Implementatie IORP II-richtlijn

mei 14
Maatwerk en open inschrijvingen

Printen?
Download hieronder het pdf bestand.

Download PDF

Op 13 januari 2017 is de herziene IORP-richtlijn (ook wel IORP II) in werking getreden. Uiterlijk 13 januari 2019 moet de IORP II geïmplementeerd zijn in de wetgeving van de Europese lidstaten.

Op 13 april 2018 heeft minister Koolmees het Wetsvoorstel voor de implementatie naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het Wetsvoorstel dient ter implementatie van de IORP II Richtlijn (2016/2341/EU) en zal de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Wet op het financieel toezicht wijzigen.

Wij hebben de wijzigingen van de IORP II-richtlijn met trackchanges aangegeven in de Pensioenwet. Klik hier voor dit document.

De IORP I-richtlijn
Sinds 2003 geldt in de Europese Unie de IORP I-richtlijn: de richtlijn voor pensioenfondsen. Het algemene doel van de IORP I-richtlijn is om de ontwikkeling van het bedrijfspensioensparen in de Europese lidstaten te vergemakkelijken. Door Nederland werd de IORP I-richtlijn in 2006 geïmplementeerd in nationale wetgeving.

De Europese Commissie heeft in 2014 een voorstel gedaan voor een herziening van de richtlijn: de IORP II-richtlijn. Onderdeel van IORP-II richtlijn zijn de inrichting van sleutelfuncties, verduidelijking van de procedure rond een grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht en regels ten aanzien van het toezicht op pensioeninstellingen. Verder worden in de richtlijn algemene regels gesteld op het gebied van governance en communicatie.

Hoofdlijnen aanpassingen in Nederlandse wetgeving n.a.v. IORP II
Hieronder wordt, in hoofdlijnen, nader toegelicht welke gevolgen de richtlijn heeft voor de Nederlandse wetgeving. Artikelen die genoemd zijn, zijn de artikelen zoals genummerd in de IORP II richtlijn, in de uitleg staan ook de wijzigingen in Nederlandse wetgeving.

