toezicht gericht op het bevorderen van de financiële degelijkheid van financiële instellingen. De Nederlandsche Bank voert in hoofdzaak het prudentieel toezicht uit. 

Prudent Person
Pensioenfondsen beleggen in overeenstemming met het prudent person beginsel, oftewel als een ‘goed huisvader’. Het pensioenfonds moet bij beleggingen rekening houden met de belangen van alle belanghebbenden.

Q – Geen pensioenbegrippen
Er zijn geen pensioenbegrippen beginnend met een Q.

Raad van toezicht
De Raad van toezicht is het interne toezichtorgaan van een pensioenfonds. De Raad van toezicht heeft als taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in het pensioenfonds.

Reductie
Op verzoek van de deelnemer een tijdelijke vermindering van de premie en de pensioenopbouw. Dit kan alleen bij beroepspensioenfondsen.

Reële dekkingsgraad
In de reële dekkingsgraad wordt de verwachte stijging van de prijzen meegenomen als pensioenverplichting. Een reële dekkingsgraad van 100% wil zeggen dat een pensioenfonds voldoende vermogen heeft om aan de pensioenverplichtingen te voldoen én om de pensioenen volledig te verhogen met de verwachte stijging van de prijzen.

Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten
De regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten is bedoeld voor mensen die na twee jaar arbeidsongeschiktheid voor een deel nog in staat zijn om te werken.

Registratie Niet-Ingezetenen (RNI)
Als iemand verhuist naar het buitenland dan verhuist het overzicht met persoonsgegevens naar het niet-ingezetene-deel van de BRP. Dit heet ook wel de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). Mensen die korter dan 4 maanden naar Nederland komen, kunnen zich laten registreren als niet-ingezetene in de RNI. Dat is van belang bij tijdelijk werk of studie in Nederland. Daarvoor is namelijk een burgerservicenummer (BSN) nodig dat verstrekt wordt bij de eerste inschrijving.

Rekenrente
De rekenrente is de rente (rendement) waar pensioenfondsen maximaal mee mogen rekenen als ze berekeningen voor de toekomst maken. De rekenrente is het rendement dat het belegde pensioen/verzekeringsvermogen wordt geacht minimaal op te brengen in de toekomst.
De rekenrente is dus een fictief rendementspercentage dat bij pensioen en verzekeringen gebruikt wordt. In verband met de risico’s, mogen pensioenfondsen hierbij niet met een (te) hoge rekenrente rekenen. DNB schrijft nadrukkelijk voor welke rekenrente gehanteerd mag worden.

Rendement
Het positieve of negatieve resultaat dat een pensioenfonds behaalt met de belegging van de pensioengelden.

Rente(stand)korting
De premies van een pensioenverzekering worden door de verzekeraar veelal vastgesteld met behulp van een rekenrente. Als de verzekeraar meer rendement maakt, kan een deel van dit overrendement worden teruggegeven. Bij rentestandkorting wordt het verschil tussen de rente op een pakket staatsleningen (u-rendement) en de rekenrente gedeeltelijk teruggegeven in de vorm van een korting op de (toekomstige) premie.

Rentetermijnstructuur
Bij de rentetermijnstructuur hangt de rente af van de looptijd van de uitkeringen.

Reserveringsruimte
De reserveringsruimte is de niet-benutte jaarruimte van de afgelopen zeven jaar.

Reservetekort
Er is sprake van een reservetekort op het moment dat het eigen vermogen van een pensioenfonds lager is dan het vereist eigen vermogen, maar hoger is dan het minimaal vereist eigen vermogen.

Ringfencing (verbod op)
Indien een pensioenfonds meerdere pensioenregelingen uitvoert vormen deze pensioenregelingen financieel één geheel. Tot de introductie van het Algemeen pensioenfonds verbood de Pensioenwet het afscheiden van vermogens binnen hetzelfde pensioenfonds. Bij een Algemeen pensioenfonds is het juist de bedoeling dat er afgescheiden vermogens worden aangehouden.

