Evaluatie Wet versterking bestuur pensioenfondsen | Deel III

mei 03
Permanente Educatie

Printen?
Download hieronder het pdf bestand.

Download PDF

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft de opdracht verleend aan Regioplan Beleidsonderzoek en aan Swalef Pensioenjuristen en Academie om de Wet versterking bestuur pensioenfondsen (Wvbp) te evalueren.

Op 8 maart 2018 is de evaluatie van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen naar de Tweede Kamer gestuurd met een begeleidende brief van minister Koolmees.

Vooraf
In de afgelopen weken, maar ook de komende weken zullen wij de verschillende onderdelen van het evaluatierapport uitlichten in een reeks nieuwsberichten:

  • Op 15 maart 2018 plaatsten wij een nieuwsbericht over de hoofdlijnen van de uitkomsten van het evaluatieonderzoek.
  • Op 29 maart 2018 plaatsten wij een nieuwsbericht dat deel I van het evaluatierapport belichte: het gebruik van de bestuursmodellen.
  • Op 13 april 2018 plaatsten wij een nieuwsbericht dat deel II van het evaluatierapport belichte: ervaringen en invulling van bestuursmodellen.
  • Op 20 april 2018 plaatsten wij een verslag over de bijeenkomsten die door en bij Swalef zijn georganiseerd over de evaluatie van de Wvbp.

Dit nieuwsbericht belicht deel III van het evaluatierapport: ervaringen met het functioneren van bestuursmodellen en doelbereik van de Wvbp.

Voor het gehele evaluatierapport klik je hier.

Inleiding
In hoofdstuk 4 van het evaluatierapport komen de ervaringen met het functioneren van de governance in de pensioensector aan de orde. In hoofdstuk 5 van het evaluatierapport staat het doelbereik van de Wvbp centraal.

De resultaten van de ervaringen met het functioneren van de governance en het doelbereik van de Wvbp is afkomstig uit de afgenomen webenquête onder bestuur, intern toezicht en VO/BO, aangevuld met de informatie die afkomstig is uit de interviews met bestuurders.

Hieronder gaan we uitgebreider in op de onderwerpen en resultaten uit deze hoofdstukken.

Functioneren en professionalisering van het bestuur
De leden van het bestuur, intern toezicht en VO/BO zijn positief over de manier waarop het bestuur uitvoering geeft aan de doelstellingen van het pensioenfonds. Daarnaast zijn de organen positief over de invloed van de Wvbp op de deskundigheid van het bestuur.

Functioneren en verbetering van het intern toezicht
Uit de enquêtes blijkt een grote tevredenheid met het functioneren van het intern toezicht. Zo meent 90% van de drie bevraagde groepen dat het intern toezicht goed in staat is om toezicht te houden op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken bij het pensioenfonds. Ook wordt in grote meerderheid het verloop van de communicatie met het toezicht als goed beoordeeld.

Het merendeel van de besturen, intern toezichtorganen en VO/BO’s zijn het eens met de stelling dat de Wvbp bijdraagt aan een sterkere positie van het intern toezicht. In de interviews kwam naar voren dat deze sterkere positie komt doordat de Wvbp nadrukkelijker een rol toedeelt aan het intern toezicht binnen pensioenfondsen. Intern toezicht is een eigen, afgebakend terrein geworden, waardoor intern toezicht serieuzer wordt genomen sinds de inwerkingtreding van de Wvbp.

Er wordt daarbij opgemerkt dat het functioneren van het toezicht sterk afhankelijk is van de manier waarop toezicht ingebed is in het pensioenfonds. De Wvbp geeft veel ruimte voor een eigen invulling van het toezicht, zodat het toezicht aansluit bij de behoeften van het pensioenfonds.

Functioneren van het VO/BO
Een ruime meerderheid van de vertegenwoordigers van bestuur en intern toezicht zijn het eens met de stelling dat de communicatie met het VO/BO soepel verloopt. Ook blijken de drie organen het VO/BO goed in staat te achten een oordeel te geven over het handelen van het bestuur.

Afbakening en stroomlijnen van taken en organen
Gevraagd naar de afbakening van rollen, taken en bevoegdheden blijken de meningen sterk uiteen te lopen. Een aanzienlijk deel van de besturen (42%), toezichtsorganen (39%) en VO/BO’s (42%) stelt dat er geen overlap is. Vergelijkbare delen van de respondenten zien die overlap wél.

Een doel van de Wvbp is het stroomlijnen van taken en organen. Het intern toezicht blijkt vaker positief (60%) te zijn over de bijdrage van de Wvbp aan een verbeterde stroomlijning van taken en organen dan bestuur (41%) en VO/BO (44%).

Vertegenwoordiging risicodragers
Sinds de inwerkingtreding van de Wvbp zijn pensioenfondsen met een paritair bestuursmodel verplicht om vertegenwoordigers van pensioengerechtigden op te nemen in het bestuur.

Uit de enquêtes blijkt dat de drie organen vinden dat de belangen van alle risicogroepen voldoende worden vertegenwoordigd binnen het pensioenfonds.

Met betrekking tot niet-actieve deelnemers (slapers) is hun vertegenwoordiging in de organen niet verplicht gesteld in de wet. De mogelijkheid van hun vertegenwoordiging in de organen is wel in de wet opgenomen. In de praktijk betekent dit dat slapers niet altijd vertegenwoordigd zijn tijdens de besluitvorming, terwijl zij wel als risicodragers kunnen worden aangemerkt. Dit wordt door sommige bestuurders ervaren als een lacune in de wetgeving en is bij sommige pensioenfondsen een punt van discussie.

Ook ervaren bestuurders dat pensioengerechtigden regelmatig onvoldoende vertegenwoordigd zijn: het aantal beschikbare, geschikte kandidaten voor de zetel van pensioengerechtigden is beperkt.

Ervaringen met de geschiktheidstoets van DNB
Uit de interviews blijkt dat de aangescherpte geschiktheidseisen van DNB een positieve uitwerking hebben op de kwaliteit: ze dragen bij aan de borging van de benodigde expertise, ervaring en competenties binnen de organen.

De VTE-normen voor bestuur
Ruim de helft van de responderende bestuurders vindt de VTE-norm passen bij het feitelijk tijdsbeslag van hun functie; de andere helft vindt dat dus niet. De waardering van de VTE-norm is afhankelijk van welk bestuursmodel een pensioenfonds heeft.

Doelbereik van de Wvbp
De Wvbp kent vier doelen:

  • Het vergroten van de deskundigheid en het functioneren van bestuur
  • Het versterken van het intern toezicht
  • Adequatere vertegenwoordiging van risicodragers
  • Afbakening van rollen, taken en bevoegdheden

Uit de enquête blijkt dat men positief is over de bijdrage van de Wvbp aan het bereiken van deze doelen. Daarbij zijn wel enkele nuanceringen te plaatsen.

Zo zijn er ten eerste grote verschillen in de beoordelingen van de onderscheiden doelen, ten tweede zijn er verschillen in de beoordelingen van de organen en ten derde gaat het om percepties van respondenten.

Wil je alles weten?
Lees dan vooral het gehele rapport.

Deel IV
In deel IV van deze serie nieuwsberichten zullen we de voorstellen voor de toekomst, conclusies en aanbevelingen behandelen.

Disclaimer
Swalef streeft er naar de informatie correct en actueel te verstrekken. Aan de informatie die is verstrekt kunnen echter geen rechten worden ontleend.
Swalef aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud en de informatie in dit nieuwsbericht.