  • Reikwijdte van de richtlijn. Artikelen 2 t/m 5 van de richtlijn
    • De richtlijn is van toepassing op pensioenfondsen en premiepensioeninstellingen. En niet op verzekeraars of kleine pensioeninstellingen. De informatievereisten richting (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden hebben ook gevolgen voor verzekeraars voor zover zij een tweede pijlerpensioenregeling uitvoeren.
    • Dit leidt tot enkele technische wijzigingen in art. 1 van de Pensioenwet en art. 1 lid 1 van de Wvb.
  • Grensoverschrijdende activiteiten en grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht. Artikelen 11 en 12 van de richtlijn
    • Met de richtlijn worden de spelregels voor grensoverschrijdende activiteiten van pensioeninstellingen en een grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht verduidelijkt en aangescherpt. Belangrijkste uitgangspunt daarbij is de bescherming van de deelnemer.
    • 11 richtlijn: de richtlijn bevat allereerst regels over de situatie waarin een pensioeninstelling een pensioenregeling uitvoert waarvan de bijdragende onderneming in een andere lidstaat is gevestigd dan waar de pensioeninstelling gevestigd is.
    • 12 richtlijn: de richtlijn bevat ook regels over een grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht van een pensioeninstelling in de ene lidstaat naar een pensioeninstelling in een andere lidstaat. Een collectieve waardeoverdracht vanuit Nederland naar een pensioeninstelling uit een andere lidstaat kan niet plaatsvinden zonder voorafgaande toestemming door DNB. Deze wettelijke verankering versterkt de positie van DNB.
    • Ter implementatie van de richtlijn worden de criteria waar DNB op toets bij een collectieve waardeoverdracht naar een pensioeninstelling uit een andere lidstaat wettelijk verankerd. Voorgesteld wordt om een nieuw artikel 90a in de pensioenwet en een nieuw artikel 98a in de Wvb te introduceren.
  • Bedrijfsuitoefening en governance. Artikelen 20 t/m 32 van de richtlijn
    • Meerdere bepalingen in de richtlijn hebben als doel het minimumniveau van het governancesysteem van pensioeninstellingen in Europa omhoog te tillen. Er dienen enkele reeds in de praktijk gangbare aspecten te worden verankerd in wetgeving.
    • De richtlijn vereist dat pensioenfondsen een deugdelijk beloningsbeleid moeten vaststellen en toepassen dat in verhouding staat tot hun omvang en werkzaamheden. Dit zal in lagere regelgeving worden vastgelegd.
    • Sleutelfuncties: In de richtlijn is bepaald dat pensioenfondsen over zogenoemde sleutelfuncties moeten beschikken: risicobeheerfunctie, interne auditfunctie en actuariële functie. De werkzaamheden die verband houden met de sleutelfuncties worden reeds uitgevoerd bij de meeste pensioenfondsen. De richtlijn bepaalt dat lidstaten kunnen toestaan dat sleutelfuncties worden uitbesteed. Nederland maakt gebruik van deze optie. De mogelijkheid om sleutelfuncties uit te besteden wordt begrensd in de richtlijn. Zo is vastgelegd dat een pensioenuitvoerder niet uitbesteedt:
      • Taken en werkzaamheden van personen die het dagelijks beleid bepalen;
      • Werkzaamheden waarvan uitbesteding de verantwoordelijkheid van de uitvoerder voor de organisatie en beheersing van bedrijfsprocessen en het toezicht daarop kan ondermijnen;
      • Indien de uitbesteding een belemmering kan vormen voor een adequaat toezicht op de naleving van hetgeen bij of krachtens de Pensioenwet dan wel Wvb is bepaald;
      • Indien het operationele risico hierdoor onnodig toeneemt of de continuïteit en de toereikendheid van de dienstverlening aan deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden wordt ondermijnd.
    • Indien een pensioenfonds wenst over te gaan tot uitbesteding van een sleutelfunctie, zal steeds per geval moeten worden beoordeeld of uitbesteding mogelijk is. Met het oog op de beperkingen die worden gesteld aan uitbesteding, zal het veelal niet mogelijk zijn de rol van houder van de risicobeheerfunctie en de interne auditfunctie uit te besteden.
      Ter implementatie worden de functies expliciet in wetgeving vastgelegd in een nieuw artikel 143a in de Pensioenwet en een nieuw artikel 138a in de Wvb.
    • Stresstest: Daarnaast wordt een nieuw artikel 143b in de Pensioenwet en een nieuw artikel 138b in de Wvb geïntroduceerd. Met deze artikelen wordt gerealiseerd dat de toezichthouder een pensioenfonds de verplichting kan opleggen om een stresstest uit te voeren. Met behulp van een stresstest kan in kaart worden gebracht hoe de financiële omstandigheden van een pensioenfonds zich ontwikkelen onder verschillende situaties van de financiële markten.
  • Bewaarder. Artikelen 33 t/m 35 van de richtlijn
    • Nederland maakt voor pensioenfondsen geen gebruik van de mogelijkheid uit de richtlijn om een bewaarder verplicht te stellen. Reden hiervoor is dat op grond van de huidige wet- en regelgeving reeds voldoende waarborgen gelden ter bescherming van de belangen van (gewezen) deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden. Wel behoeven situaties waarin een pensioenfonds vrijwillig kan besluiten een bewaarder aan te stellen, implementatie.
  • Communicatie. Artikelen 36 t/m 44 van de richtlijn
    • Uitgangspunt is dat bij de communicatie over pensioen de behoeften van (gewezen) deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden centraal staan. De richtlijn bevat hoofdzakelijk algemene vereisten voor de informatieverstrekking. Een belangrijk onderdeel van de richtlijn is het pensioenoverzicht dat wordt voorgeschreven. Om aan de richtlijn te voldoen wordt het UPO voor (gewezen) deelnemers met extra informatie uitgebreid, er wordt voorgesteld art. 40 van de Pensioenwet en art. 51 van de Wvb op enkele punten te wijzigen.
  • Toezicht. Artikelen 45 t/m 59 van de richtlijn
    • De richtlijn bevat verschillende regels over het prudentiële toezicht op pensioenfondsen. Een groot deel hiervan is reeds neergelegd in de Nederlandse wet- en regelgeving. Enkele bepalingen sluiten aan bij de bestaande praktijk, maar worden met dit wetsvoorstel expliciet in wetgeving verankerd.
    • Net als voor andere financiële instellingen gaat voor pensioenfondsen gelden dat eventuele bestuursrechtelijke sancties of andere maatregelen verplicht openbaar moeten worden gemaakt. In art. 185 lid 1 van de Pensioenwet zal dit worden vastgelegd: de toezichthouder maakt een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie openbaar zodra het besluit onherroepelijk is geworden.

Disclaimer
Swalef streeft er naar de informatie correct en actueel te verstrekken. Aan de informatie die is verstrekt kunnen echter geen rechten worden ontleend.
Swalef aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud en de informatie in dit nieuwsbericht.

Swalef pensioenjuristen en academie

Geschreven door

Swalef pensioenjuristen en academie | Ons bevlogen team van pensioenjuristen adviseert jou graag over pensioenjuridische kwesties. Vanuit de Academie verzorgen verschillende onafhankelijke docenten die opereren in de top van hun vakgebied, gecertificeerde pensioenopleidingen.