RJ 271
De nieuwe richtlijn 271.3 van de Raad voor de Jaarverslaglegging is sinds 1 januari 2010 van kracht met een aanpassing van RJ 271. Hierin wordt afstand genomen van de strikte scheiding tussen DB- en DC-verslagleggingsregels. In de nieuwe RJ 271 wordt gekeken naar het risico dat een bedrijf loopt ten opzichte van het pensioenfonds. Dit wil zeggen dat de uitvoeringsovereenkomst tussen bedrijf en fonds leidend is voor de pensioenverplichting die het bedrijf op de balans moet opnemen.

Risicopremie
De risicopremie is de premie voor een risicoverzekering. Een risicoverzekering komt alleen tot uitkering op het moment dat het risico zich tijdens de verzekering intreedt. Een overlijdensrisicoverzekering komt alleen tot uitkering op het moment dat de verzekerde komt te overlijden tijdens de verzekerde periode.

Salaris/diensttijdregeling
Het uiteindelijke pensioen hangt in een salaris/diensttijdregeling af van het aantal jaren dat een werknemer in dienst is geweest bij een werkgever en het salarisverloop tijdens de werkzame periode. Het op te bouwen pensioen is in deze pensioenregeling een gewogen gemiddelde van alle pensioengrondslagen. Een middelloonregeling is een voorbeeld van een salaris/diensttijdregeling.

Samenlevingsovereenkomst
Een schriftelijk overeenkomst die de vermogensrechtelijke verhoudingen regelt tussen twee personen die een gezamenlijke huishouding voeren en op hetzelfde adres wonen. Meestal in een notariële akte vastgelegd.

Scheiding
Het uit elkaar gaan van getrouwde, geregistreerde of niet geregistreerde partners.

Sekseneutraal
Van sekseneutraal is sprake als bij de vaststelling van tarieven geen onderscheid wordt gemaakt naar het geslacht van de verzekerde.

Slaper
Een persoon (oud-werknemer) voor wie niet langer pensioenpremie wordt betaald. Andere term die ook gebruikt wordt is ‘gewezen deelnemer’.

Sociaal Economische Raad (SER)
Adviesorgaan van de regering op sociaal en economisch gebied. De SER is samengesteld uit 11 werknemersvertegenwoordigers, 11 werkgeversvertegenwoordigers en 11 Kroonleden.

Sociale Verzekeringsbank (SVB)
Overheidsorgaan dat belast is met de uitvoering van de AOW en de Anw.

Solvabiliteit
Het vermogen van de pensioenuitvoerder om op langere termijn aan verzekerings- of pensioenverplichtingen te kunnen voldoen.

Solvabiliteitseisen
De eisen die de wetgever stelt aan de solvabiliteit van banken, pensioenfondsen en verzekeraars.

Solvency I
Solvency I geeft wettelijke solvabiliteitseisen waar verzekeraars aan moeten voldoen. Onder Solvency I wordt in de vereiste solvabiliteit uitsluitend rekening gehouden met verzekeringstechnisch risico.

Solvency II
Onder Solvency II dient de aanwezige solvabiliteit groter te zijn dan de vereiste solvabiliteit. Het risicomanagement en het risicobudgetteren neemt in belang toe bij Solvency II.

Sommenverzekering
Een sommenverzekering keert bij een gedekte gebeurtenis het overeengekomen bedrag uit. De verzekerde hoeft geen financieel nadeel te hebben.

Stamrecht
Een stamrecht is een recht op een periodieke uitkering over een in het verleden ontvangen bruto ontslagvergoeding waarover nog belasting moet worden betaald.

Startbrief
Een document dat binnen drie maanden na de start van deelname aan de pensioenregeling aan de deelnemer moet worden verstrekt. In dit document wordt de deelnemer geïnformeerd over een aantal onderwerpen waaronder de inhoud van de pensioenregeling en de toeslagverlening. Werkgevers zijn verplicht nieuwe werknemers aan te melden bij het pensioenfonds. Per 1 juli 2016 is de startbrief definitief vervangen door de verplichte Pensioen 1-2-3.

Sterfterisico
Sterfterisico is het risico voor een pensioenfonds of verzekeraar, dat er schade optreedt als gevolg van sterfte die gemiddeld hoger of lager is dan verwacht.

Sterftetafel
Een sterftetafel is een statistische beschrijving van het (af)stervingsproces van de Nederlandse bevolking. In een sterftetafel kun je de sterftekansen en de levensverwachting van elke leeftijd terugvinden.

