IORP II – Hoe staat het nu? | Nota van wijziging, ingediende amendementen en een Kamervergadering

nov 13

Printen?
Download hieronder het pdf bestand.

Download PDF nieuwsbericht

Inleiding

Op 13 januari 2017 is de herziene IORP-richtlijn (ook wel IORP II) in werking getreden. Uiterlijk 13 januari 2019 moet de IORP II geïmplementeerd zijn in de wetgeving van de Europese lidstaten. Op 13 april 2018 heeft minister Koolmees het wetsvoorstel voor de implementatie naar de Tweede Kamer gestuurd. Het Wetsvoorstel dient ter implementatie van de IORP II Richtlijn (2016/2341/EU) en zal de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Wet op het financieel toezicht wijzigen.

Op 7 juni 2018 werd het besluit in verband met implementatie van de herziene IORP-richtlijn gepubliceerd. In de ontwerp-AMvB zijn wijzigingen opgenomen die verband houden met de implementatie van IORP II. Via internetconsultatie kon gereageerd worden. Bekijk hier de reactie van Swalef. Hier kun je het verslag over de consultatie vinden.

Op 26 september 2018 heeft de Tweede Kamer een vergadering gehad over bovenstaand en is er een nota van wijziging ingediend. Ook is er een aantal amendementen ingediend, waarvan er twee op 18 oktober zijn aangenomen. In ons eerdere nieuwsbericht van 14 mei 2018 hebben we de nader toegelicht welke gevolgen de richtlijn heeft voor de Nederlandse wetgeving. Artikelen die in dat nieuwsbericht genoemd zijn, zijn de artikelen zoals genummerd in de IORP II richtlijn.

Op 18 oktober 2018 is het wetsvoorstel uiteindelijk aangenomen door de Tweede Kamer met twee amendementen en een motie. Hierna zal worden ingegaan op de weg hier naartoe.

Wij hebben de wijzigingen van de IORP II-richtlijn (dus ook met de nieuwe nota’s van wijziging) met trackchanges aangegeven in de Pensioenwet. Klik hier voor dit document.

De IORP I-richtlijn: wat is het ook alweer?

Sinds 2003 geldt in de Europese Unie de IORP I-richtlijn: de richtlijn voor pensioenfondsen. Het algemene doel van de IORP I-richtlijn is om de ontwikkeling van het bedrijfspensioensparen in de Europese lidstaten te vergemakkelijken. Door Nederland werd de IORP I-richtlijn in 2006 geïmplementeerd in nationale wetgeving.

De Europese Commissie heeft in 2014 een voorstel gedaan voor een herziening van de richtlijn: de IORP II-richtlijn. Onderdeel van IORP-II richtlijn zijn de inrichting van sleutelfuncties, verduidelijking van de procedure rond een grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht en regels ten aanzien van het toezicht op pensioeninstellingen. Verder worden in de richtlijn algemene regels gesteld op het gebied van governance en communicatie.

Behandeling in de Kamer

Zoals hierboven aangegeven, is de implementatiewet IORP II op 18 oktober door de Tweede Kamer aangenomen met twee amendementen en een motie:

  • De motie Van Kent-Van Dijk roept de regering op om in overleg te gaan met de pensioensector om het uitkeren van beleggersbonussen terug te dringen.
  • Het amendement van Van Weyenberg gaat over de openbaarmaking van bestuurlijke boetes of sancties. Dit amendement regelt dat in het voorgestelde art. 185 van de PW en het voorgestelde art. 180 van de Wvb wordt opgenomen dat als de bestuurlijke sanctie een bestuurlijke boete betreft, openbaarmaking van het besluit tot het opleggen van die bestuurlijke sanctie alleen achterwege blijft indien openbaarmaking de stabiliteit van de financiële markten in gevaar zou brengen. De openbaarheid van besluiten tot het opleggen van bestuurlijke boetes wordt zo verder vergroot.
  • Het amendement van Omtzigt en Bruins gaat over de dekkingsgraad op het UPO. Dit amendement bewerkstelligt dat het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) altijd de dekkingsgraad bevat naar de Nederlandse maatstaf. Het UPO bevat tevens de bepaling: «Uw pensioen staat onder toezicht van toezichthouder «(…)». Uw pensioen is ondergebracht in land «(…)» en het parlement aldaar kan besluiten belasting te heffen tijdens de opbouwfase. Op die manier blijkt duidelijk uit het UPO of het fonds al dan niet in Nederland is gevestigd. Tevens biedt het deelnemers de mogelijkheid om de dekkingsgraad te kunnen vergelijken tussen verschillende jaren.

Koolmees zegt gemerkt te hebben dat de Kamer zich zorgen maakt over een mogelijke verplaatsing van Nederlands pensioenvermogen naar een andere lidstaat en heeft naar aanleiding van de vele vragen die zijn gesteld ook gekeken naar de bredere discussie over de grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht. Op 26 september 2018 zijn er daarom wijzigingen gepubliceerd in het wetsvoorstel.

Tijdens de behandeling van IORP II op 26 september 2018 zijn er enkele vragen gesteld die Koolmees in een Kamerbrief van 8 oktober beantwoord. Ook wordt er in die brief aanvullende informatie gegeven waarvoor de heer van Rooijen (50PLUS) een verzoek heeft gedaan. De hoofdonderwerpen in die brief zijn:

  • De grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht
  • Sancties indien een sleutelfunctiehouder verzuimt te melden
  • UPO

Deze onderwerpen worden hieronder uiteengezet, aangevuld met nadere informatie.

Grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht

Voorwaarden

Het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn introduceert enkele aanvullende voorwaarden voor een dergelijke collectieve waardeoverdracht die beogen (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden te beschermen.

Goedkeuring is vereist van een meerderheid van de betrokken (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden, dan wel hun vertegenwoordigers. Met de tweede nota van wijziging is invulling gegeven door te stellen dat tweederdemeerderheid (die reageren op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek) de grensoverschrijdende waardeoverdracht moeten goedkeuren.

Het vereiste geldt niet voor een binnenlandse collectieve waardeoverdracht. Tijdens de behandeling is de vraag gesteld of het is toegestaan om onderscheid te maken tussen de voorwaarden die gelden voor een grensoverschrijdende en een binnenlandse collectieve waardeoverdracht. Het antwoord op deze vraag kan volgens Koolmees gevonden worden in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel. Daar wordt toegelicht dat het zo is om de volgende reden. Om onder het vrij verkeer van diensten en het vrij verkeer van kapitaal te vallen dient er sprake te zijn van een grensoverschrijdend element. Interne situaties (situaties waarin alle aspecten zich in een lidstaat afspelen) worden niet door de vrijheden geraakt.

Verder wordt geregeld dat deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden tijdig worden geïnformeerd over het goedkeuringsrecht. Hierbij moet in ieder geval duidelijk naar voren komen hoe de goedkeuring kan worden verleend of worden geweigerd, de termijn waarbinnen de reactie moet zijn ontvangen, de wijze waarop wordt vastgesteld of is voldaan aan de vereiste goedkeuring door de deelnemers en gewezen deelnemers enerzijds en pensioengerechtigden anderzijds (tweederdemeerderheid (2/3) van de beide geledingen) en de verdere procedure.

Minimale respons

Ook werd er gevraagd of er in het kader van het goedkeuringsrecht een minimale respons vanuit de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden nodig is. Dat is niet het geval. Het uitgangspunt is, blijkt uit de brief, dat er goedkeuring moet zijn gegeven door een tweederdemeerderheid van de reagerende (gewezen) deelnemers en tweederdemeerderheid van de reagerende pensioengerechtigden, onafhankelijk van het aantal reacties. Als er dus maar enkele deelnemers reageren wordt op basis van de reactie van deze beperkte respons bepaald of er goedkeuring is.

Nadere regels

Voorgesteld wordt om in de artikelen betreffende een grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht een delegatiegrondslag op te nemen. Het wordt mogelijk dan mogelijk om, indien toekomstige ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, nadere regels te stellen aan dergelijke waardeoverdrachten. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een nadere invulling van de vereiste waar de toezichthouder op toetst bij een grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht. Een voorbeeld is de multinational die zijn pensioen in één land bij elkaar wil houden. Of neem het geval van grensmedewerkers die in Nederland of Duitsland werken. Dat kan een legitieme reden zijn om ervoor te zorgen dat alles onder één pensioenfonds wordt gebracht. Zo moet ook de toezichthouder ernaar kijken.

Sancties indien een sleutelfunctiehouder verzuimt te melden

Op grond van het wetsvoorstel worden sleutelfunctiehouders verplicht een melding te doen bij DNB indien het bestuur niet overgaat tot het tijdig treffen van passende corrigerende maatregelen. Tijdens de behandeling is gevraagd naar de mogelijke sancties die kunnen volgen indien sleutelfunctiehouders dit verzuimen.

Koolmees laat weten dat naast de vereisten om überhaupt sleutelfunctiehouder te worden, DNB ook een aantal maatregelen tot haar beschikking heeft als blijkt dat een sleutelfunctiehouder ten onrechte geen melding doet:

  • Toezichtgesprek
  • Waarschuwingsbrief en/of aanwijzing aan de pensioenuitvoerder
  • DNB kan besluiten tot (her)toetsing van geschiktheid en betrouwbaarheid

UPO

Er is een vraag gesteld over wat het effect is op de ‘plaatjes’ op het UPO (optimistisch, verwacht en pessimistisch scenario) van onderbrenging van een pensioenregeling bij een pensioeninstelling in een andere lidstaat.

Ook een pensioeninstelling uit een andere lidstaat moet op het UPO van deelnemers aan een Nederlandse pensioenregeling derhalve de projecties in drie scenario’s tonen. De rekenmethodiek die moet worden toegepast voor het berekenen van de scenariobedragen blijft gelijk. Echter, de invoer voor de berekeningen kan verschillend zijn aangezien er een ander prudentieel kader in de lidstaten geldt.

Disclaimer
Swalef streeft er naar de informatie correct en actueel te verstrekken. Aan de informatie die is verstrekt kunnen echter geen rechten worden ontleend.
Swalef aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud en de informatie in dit nieuwsbericht.

Swalef pensioenjuristen en academie

Geschreven door

Swalef pensioenjuristen en academie | Ons bevlogen team van pensioenjuristen adviseert jou graag over pensioenjuridische kwesties. Vanuit de Academie verzorgen verschillende onafhankelijke docenten die opereren in de top van hun vakgebied, gecertificeerde pensioenopleidingen.