IORP II: Verschillende onderwerpen

feb 11
SPEN/CION Gecertificeerd

Printen?
Download hieronder het pdf bestand.

Download PDF nieuwsbericht

Nieuwsbericht 4 van 4

Op 13 januari 2019 is de implementatiewetgeving van de herziene IORP-richtlijn (ook wel IORP II) in werking getreden. In een reeks nieuwsberichten geven wij een overzicht van de gevolgen.

Bij Swalef vinden wij het belangrijk om altijd op de hoogte te zijn van nieuwe actualiteiten. Daarom gaan wij in het vierde nieuwsbericht over de gevolgen van de IORP II richtlijn nader in op verschillende onderwerpen: beheerste bedrijfsvoering, eigenrisicobeoordeling, beloningsbeleid, uitbesteding en gereglementeerde markten. Dit zijn onderwerpen die ook terugkomen in onze pensioenopleidingen.

Lees hier ons eerste nieuwsbericht van 21 januari 2019 over de vernieuwde eisen voor een grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht. En hier ons tweede nieuwsbericht van 28 januari 2019 over communicatie. En hier ons derde nieuwsbericht van 7 februari 2019 over sleutelfuncties.

Wij hebben een track changes versie van de Pensioenwet opgesteld, waar de implementatie van IORP II is opgenomen. Bekijk hem hier.

Beheerste bedrijfsvoering

Inleiding
Pensioenfondsen waren reeds verplicht beleid op te stellen en uitvoeren ten aanzien van de beheersing van te lopen risico’s.

Verdere vastlegging regels beheerste bedrijfsvoering
Ter implementatie van de herziene IORP-richtlijn zijn hierover nadere regels vastgelegd.

Ten eerste worden nadere eisen gesteld aan het beleid dat in het kader van het risicobeheer moet worden opgesteld over de beheersing van te lopen risico’s, alsmede aan de evaluatie en actualisatie hiervan.

Ten tweede is voorgeschreven dat een pensioenfonds strategieën, processen en rapportageprocedures moet vaststellen die noodzakelijk zijn voor het regelmatig onderkennen, meten, bewaken en beheren van de risico’s waaraan het pensioenfonds en de door het pensioenfonds uitgevoerde pensioenregelingen zijn of kunnen worden blootgesteld.

Ten derde is vastgelegd op welke risico’s het beleid ten aanzien van de beheersing van te lopen risico’s ten minste gericht moet zijn.

Ten vierde is vastgelegd dat een pensioenfonds bij de uitvoering van een premieovereenkomst in de opbouwfase of een variabele uitkering de beleggingsrisico’s die deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden lopen, vanuit het oogpunt van de deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden, in aanmerking moet nemen bij het opstellen en uitvoeren van het beleid ten aanzien van de beheersing van te lopen risico’s.

Ten vijfde is de risicobeheerfunctie uitgewerkt. Deze moet zodanig opgezet worden dat zij bevorderlijk is voor het risicobeheer.

Ten zesde moet een algemeen pensioenfonds er zorg voor dragen dat de administratieve en boekhoudkundige procedures, de scheiding waarborgen tussen de afgescheiden vermogens die per collectiviteitkring worden aangehouden.

Eigenrisicobeoordeling
De implementatiewet van de herziene IORP-richtlijn verplicht pensioenfondsen in het kader van het risicobeheer ten minste driejaarlijks een zogenoemde eigenrisicobeoordeling uit te voeren.

De eigenrisicobeoordeling is een instrument voor een pensioenfonds om inzicht te krijgen in de samenhang tussen de strategie van het pensioenfonds, de materiële risico’s die het pensioenfonds kunnen bedreigen, de mogelijke consequenties hiervan voor de financiële positie van het pensioenfonds en de pensioenrechten van pensioengerechtigden en pensioenaanspraken van (gewezen) deelnemers.

De eigenrisicobeoordeling geeft inzicht in de effectiviteit van het risicobeheer inclusief de (feitelijke) beheersmaatregelen. Dit inzicht is van essentieel belang voor de vormgeving van het risicobeheer van het pensioenfonds.

De eigenrisicobeoordeling maakt integraal onderdeel uit van de strategie van het pensioenfonds en de resultaten dienen in aanmerking te worden genomen bij het nemen van strategische beslissingen.

De implementatiewet voor de herziene IORP-richtlijn stelt verschillende eisen aan de inhoud van de eigenrisicobeoordeling. Zo dient de eigenrisicobeoordeling onder andere een beoordeling te omvatten van de doelmatigheid van het risicobeheersysteem, de totale financieringsbehoeften van het pensioenfonds en de (operationele) risico’s.

Het pensioenfonds is verantwoordelijk voor het vaststellen van de eigenrisicobeoordeling.

DNB houdt hier toezicht op. Om goed toezicht door DNB mogelijk te maken is vastgelegd dat een pensioenfonds (een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van) de eigenrisicobeoordeling na de totstandkoming daarvan – en na elke wijziging – aan DNB zendt. Het heeft daarbij de voorkeur dat de  eigenrisicobeoordeling een zelfstandig leesbaar document is, met eventueel gerichte verwijzingen naar andere documenten die het pensioenfonds heeft opgesteld (zoals het financieel crisisplan, de actuariële en bedrijfstechnische nota en de haalbaarheidstoets). Dit komt zowel de toepasbaarheid van de eigenrisicobeoordeling binnen het pensioenfonds voor de totstandkoming van (aanvullende) risicobeheersmaatregelen, als het toezicht dat door DNB wordt uitgeoefend ten goede.