Stichting van de Arbeid
Overlegorgaan van werkgevers en werknemers in Nederland. Hierin worden actuele thema’s op het gebied van arbeidsvraagstukken en arbeidsverhoudingen besproken. Deze besprekingen kunnen uitmonden in nota’s en verklaringen met aanbevelingen aan werkgevers en vakbonden die in bedrijfstakken en ondernemingen collectieve arbeidsovereenkomsten afsluiten. Ook adviseert de Stichting desgevraagd de overheid over bepaalde onderwerpen op dit terrein.

Stopbrief
Een document dat binnen drie of vier maanden na beëindiging van deelname aan de pensioenregeling aan de gewezen deelnemer moet worden gestuurd. In de brief staat een overzicht van het opgebouwde pensioen en informatie over toeslagverlening en waardeoverdracht. Werkgevers zijn verplicht vertrekkende werknemers af te melden bij het pensioenfonds.

Technische winstdeling
Onderdeel van een verzekeringsovereenkomst op grond waarvan de verzekeringnemer deelt in positieve verzekeringstechnische resultaten, dat wil zeggen resultaten op sterfte en arbeidsongeschiktheid.

Technisch resultaat
Pensioenfondsen en verzekeraars die de pensioenuitkeringen moeten betalen maken sterftewinst als deelnemers met aanspraken op ouderdomspensioen minder oud worden dan verwacht.

Tijdelijk partnerpensioen
Een tijdelijke verhoging van het nabestaandenpensioen, die doorgaans eindigt op de vijfenzestigste verjaardag van de gerechtigde. Na die verjaardag geldt voor de gerechtigde een lager belastingtarief en bovendien hoeven dan geen premies voor sociale verzekeringen meer te worden betaald. Het tijdelijk nabestaandenpensioen is bedoeld om tot die verjaardag de inkomenseffecten van het hogere belastingtarief en de premieplicht op te vangen.

Tijdelijk ouderdomspensioen (TOP)
In veel pensioenregelingen bestond de mogelijkheid om vóór de 65e verjaardag met pensioen te gaan. In de periode tussen de desbetreffende pensioenleeftijd en de 65e verjaardag ontving de gepensioneerde nog geen AOW- uitkering. Personen die jonger zijn dan 65 jaar zijn bovendien verplicht bepaalde sociale verzekeringspremies te betalen, die na de 65e verjaardag niet meer verschuldigd zijn.

Om het inkomensverschil in de periode vóór de 65e verjaardag te overbruggen, bevatten veel pensioenregelingen een overbruggingspensioen. Dit kan bestaan uit enerzijds een extra uitkering die de AOW-uitkering vervangt en anderzijds een compensatie voor nog te betalen sociale verzekeringspremies.

Tijdsevenredig ouderdomspensioen
In geval van ontslag vóór de pensioendatum krijgt de (oud-)werknemer een recht op een tijdsevenredig ouderdomspensioen. Dit pensioen bestaat uit het verschil tussen het ouderdomspensioen dat de gewezen deelnemer zou hebben gekregen als hij zou hebben deelgenomen tot de pensioendatum, en het ouderdomspensioen dat hij zou hebben gekregen als hij zou hebben deelgenomen vanaf het tijdstip waarop zijn deelneming eindigde tot de pensioendatum.

Toeslagambitie
Ambitie van pensioenfondsen om toeslag te verlenen.

Toeslagenlabel
Informatie over de verwachte verhoging van het pensioen in de komende 15 jaar. In het toeslagenlabel wordt de verwachte verhoging van het pensioen vergeleken met de verwachte prijsstijging. Per 1 januari 2015 is de informatieverstrekking over toeslagverlening vormvrij. Het is niet meer verplicht om de toeslagenmatrix of het toeslagenlabel te gebruiken.

Toeslagenmatrix
Bij een voorwaardelijke toeslagverlening moet er sprake zijn van een consistent geheel van gewekte verwachtingen, financiering en het realiseren van voorwaardelijke toeslagverlening. In het verlenen waren pensioenuitvoerders verplicht om de tekst uit de toeslagenmatrix te gebruiken om de voorwaardelijkheid van de toeslagverlening te beschrijven. De communicatie over de voorwaardelijkheid van toeslagverlening is inmiddels vormvrij. De beleidsregel toeslagenmatrix is per september 2015 komen te vervallen. 

