IORP II: grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht

jan 21
SPEN/CION Gecertificeerd

Printen?
Download hieronder het pdf bestand.

Download PDF nieuwsbericht

Nieuwsbericht 1 van 4

In werking!
Op 13 januari 2019 is de implementatiewetgeving van de herziene IORP-richtlijn (ook wel IORP II) in werking getreden. In een reeks nieuwsberichten geven wij een overzicht van de gevolgen.

Omdat Swalef al sinds 2011 werkgevers, ondernemingsraden en pensioenfondsen adviseert over grensoverschrijdende collectieve waardeoverdrachten en Swalef sinds die tijd geregeld deze kennis deelt in haar Masterclasses, gaan we in het eerste nieuwsbericht nader in op de vernieuwde eisen voor een grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht.

Wij hebben een track changes versie van de Pensioenwet opgesteld, waar de implementatie van IORP II is opgenomen. Bekijk hem hier.

Het algemene doel van de IORP-richtlijn is om de ontwikkeling van het bedrijfspensioensparen in de Europese lidstaten te vergemakkelijken. Nederland heeft de IORP-richtlijn in 2006 geïmplementeerd in de Pensioenwet.

De IORP-richtlijn heeft betrekking op pensioenfondsen en premiepensioeninstellingen (hierna: PPI’s). Echter de Nederlandse wetgever heeft er voor de informatievereisten richting (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden voor gekozen dat de veranderingen in de bepalingen over informatieverstrekking ook gevolgen hebben voor verzekeraars voor zover zij een tweede pijlerpensioenregeling uitvoeren.

Grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht

Inleiding
De wet ter implementatie van de herziene IORP-richtlijn introduceerde enkele aanvullende voorwaarden bij een grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht die beogen (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden te beschermen. Het gaat hier over grensoverschrijdende collectieve waardeoverdrachten tussen lidstaten van de Europese Unie. Vanuit Nederlands perspectief gaat het meestal over grensoverschrijdende collectieve waardeoverdrachten van Nederland naar België.

Goedkeuring meerderheid
De herziene IORP-richtlijn stelt als voorwaarde voor grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht de goedkeuring van een meerderheid van de betrokken (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden, dan wel hun vertegenwoordigers. De implementatiewet geeft invulling aan het meerderheidsvereiste door goedkeuring te verlangen van tweederdemeerderheid van de deelnemers en gewezen deelnemers en de goedkeuring van tweederdemeerderheid van de pensioengerechtigden (die reageren op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek).

Minimale respons
Tijdens de parlementaire behandeling werd er gevraagd of er in het kader van het goedkeuringsrecht een minimale respons vanuit de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden nodig is. Dat is niet het geval. Het uitgangspunt is, volgens minister Koolmees, dat er goedkeuring moet zijn gegeven door een tweederdemeerderheid van de reagerende (gewezen) deelnemers en tweederdemeerderheid van de reagerende pensioengerechtigden, onafhankelijk van het aantal reacties. Als er dus maar enkele deelnemers reageren wordt op basis van de reactie van deze beperkte respons bepaald of er goedkeuring is.

Tijdig informeren
Verder wordt geregeld dat deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden tijdig worden geïnformeerd over het goedkeuringsrecht. Hierbij moet in ieder geval duidelijk naar voren komen hoe de goedkeuring kan worden verleend of worden geweigerd, de termijn waarbinnen de reactie moet zijn ontvangen, de wijze waarop wordt vastgesteld of is voldaan aan de vereiste goedkeuring door de deelnemers en gewezen deelnemers enerzijds en pensioengerechtigden anderzijds (tweederdemeerderheid van de beide geledingen) en de verdere procedure.

Goedkeuring werkgever
Een andere voorwaarde voor grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht is de goedkeuring van de werkgever, indien van toepassing.

Goedkeuring DNB
Voor een grensoverschrijdende waardeoverdracht vanuit Nederland naar een andere lidstaat is ook goedkeuring van DNB nodig. DNB verleent alleen toestemming voor de collectieve waardeoverdracht, indien:

  1. In geval van een gedeeltelijke collectieve waardeoverdracht de langetermijnbelangen van de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden van het resterende deel van de pensioenregeling afdoende worden beschermd
  2. De individuele pensioenaanspraken en pensioenrechten van de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden na de collectieve waardeoverdracht minstens gelijk blijven en
  3. De met de over te dragen pensioenregeling overeenkomende activa toereikend en passend zijn om de over te dragen passiva, technische voorzieningen en andere verplichtingen en rechten te dekken

Goedkeuring buitenlandse toezichthouder
Voor een grensoverschrijdende waardeoverdracht vanuit Nederland naar een andere lidstaat is ook goedkeuring van de toezichthouder uit de andere lidstaat vereist.

Indien (eerst) DNB goedkeuring heeft verleend voor de collectieve waardeoverdracht, verleent de toezichthouder van de andere lidstaat (daarna) goedkeuring voor de collectieve waardeoverdracht, mits:

  • De aanvraag tot goedkeuring de vereiste gegevens bevat
  • De administratieve structuur, de financiële positie van het pensioenfonds en de goede reputatie of de beroepskwalificaties of beroepservaring van de personen die het pensioenfonds besturen met de voorgenomen collectieve waardeoverdracht verenigbaar zijn
  • De langetermijnbelangen van de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden van het pensioenfonds en het overgedragen deel van de pensioenregeling tijdens en na de collectieve waardeoverdracht afdoende worden beschermd
  • De technische voorzieningen van het pensioenfonds op het moment van de collectieve waardeoverdracht volledig door kapitaal zijn gedekt en
  • De over te dragen activa toereikend en passend zijn om de over te dragen passiva, technische voorzieningen en andere verplichtingen en rechten te dekken

Verschil binnenlandse waardeoverdracht
Tijdens de parlementaire behandeling is de vraag gesteld of het is toegestaan om onderscheid te maken tussen de voorwaarden die gelden voor een grensoverschrijdende en een binnenlandse collectieve waardeoverdracht. Minister Koolmees antwoordde dat het maken van een dergelijk onderscheid is toegestaan: ‘In het Verdrag inzake de Werking van de Europese Unie (hierna: VWEU) zijn onder andere het vrij verkeer van diensten en het vrij verkeer van kapitaal neergelegd. Om onder deze vrijheden te vallen, dient er sprake te zijn van een grensoverschrijdend element. Zogeheten interne situaties, oftewel situaties waarin alle aspecten zich in één lidstaat afspelen, worden niet door de vrijheden geraakt. Als een Nederlandse pensioenuitvoerder de waarde van een pensioenregeling overdraagt aan een andere Nederlandse pensioenuitvoerder is sprake van zo’n interne situatie. Derhalve hoeven de (aanvullende) regels die op grond van de richtlijn moeten gelden voor een grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht niet te worden geïmplementeerd voor een collectieve waardeoverdracht binnen Nederland.’

Volgende nieuwsberichten deel 2 tot en met 4
Binnenkort plaatsen we onze volgende nieuwsberichten over de implementatie van de IORP-II richtlijn:

Deel 2 op 28 januari 2019 over communicatie
Deel 3 op 7 februari 2019 over sleutelfuncties
Deel 4 op 11 februari 2019 over verschillende onderwerpen
Het totale nieuwsbericht op 18 februari 2019

Disclaimer
Swalef streeft er naar de informatie correct en actueel te verstrekken. Aan de informatie die is verstrekt kunnen echter geen rechten worden ontleend.
Swalef aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud en de informatie in dit nieuwsbericht.