Evaluatie Wet versterking bestuur pensioenfondsen | Deel IV

mei 28
Permanente Educatie

Printen?
Download hieronder het pdf bestand.

Download PDF

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft de opdracht verleend aan Regioplan Beleidsonderzoek en aan Swalef Pensioenjuristen en Academie om de Wet versterking bestuur pensioenfondsen (Wvbp) te evalueren. 

Op 8 maart 2018 is de evaluatie van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen naar de Tweede Kamer gestuurd met een begeleidende brief van minister Koolmees.

Vooraf
In de afgelopen weken hebben wij de verschillende onderdelen van het evaluatierapprot uitgelicht in een reeks nieuwsberichten:

  • Op 15 maart 2018 plaatsten wij een nieuwsbericht over de hoofdlijnen van de uitkomsten van het evaluatieonderzoek.
  • Op 29 maart 2018 plaatsten wij een nieuwsbericht dat deel I van het evaluatierapport belichte: het gebruik van de bestuursmodellen.
  • Op 13 april 2018 plaatsten wij een nieuwsbericht dat deel II van het evaluatierapport belichte: ervaringen en invulling van bestuursmodellen.
  • Op 20 april 2018 plaatsten wij een verslag over de bijeenkomsten die door en bij Swalef zijn georganiseerd over de evaluatie van de Wvbp.
  • Op 3 mei 2018 plaatsten wij een nieuwsbericht dat deel III van het evaluatierapport belichte: ervaringen met het functioneren van bestuursmodellen en doelbereik van de Wvbp.

Dit nieuwsbericht belicht het laatste deel van het evaluatierapport: deel IV, de voorstellen voor de toekomst, conclusies en aanbevelingen.

Voor het gehele evaluatierapport klik je hier.

Inleiding
In hoofdstuk 6 van het evaluatierapport komen beschouwingen en voorstellen vanuit het veld aan de orde. In hoofdstuk 7 van het evaluatierapport staat de samenvatting en conclusie centraal.

Zowel in webenquêtes als in interviews en rondetafelgesprekken is aan de respondenten gevraagd om voorstellen te formuleren ter verbetering van de pensioengovernance. In onderstaand nieuwsbericht lichten we de voorstellen en beschouwingen voor verdere verbetering van de governance in de pensioensector, conclusies, knelpunten en aanbevelingen verder toe.

Beschouwingen en voorstellen uit de enquêtes
Kijken we naar de verdeling van de diverse voorstellen die genoemd zijn in de enquêtes onder bestuur, intern toezicht en VO/BO dan blijken veel van de voorstellen voor verdere verbetering van de governance in de pensioensector te gaan over:

  • De verbetering van de deskundigheid
  • Het versterken van het intern toezicht
  • Een adequatere vertegenwoordiging van risicodragers
  • Het stroomlijnen van taken en bevoegdheden over regulering en
  • Behoefte aan rust op gebied van wet- en regelgeving.

Opvallend is dat in de voorstellen uit de enquêtes de vertegenwoordiging van vrouwen vrijwel niet genoemd wordt, hoewel we zagen dat het aantal vrouwen in de diverse organen beperkt is. De vertegenwoordiging van jongeren is wel met enige regelmaat onderwerp van verbetervoorstellen.

De geïnterviewde vertegenwoordigers van de risicodragers en de deelnemers aan de rondetafelsessies (hierna: experts) zijn van mening dat de overwegend positieve evaluatie van de respondenten in de enquêtes niet overeenkomen met de praktijk. Zij ervaren de resultaten van de enquêtes daarom als te rooskleurig. Dit resulteert in meer kritische beschouwingen en voorstellen van de experts.

Beschouwingen en voorstellen van experts
De experts zijn terughoudend over het doelbereik van de Wvbp.

Met betrekking tot de verbetering van deskundigheid van de organen verdient de deskundigheid en het functioneren van het VO/BO bijzondere aandacht. Het bestuur heeft daarbij een verantwoordelijkheid het VO/BO te faciliteren om tot taakvolwassenheid te komen. Voorgesteld is verder om ter bevordering van de deskundigheid van de organen kennisdeling te stimuleren.

Vanuit pensioenfondsen met een paritair bestuursmodel zijn opmerkingen gemaakt die met name gaan over de versterking van het intern toezicht. Namelijk over de voorkeur voor de inrichting van intern toezicht door ofwel een raad van toezicht ofwel een visitatiecommissie.