Toeslagverlening
Verhoging (indexatie) van een pensioen of van een aanspraak op pensioen. Wordt in beginsel jaarlijks verleend op grond van een in het pensioenreglement omschreven regeling. Toeslagverlening is meestal gekoppeld aan loon- of prijsstijging. En kan voorwaardelijk of onvoorwaardelijk zijn.

Toezichthouders
Organisatie die toezicht houdt op pensioenfondsen. Zie bij de Nederlandsche Bank (DNB) en Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Transitievergoeding
Een onder voorwaarden wettelijk verplicht gestelde vergoeding van de werkgever aan de werknemer bij het einde van het dienstverband. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald op basis van het maandsalaris en het aantal dienstjaren van de werknemer. Vanaf 1 juli 2015 hebben alle werknemers recht op een transitievergoeding als zij ten minste 2 jaar in dienst zijn geweest en als de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever wordt beëindigd of niet wordt voortgezet/verlengd.

Tweede pijler pensioen
Collectieve, aan arbeidsrelatie verbonden pensioenvoorziening.

UFR = ultimate forward rate
De Ultimate Forward Rate (UFR) werd op 2 juli 2012 met terugwerkende kracht tot 30 juni 2012 door de Nederlandsche Bank als eerste voor verzekeraars in Nederland ingevoerd. Het is een risicovrije rekenrente voor langjarige contracten, waarin wegens de lange looptijd onvoldoende handel in bestaat. Ook wel ‘langetermijnrente’ genoemd. Inmiddels is de UFR alweer geruime tijd ook van toepassing voor pensioenfondsen.

Op 15 juli 2015 is de bepaling van de UFR door DNB aangepast. De nieuwe berekeningsmethode leidt tot een UFR die op dit moment 3,3% bedraagt. Dit is lager dan de UFR van 4,2% die tot 15 juli 2015 gold. Door de waardering tegen een lagere rente leidde de nieuwe UFR tot een lagere dekkingsgraad en hogere pensioenpremies.

Uitbestedingsovereenkomst
Overeenkomst tussen het pensioenfonds en het pensioenuitvoeringsorganisatie over de werkzaamheden die voor het pensioenfonds worden gedaan.

Uitkeringsovereenkomst
Pensioenovereenkomst waarbij een pensioenuitkering wordt vastgesteld.

Uitlooprisico
Voor het arbeidsongeschiktheidspensioen geldt dat de verzekering blijft gelden waaraan de werknemer deelnam op de eerste ziektedag. Als de arbeidsongeschiktheid toeneemt, wordt ook die toename verzekerd in de oude regeling.

Uitruil
De mogelijkheid voor deelnemers om te kiezen tussen nabestaandenpensioen of een hoger (of eerder ingaand) ouderdomspensioen.

Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV)
UWV verzorgt de uitvoering van de sociale verzekeringen voor werknemers: de Werkloosheidswet (WW), de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).

Uitvoeringskosten
Er worden drie kostensoorten onderscheiden: de kosten van het pensioenbeheer, de kosten van het vermogensbeheer en de transactiekosten. Transactiekosten zijn onderdeel van het vermogensbeheer.

Uitvoeringsovereenkomst
Overeenkomst tussen de werkgever en het pensioenfonds over de uitvoering en financiering van de pensioenregeling.

Uitvoeringsreglement
De door een bedrijfstakpensioenfonds opgestelde regeling met betrekking tot de verhouding tussen pensioenuitvoerder en werkgever en de door een pensioenuitvoerder opgestelde regeling inzake de uitvoering van de pensioenovereenkomsten met zijn werknemers.

Unisekstafel
Sterftetafel die onafhankelijk van het geslacht, over een bepaalde waarnemingsperiode de sterftekans per leeftijd aangeeft.

Uniform pensioenoverzicht (UPO)
Het Uniform pensioenoverzicht (UPO) is een overzicht van de pensioenaanspraken. Actieve deelnemers krijgen dit overzicht ieder jaar. Gewezen deelnemers ontvangen één keer in de vijf jaar een UPO. Pensioenfondsen en verzekeraars zijn verplicht deelnemers van adequate informatie te voorzien over hun pensioenregelingen. De pensioenkoepels hebben daartoe de zogenoemde UPO-modellen ontwikkeld.

