Evaluatie Wet versterking bestuur pensioenfondsen | Samenvattende punten

mrt 15
Permanente Educatie

Printen?
Download hieronder het pdf bestand.

Download PDF

Dit nieuwsbericht is het eerste bericht in de serie: ‘Evaluatie Wet versterking bestuur pensioenfondsen’. Houd www.swalef.nl en www.governancepensioenfonds.nl in de gaten voor nieuws omtrent de evaluatie van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen! Het rapport zelf kun je hier vinden. De komende weken zullen wij de verschillende onderdelen van het evaluatieonderzoek uitlichten in een reeks nieuwsberichten. Hierbij alvast een nieuwsbericht over de hoofdlijnen van het evaluatieonderzoek.

Hoofdlijnen
Op 8 maart 2018 is de evaluatie van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen gepubliceerd. In dit eerste nieuwsbericht zetten wij de conclusies en aanbevelingen uit de evaluatie uiteen. In de opvolgende nieuwsberichten volgt de uitwerking hiervan.

Alles bij elkaar genomen kan worden vastgesteld dat de governance van pensioenfondsen in dit decennium behoorlijk in beweging is gekomen.

Er is een aantal zaken die volgens de evaluatie verbetering nodig hebben. Dat gaat om de volgende zaken:

Ten eerste betreft dit de verdeling en stroomlijning van taken en organen, bezien vanuit de positie vanhet VO.
Ten aanzien van het VO wordt geconstateerd dat de deskundigheid achterblijft ten opzichte van het bestuur en het intern toezicht. Ook kan de communicatie tussen VO en bestuur en/of intern toezicht nog verbeterd kan worden.

Daarnaast wordt genoemd dat het takenpakket vaak als onduidelijk wordt ervaren door de leden van het VO, mede door de combinatie van advies- en verantwoordingstaken. En ook de positie van VO kan lastig zijn, omdat het VO ten opzichte van het bestuur vaak later dan het bestuur weet welke besluitvorming aanstaande is en daardoor een reactieve positie inneemt; dit zorgt ervoor dat het VO soms van mening is dat zij daardoor niet tijdig weet wat er van hen op welk moment wordt verlangd.

Een tweede punt is de afstemming tussen VO en RvT
Regelmatig stellen betrokkenen dat door overlap in bevoegdheden de raad van toezicht en het VO op elkaars terrein dreigen te komen. Voor het goed functioneren van beide organen is het daarom van belang dat pensioenfondsen in hun statuten en reglementen voorzien in een nadere invulling van de taakomschrijving van beide organen, waarbij ook aandacht is voor op welk moment bevoegdheden worden gebruikt.

Ten derde vraagt de adequate vertegenwoordiging van risicodragers nog aandacht.
Van belang is hier de constatering aan de wetgever dat de algemene bestuurstaak (alle belangen evenwichtig afwegen) in combinatie met de vertegenwoordiging van een achterban een spanningsveld oplevert. Dit speelt met name bij vertegenwoordigers van pensioengerechtigden en vermoedelijk heeft dit mede te maken met de manier waarop zij benoemd worden.

Een verwant knelpunt betreft het vinden van geschikte bestuurskandidaten uit de geleding van de pensioengerechtigden. De eisen die worden gesteld aan kandidaten (geschiktheidstoetsing DNB) leggen de lat hoog, maar ook een eventueel gestelde handtekeningenvereiste speelt hier een rol.

Ten vierde, worden er knelpunten ervaren met betrekking tot de VTE-normen.
Het onderzoek maakt duidelijk dat het idee van de VTE-normering breed wordt gedragen in het veld. Maar men signaleert dat feitelijk tijdsbeslag van functies niet voor alle bestuurders en intern toezichthouders overeenkomt met de daarvoor genormeerde uren. Een deel van de bestuurders en intern toezichthouders ervaart de VTE-normering als te krap, terwijl een vergelijkbaar deel de VTE-normering juist te ruim vindt.

Een vijfde knelpunt betreft de diversiteit in de sector.
Hoewel diversiteit belangrijk wordt geacht, bijvoorbeeld bij de invulling van de bestuursorganen, wordt ten aanzien van de vertegenwoordiging van vrouwen en jongeren in pensioenfondsbesturen en VO/BO’s bij lange na niet aan de normen en uitgangspunten voldaan die zijn gesteld in de Code Pensioenfondsen (2013).

Het zesde knelpunt betreft de gepercipieerde hoge regeldruk in de pensioensector.
Daardoor ontbreekt het pensioenfondsen aan tijd en ruimte om bestaande wet- en regelgeving verder uit te werken en te implementeren.

Disclaimer
Swalef streeft er naar de informatie correct en actueel te verstrekken. Aan de informatie die is verstrekt kunnen echter geen rechten worden ontleend.
Swalef aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud en de informatie in dit nieuwsbericht.