In het kader van bevordering van adequate vertegenwoordiging van risicodragers wordt in het rapport vastgesteld dat de Wvbp de geleding van pensioengerechtigden een plaats in het pensioenfondsbestuur heeft gegeven. De experts menen dat er op de onderwerpen met betrekking tot de werving van pensioengerechtigden nog uitdagingen liggen. In deze context komt verder de vraag op of de gewezen deelnemers niet ook een plaats moeten krijgen in het pensioenfondsbestuur.

Voorstellen voor het stroomlijnen van taken en organen gaan over de relatie van de raad van toezicht en het VO/BO en de scholing van leden van het VO/BO om tot taakvolwassenheid te komen. Voorstellen van beroepspensioenfondsen gaan vooral over het functioneren van de relatie tussen de organen binnen het pensioenfonds.

De voorstellen omtrent regulering van het veld zien op het evalueren van de VTE-normen. Men signaleert dat feitelijke tijdsbeslag van functies niet voor alle bestuurders en intern toezichthouders overeenkomt met de daarvoor genormeerde uren.

Pensioenfondsen met een onafhankelijk bestuursmodel hebben voornamelijk voorstellen gegeven met betrekking tot de toezichtsdruk van DNB, intern toezicht en de regulering van zowel intern als extern toezicht.

Tot slot blijken uit voorstellen uit het pensioenveld dat zij een gedeelde behoefte hebben aan bestuurlijke rust zodat pensioenfondsen de bestaande wet- en regelgeving verder kunnen uitwerken. Dit geldt het sterkst voor pensioenfondsen met een onafhankelijk bestuursmodel.

Conclusies, knelpunten en aanbevelingen
Alles bij elkaar genomen kan worden geconcludeerd dat de governance in dit decennium behoorlijk in beweging is gekomen. Pensioenfondsen maken (vooralsnog in beperkte mate) gebruik van de nieuwe bestuursmodellen en van andere toezichtsmodaliteiten en zij benutten de mogelijkheid om onafhankelijke leden in het bestuur op te nemen. De vertegenwoordiging van risicogroepen is uitgebreid met vertegenwoordigers van pensioengerechtigden. Daarnaast ervaart men dat de geschiktheid van bestuurders en intern toezichthouders is toegenomen en dat de positie van het intern toezicht versterkt is. Dit is overeenkomstig de doelen die bij de totstandkoming van de Wvbp zijn geformuleerd.

Het onderzoek maakt duidelijk dat er ook zaken zijn die minder goed functioneren:

  1. Een uit het evaluatierapport gebleken knelpunt is de verdeling en stroomlijning van taken en organen.
  2. Hier sluit de afstemming van het VO en de RvT op aan. Door overlap in bevoegdheden dreigen de RvT en het VO in elkaars vaarwater te komen. Het maken van duidelijke afspraken is hiervoor essentieel.
  3. De adequate vertegenwoordiging van risicodragers vraagt nog aandacht. Uit het veld blijkt echter dat geschikte pensioengerechtigden moeilijk te vinden zijn door de benodigde deskundigheid en het handtekeningenvereiste.
  4. Er worden knelpunten ervaren met betrekking tot de VTE-normen. Deze normen zijn voor iedereen hetzelfde, maar een deel van de bestuurders en intern toezichthouders vindt de VTE-normering te krap, terwijl een vergelijkbaar deel de VTE-normen juist te ruim vindt.
  5. Een vijfde knelpunt is de hoge regeldruk.
  6. De diversiteit binnen de pensioensector is tevens een knelpunt en krijgt al veel aandacht in de media en in de Tweede Kamer.

Wil je alles weten?
Lees dan vooral het gehele rapport.

Disclaimer
Swalef streeft er naar de informatie correct en actueel te verstrekken. Aan de informatie die is verstrekt kunnen echter geen rechten worden ontleend.
Swalef aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud en de informatie in dit nieuwsbericht.

Swalef pensioenjuristen en academie

Geschreven door

Swalef pensioenjuristen en academie | Ons bevlogen team van pensioenjuristen adviseert jou graag over pensioenjuridische kwesties. Vanuit de Academie verzorgen verschillende onafhankelijke docenten die opereren in de top van hun vakgebied, gecertificeerde pensioenopleidingen.