Het UPO voor actieve deelnemers is wettelijk verankerd. De andere UPO-modellen zijn als ‘best practice’ te beschouwen. Op de website www.uniformpensioenoverzicht.nl staan alle beschikbare UPO-modellen met toelichtingen en handleidingen.

UWV
Uitvoeringsinstituut werknemers Verzekering. Voert de wettelijke sociale verzekeringen uit op het gebied van werkloosheid (WW) en arbeidsongeschiktheid (WAO, WIA, Wajong).

Vast pensioenbedrag
Een pensioen dat gedurende de deelnemingstijd en onafhankelijk van het individuele salaris wordt opgebouwd.

Veegwet
Een veegwet is bedoeld om onvolkomenheden in een aantal wetten te verhelpen. Bijvoorbeeld de Veegwet Pensioenwet.

Verantwoordingsorgaan
Een pensioenfonds met een paritair bestuur of een paritair gemengd dan wel omgekeerd gemengd bestuur stelt een verantwoordingsorgaan in. In het verantwoordingsorgaan zijn de deelnemers en de pensioengerechtigden evenredig op basis van onderlinge getalsverhoudingen vertegenwoordigd. De werkgever kan vertegenwoordigd zijn in het verantwoordingsorgaan, indien de werkgever of de deelnemers en pensioengerechtigden dit wensen.

Het verantwoordingsorgaan is een orgaan waar het bestuur verantwoording aan aflegt over het beleid en de wijze waarop het is uitgevoerd. Het verantwoordingsorgaan heeft de bevoegdheid een oordeel te geven over het handelen van het bestuur aan de hand van het jaarverslag, de jaarrekening en andere informatie, waaronder de bevindingen van het intern toezicht, over het door het bestuur uitgevoerde beleid, evenals over beleidskeuzes voor de toekomst. Dit oordeel wordt, samen met de reactie van het bestuur daarop, bekend gemaakt en in het jaarverslag opgenomen.Het verantwoordingsorgaan brengt daarnaast advies uit onder meer over:

  • Het beleid inzake beloningen
  • De profielschets voor leden van de raad van toezicht
  • Het vaststellen en wijzigen van een interne klachten- en geschillenprocedure
  • Het vaststellen en wijzigen van het communicatie- en voorlichtingsbeleid
  • Gehele of gedeeltelijke overdracht van de verplichtingen van het pensioenfonds of de overname van verplichtingen door het pensioenfonds
  • Liquidatie, fusie of splitsing van het pensioenfonds
  • Het sluiten, wijzigen of beëindigen van een uitvoeringsovereenkomst
  • Het omzetten van het pensioenfonds in een andere rechtsvorm
  • De samenstelling van de feitelijke premie en de hoogte van de premiecomponenten

Verbond van verzekeraars
Belangenorganisatie voor in Nederland werkzame particuliere levens-, schade- en natura- en uitvaartverzekeraars, opgericht ter behartiging van de gemeenschappelijke belangen en ter bevordering en instandhouding van de goede naam van het verzekeringsbedrijf in Nederland.Verevenen
Verdeling van tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenaanspraken volgens de systematiek van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. 

Vereveningsgerechtigde
De (ex)-partner van een persoon met pensioenaanspraken die worden verevend.

Vereveningsplichtige
De persoon die zelf de pensioenaanspraken heeft opgebouwd, die als gevolg van deze Wet verevening pensioenrechten bij scheiding worden verevend.

Verevening van de pensioenrechten bij scheiding
Als het huwelijk of het geregistreerd partnerschap eindigt, heeft de ex-partner recht op uitbetaling van de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk of het geregistreerd partnerschap is opgebouwd. Dit heet verevening. Het is mogelijk om onderling een andere verdeling af te spreken of dat verevening helemaal niet plaatsvindt. Zie Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding.

Verplichte aansluiting
Het aansluiten van een werkgever bij het bedrijfstakpensioenfonds omdat hij op basis van zijn werkzaamheden onder de verplichtstelling van een bedrijfstakpensioenfonds valt.