Beloningsbeleid

Inleiding
Het beloningsbeleid mag niet aanmoedigen tot het nemen van meer risico’s dan voor het pensioenfonds aanvaardbaar is.

Het pensioenfonds legt het beleid inzake beloningen schriftelijk vast en draagt er zorg voor dit beleid te implementeren en in stand te houden.

Het beleid moet afgestemd zijn op de omvang en organisatie van het pensioenfonds en op de aard, omvang en complexiteit van zijn bedrijf. De Code Pensioenfondsen schrijft voor dat het beloningsbeleid passend moet zijn gelet op de bedrijfstak, onderneming of beroepsgroep waarvoor het pensioenfonds de pensioenregeling uitvoert.

Uitbreiding
Toegevoegd is dat het beleid in overeenstemming moet zijn met de werkzaamheden, het risicoprofiel, de doelstellingen, het langetermijnbelang, de financiële stabiliteit en de prestaties van het pensioenfonds als geheel, en bij moet dragen aan een deugdelijk, prudent en doeltreffend bestuur van het pensioenfonds.

Verder moet het pensioenfonds het beleid inzake beloningen ten minste driejaarlijks evalueren en actualiseren.

Uitbesteding

Inleiding
Indien een pensioenuitvoerder werkzaamheden uitbesteedt aan een derde moet hij er zorg voor dragen dat deze derde de wettelijke regels, die van toepassing zijn op de uitbestedende pensioenuitvoerder, naleeft. Een pensioenfonds legt de overeenkomst met de derde waaraan de werkzaamheden worden uitbesteed schriftelijk vast. De Pensioenwet somt een aantal onderwerpen op die in de uitbestedingsovereenkomst in ieder geval moeten worden geregeld.

Een aantal werkzaamheden mogen niet worden uitbesteed.[1]

Uitbreiding
De toepasselijkheid van de algemene beginselen van het beloningsbeleid van het pensioenfonds op de derde, is toegevoegd aan de lijst met onderwerpen die in de uitbestedingsovereenkomst moeten zijn opgenomen. Dit betekent dat een pensioenfonds er voor moet zorgdragen dat de algemene beginselen van het beloningsbeleid van het pensioenfonds worden toegepast bij derden waaraan werkzaamheden van het pensioenfonds zijn uitbesteed. Dit staat (ook) al in de Code Pensioenfondsen.

Ook nieuw is dat uitbesteding niet (meer) is toegestaan:

  • indien door de uitbesteding het operationeel risico onnodig toeneemt.
  • indien door de uitbesteding de continuïteit en de toereikendheid van de dienstverlening aan deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden wordt ondermijnd.

Stresstest

Nieuw is dat DNB een pensioenfonds de verplichting kan opleggen om een stresstest uit te voeren. Met behulp van een stresstest kan in kaart worden gebracht hoe de financiële omstandigheden van een pensioenfonds zich ontwikkelen onder verschillende situaties van de financiële markten. DNB is, blijkens de parlementaire geschiedenis, niet van plan om gebruik te maken van deze bevoegdheid.

Gereglementeerde markten

Inleiding
Een pensioenfonds moet de waarden hoofdzakelijk op gereglementeerde markten moet beleggen.

Wat is een gereglementeerde markt?
Nieuw is dat nu is geëxpliciteerd wat onder een gereglementeerde markt wordt verstaan. Een gereglementeerde markt is een multilateraal systeem dat meerdere koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten – binnen dit

systeem en volgens de niet-discretionaire regels van dit systeem – samenbrengt of het samenbrengen daarvan vergemakkelijkt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit met betrekking tot financiële instrumenten die volgens de regels en de systemen van die markt tot de handel zijn toegelaten, en dat regelmatig en overeenkomstig de geldende regels inzake de vergunningverlening en het doorlopende toezicht werkt.

Volgend nieuwsbericht
Op 18 februari 2019 plaatsen we het totale nieuwsbericht over de implementatie van de IORP-II richtlijn.

[1] Middels de Verzamelwet pensioenen 2019 die per 1 januari 2019 in werking is getreden, is nader uitgewerkt dat het bestuur altijd verantwoordelijk blijft voor vermogensbeheer, ook al is het uitbesteed. Via een amendement van het lid Omtzigt  zijn enkele onderdelen in de Verzamelwet pensioenen 2019 geïntroduceerd, waarmee op wettelijk niveau wordt geregeld welke werkzaamheden niet door een pensioenuitvoerder mogen worden uitbesteed. De regering benadrukte in de memorie van antwoord dat fiduciair beheer als zodanig niet wordt verboden. Een fiduciair beheerder kan het pensioenfonds adviseren over bijvoorbeeld het beleggingsbeleid, het risicomanagement, de samenstelling van de beleggingsportefeuille en over de selectie van operationeel vermogensbeheerders. Het bestuur is en blijft eindverantwoordelijk voor het toezicht en voor eventuele bijsturing.

Disclaimer
Swalef streeft er naar de informatie correct en actueel te verstrekken. Aan de informatie die is verstrekt kunnen echter geen rechten worden ontleend.
Swalef aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud en de informatie in dit nieuwsbericht.

Swalef pensioenjuristen en academie

Geschreven door

Swalef pensioenjuristen en academie | Ons bevlogen team van pensioenjuristen adviseert jou graag over pensioenjuridische kwesties. Vanuit de Academie verzorgen verschillende onafhankelijke docenten die opereren in de top van hun vakgebied, gecertificeerde pensioenopleidingen.