Verplichtstelling
Beschikking die aan bedrijven de verplichting oplegt om deel te nemen aan een bedrijfstakpensioenfonds. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) kan zo’n beschikking treffen na een verzoek van een naar zijn oordeel voldoende representatieve vertegenwoordiging van het georganiseerde bedrijfsleven in een bepaalde bedrijfstak.
Alvorens een verplichtstellingsbeschikking te treffen, overlegt de minister van SZW met onder andere de Sociaal Economische Raad (SER) en de Nederlandsche Bank.
Een verplichtstellingsbeschikking kan betrekking hebben op alle bedrijfsgenoten (degenen die in de desbetreffende bedrijfstak werkzaam zijn) of op bepaalde groepen van bedrijfsgenoten.
Op de website van het ministerie van SZW staat een overzicht van alle besluiten tot verplichtstellingen voor bedrijfstakpensioenfondsen.

Visitatiecommissie van een pensioenfonds
Een zelfstandig orgaan dat de invulling van intern toezicht van een pensioenfonds faciliteert.

Volksverzekering
Een volksverzekering is in Nederland een verplichte, publiekrechtelijke verzekering voor iedere natuurlijke persoon die legaal ingezetene van Nederland is.

Voorwaardelijk
Een regeling is voorwaardelijk als deze afhankelijk is van het zich al dan niet
voordoen van een of meerdere toekomstige gebeurtenissen. Een voorwaardelijke regeling is dus geen gegarandeerde toezegging.

Voorwaardelijkheidsverklaring
Een toeslag is volgens artikel 95 lid 3 van de Pensioenwet alleen voorwaardelijk als in alle informatie die aan de deelnemers wordt verstrekt, en in de pensioenovereenkomst, uitvoeringsovereenkomst c.q. het uitvoeringsreglement, en het pensioenreglement, een zogenaamde voorwaardelijkheidsverklaring is opgenomen. Als dit niet gebeurt dan wordt de toeslagverlening onvoorwaardelijk en moet het pensioenfonds een technische voorziening treffen. Op die manier wordt voorkomen dat verkeerde verwachtingen ontstaan. De inhoud van de voorwaardelijkheidsverklaring is vormvrij, belangrijk is dat belanghebbenden weten dat wanneer toeslagen voorwaardelijk zijn, er voorwaarden worden gesteld aan het verlenen van toeslagen. Dat wordt aldus vermeld in een zogenaamde voorwaardelijkheidsverklaring.

Voorziening pensioenverplichtingen
De waarde van de pensioenverplichtingen is de actuariële contante waarde van de opgebouwde, premievrije en ingegane pensioenen, op basis van een gegeven actuariële methode en gegeven financieel-economische waarde.

Vrijstelling
Het door een werkgever niet hoeven deelnemen aan een pensioenregeling van een bedrijfstakpensioenfonds. Bij vrijstelling is de werkgever verplicht om een pensioenregeling te voeren die minimaal gelijkwaardig is aan de pensioenregeling van de bedrijfstak.

Vrijwillige voortzetting
De gewezen deelnemer kan ervoor kiezen maximaal drie jaar lang voor eigen rekening vrijwillig pensioen te blijven opbouwen in de pensioenregeling waarin hij deelnam.

Waardeoverdracht
Het overdragen van de contante waarde van pensioenaanspraken om pensioenverlies te voorkomen wanneer een werknemer van pensioenregeling wisselt. Pensioenaanspraken worden daartoe afgekocht door de pensioenuitvoerder die de pensioenregeling van de oude werkgever uitvoert. Het afkoopbedrag wordt vervolgens rechtstreeks overgedragen aan de pensioenuitvoerder die de pensioenregeling van de nieuwe werkgever uitvoert. De werknemer koopt daarmee bij die pensioenuitvoerder pensioenaanspraken in.
Bij baanwisseling moet worden afgewogen of waardeoverdracht van de ene pensioenuitvoerder naar een nieuwe pensioenuitvoerder gunstig is. Aan de hand van de kenmerken van beide pensioenreglementen valt dat te bepalen.

Wachttijd
Periode waarin een werknemer moet wachten om te kunnen deelnemen aan de pensioenregeling van zijn werkgever. Vaak worden na afloop van de wachttijd met terugwerkende kracht pensioenaanspraken toegekend, alsof de betrokkene reeds bij aanvang van de wachttijd deelnemer geweest.Sinds de invoering van de Pensioenwet is wachttijd voor het nabestaanden en arbeidsongeschiktheidspensioen verboden en voor het ouderdomspensioen is een wachttijd van maximaal 2 maanden toegestaan.

Welvaartsvast pensioen
Er is sprake van een welvaartsvast pensioen als de stijging van de pensioenen gelijk op gaat met de loonontwikkeling.

Werkgever
De persoon/organisatie die één of meer werknemers in dienst heeft.

Werkgeverspremie
Het deel van de pensioenpremie dat voor de rekening van de werkgever komt.

Werkloosheidswet (WW)
De WW is een werknemersverzekering die voorziet in uitkeringen aan werknemers die (gedeeltelijk) werkloos zijn. De hoogte en duur van de uitkering is afhankelijk van de hoogte van het door de werknemer genoten (dag)loon en het arbeidsverleden.

Werknemer
De persoon die een dienstbetrekking heeft met een werkgever.

Werknemerspremie
Het deel van de pensioenpremie dat voor de rekening van de werknemer komt.

Wet aanpassing fiscale behandeling vut/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL)
De pensioenregelingen zijn uiterlijk 1 januari 2006 gewijzigd. De Wet VPL wil voorkomen dat werknemers voor 65 jaar stoppen met werken. Dat is bereikt door uit te gaan van een pensioenrichtleeftijd van 65 jaar en het afschaffen van fiscale voordelen voor het overbruggingspensioen, de VUT en het prepensioen. Tevens is de levensloopregeling ingevoerd.

Wet betreffende verplichte deelneming in bedrijfstakpensioenfonds (Wet Bpf 2000)
Deze wet bevat een wettelijk kader waarbinnen de deelneming aan een bedrijfstakpensioenfonds verplicht kan worden gesteld.

Wet betreffende verplichte deelneming in beroepspensioenfonds
Deze wet schetst een wettelijk kader waarbinnen de deelneming aan een beroepspensioenfonds verplicht kan worden gesteld.

Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
De WAO is een werknemersverzekering die voorziet in uitkeringen aan werknemers die langer dan twee jaar geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van de hoogte van het door de werknemer genoten (dag)loon, de leeftijd en de mate van arbeidsongeschiktheid. De WAO is per 1-1-2006 afgeschaft en opgevolgd door de WIA.

Wet Pensioencommunicatie
Wet om de communicatie naar deelnemers te adequater te laten verlopen. De Wet pensioencommunicatie is op 1 juli 2015 gefaseerd in werking getreden en moet ervoor zorgen dat pensioenfondsen en pensioenverzekeraars informatie verstrekken die aansluit bij de wensen van de deelnemer. Het moet duidelijk zijn welke keuzes er zijn en wat de gevolgen zijn van belangrijke levensgebeurtenissen zoals bijvoorbeeld werkloosheid of overlijden voor het pensioen. Ook gaan fondsen en verzekeraars meer communiceren over onzekerheden.

Wet waardeoverdracht klein pensioen
In dit wetsvoorstel voor wijziging van de Pensioenwet zijn verschillende zaken geregeld:

–      De afkoop van klein pensioen wordt vervangen door een recht op automatische waardeoverdracht. Pensioenfondsen en verzekeraars kunnen dan kleine pensioenen bij elkaar optellen in plaats van deze uit te keren. Zo bouwen mensen meer op en blijft de pensioenbestemming van het geld bestaan.

–      Hele kleine pensioenen komen te vervallen.

–      Een wettelijke basis die het mogelijk maakt pensioenregelingen te harmoniseren naar één fiscale pensioenrichtleeftijd door collectieve waardeoverdracht.

Wet verbeterde premieregeling
Op 1 september 2016 is de Wet verbeterde premieregeling in werking getreden. Deze wet maakt het voor deelnemers aan een premieovereenkomst of kapitaalovereenkomst mogelijk om op de pensioendatum een levenslange variabele pensioenuitkering aan te kopen. Het pensioenkapitaal wordt doorbelegd, waardoor de variabele pensioenuitkering meebeweegt met de beleggingsresultaten.

Wet versterking bestuur pensioenfondsen (Wvbp)
Deze wet biedt pensioenfondsen mogelijkheden om het meest passende bestuursmodel te kiezen. De Wet versterking bestuur pensioenfondsen kent vijf verschillende bestuursmodellen en diverse vormen van intern toezicht en medezeggenschap. Daarmee kan een pensioenfonds de governance nu meer op maat maken.

Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb)
Wet waarin onder meer de voorwaarden zijn opgenomen, waaraan beroepspensioenregelingen moeten voldoen.

Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA)
De WIA is een werknemersverzekering die voorziet in uitkeringen aan werknemers die langer dan twee jaar geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. De WIA is in 2006 in werking getreden.

Wezenpensioen
Pensioen ten behoeve van de kinderen van een (gewezen) deelnemer. Uitkering vindt plaats na overlijden van de (gewezen) deelnemer, meestal tot 18 of 21 jaar, of tot 27 jaar zolang het kind studeert.

Witte vlek
Het deel van de Nederlandse werknemers in loondienst waarvoor geen pensioenvoorziening via de werkgever (2e pijler) is getroffen.

Witteveenkader 2015
Per 1 januari 2015 is de maximaal toegestane pensioenopbouw per jaar gedaald en wordt de pensioenopbouw en overlijdensdekking tot een maximaal bruto (fulltime) jaarsalaris van € 103.317(bedrag: 2017) fiscaal gefaciliteerd.Opbouwpercentages voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen zijn jaarlijks maximaal:

Ouderdomspensioen Partnerpensioen Wezenpensioen
Eindloon 1,657% 1,160% 0,232%
Middelloon 1,875% 1,313% 0,263%

 

De staffels voor de beschikbare premieregelingen zijn ook verlaagd.

Daarnaast geldt voor een partnerpensioen op eindloonbasis een hogere AOW-franchise (10/6,628 maal de AOW) dan voor middelloonregelingen (10/7,5 maal de AOW). Tot 2018 mag de middelloonfranchise gehanteerd worden bij een eindloonregeling.

Binnen een pensioenregeling kunnen werknemers over een maximum bruto jaarsalaris van € 103.317 (bedrag: 2017) (fulltime) pensioen opbouwen. Is het jaarsalaris hoger dan dit maximum dan bouwt de werknemer over het meerdere geen pensioen op. Dit geldt ook voor het nabestaandenpensioen. Dit salarisgrens geldt niet voor het arbeidsongeschiktheidspensioen.

X – Geen pensioenbegrippen
Er zijn geen pensioenbegrippen beginnend met een X.

Y – Geen pensioenbegrippen
Er zijn geen pensioenbegrippen beginnend met een Y.

Z-score
Rapportcijfer voor het rendement van het pensioenfonds. Het rendement is wat het pensioenfonds met de beleggingen verdient. De Z-score toont de mate waarin het werkelijke rendement van een pensioenfonds afwijkt van het rendement van de door het bestuur vastgestelde normportefeuille.

Zorgplicht
De wettelijke verplichting voor pensioenuitvoerders om deelnemers te wijzen op risico’s.

Zuivere pensioenregeling
Een pensioenregeling die binnen het wettelijke kader blijft van de Wet op de Loonbelasting en die wordt uitgevoerd door een toegelaten pensioenuitvoerder als bedoeld in de Wet op de Loonbelasting. Bij een zuivere pensioenregeling geldt de zogenaamde omkeerregel: de verkregen aanspraak wordt niet belast, de te zijner tijd te ontvangen pensioenuitkering wel.

ZZP
Een zelfstandige zonder personeel (zzp) dient zelf voor zijn pensioen te zorgen. Is er voorafgaand aan het ondernemerschap een betaalde baan, dan kan men in principe tien jaar na uitdiensttreding op vrijwillige basis en op eigen kosten aan de pensioenregeling van de ex-werkgever blijven deelnemen. Dit moet wel worden nagevraagd bij de pensioenuitvoerder, want niet elk pensioenreglement voorziet hierin.

Disclaimer
Swalef streeft er naar de informatie correct en actueel te houden. Aan de informatie die is verstrekt kunnen echter geen rechten worden ontleend. Swalef aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud van dit document.