Evaluatie Wet versterking bestuur pensioenfondsen | Deel II

apr 13
Permanente Educatie

Printen?
Download hieronder het pdf bestand.

Download PDF

Vooraf
Op 29 maart 2018 en dinsdag 3 april 2018, ontvingen wij ruim 40 relaties. Wij praatte hen bij over het evaluatierapport Wet versterking bestuur pensioenfondsen waar wij aan mee mochten werken. Dit gaf aanleiding tot boeiende discussies over verschillende onderwerpen omtrent governance.

De komende weken zullen wij de verschillende onderdelen van het evaluatieonderzoek uitlichten in een reeks nieuwsberichten. Op 15 maart 2018 plaatsten wij een nieuwsbericht over de hoofdlijnen van de uitkomsten van het evaluatieonderzoek. Op 29 maart 2018 plaatsten wij een nieuwsbericht dat deel I van het evaluatierapport belichte: het gebruik van de bestuursmodellen.

Dit nieuwsbericht belicht deel II van het evaluatierapport: ervaringen en invulling van bestuursmodellen. Hieronder staat eerst een korte samenvatting, daarna gaan we uitgebreider in op het onderzoek. Voor het gehele evaluatierapport klik je hier.

Inleiding
Sinds juli 2014 is de Wet versterking bestuur pensioenfondsen (Wvbp) volledig van kracht. Deze wet biedt pensioenfondsen de nodige instrumenten om de governance verder te verbeteren. Ook de Code Pensioenfondsen richt zich op de verbetering van de governance.

Bij behandeling van de wet is bepaald dat deze na drie jaar geëvalueerd dient te worden. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft daartoe de opdracht verleend aan Regioplan Beleidsonderzoek en aan Swalef Pensioenjuristen en Academie. Het evaluatierapport van dit onderzoek is 8 maart 2018 gepubliceerd.

Samenvatting en conclusie Deel II
Met de Wvbp zijn pensioenfondsbesturen in de positie gebracht om een keuze te maken uit vijf bestuursmodellen. Bij de besluitvorming over het bestuursmodel blijken naast de besturen zelf ook het verantwoordingsorgaan en in mindere mate ook het intern toezichtorgaan betrokken te zijn geweest. Het overgrote merendeel (89%) van de bij het onderzoek betrokken pensioenfondsen heeft gekozen voor het paritaire model; enkele pensioenfondsen (2%) hebben de keuze voor het onafhankelijke model gemaakt en de andere pensioenfondsen (9%) kozen voor een one-tier model.

Voor de keuze van een bestuursmodel spelen verschillende overwegingen een rol. De opvattingen over deze overwegingen verschillen per orgaan, maar ook per gekozen model. Daarnaast spelen er verschillende overwegingen bij de keuze voor de invulling van intern toezicht oftewel bij de keuze voor een raad van toezicht of een visitatiecommissie of intern toezicht binnen het bestuur. Beweegredenen voor deze keuze verschillen ook per orgaan.

Hieronder zullen we uitgebreider ingaan op deze overwegingen en opvattingen.

Deel II: Ervaringen en invulling van de bestuursmodellen
Het eerste deel van het evaluatierapport geeft inzicht in het gebruik van de verschillende bestuursmodellen en de samenstelling van de verschillende bestuursorganen die daarvan deel uitmaken. In het tweede deel van het rapport wordt ingegaan op onderzoeksvraag 2: Hoe worden de bestuursmodellen ingevuld?

Overwegingen bij keuze bestuursmodel
De drie betrokken organen, te weten bestuur, intern toezicht en de verantwoordingsorganen (VO/BO) hebben verschillende overwegingen bij de keuze voor het bestuursmodel.

De meest genoemde overweging is dat het gekozen model zorgt voor een adequatere vertegenwoordiging van risicodragers. Bovendien is een veel genoemde overweging dat er geen zicht was op de meerwaarde van andere modellen. Bestuurders plaatsen daarnaast vraagtekens bij het functioneren van het intern toezicht in een one-tier bestuursmodel. Andere overwegingen die bij veel pensioenfondsen hebben meegespeeld, betreffen de lagere kosten, de mate van invloed van belanghebbenden en meer deskundigheid binnen het pensioenbestuur.

Weinig genoemd worden de overwegingen die te maken hebben met beschikbaarheid van potentiële bestuurders, het tijdsbeslag van het bestuurswerk en de geschiktheidstoetsing door DNB.

De opvattingen van de organen komen op hoofdlijnen overeen, maar differentiëren wat meer ten aanzien van het belang van de overwegingen rond de kosten en de meerwaarde van de nieuwe bestuursmodellen.

Deze overwegingen blijken bij een keuze voor een onafhankelijk of one-tier model minder belangrijk. Bij deze modellen zijn meer deskundigheid in het pensioenfondsbestuur, een sterker intern toezicht, een minder groot tijdsbeslag voor bestuurders en de mogelijkheid tot een kleinere omvang van het bestuur, belangrijke overwegingen.

In de afgenomen interviews worden de overwegingen die uit de gehouden webenquête naar voren kwamen, onderschreven door de bestuurders. Uit de interviews komt verder naar voren dat bij pensioenfondsen die een one-tier model hebben, de benodigde kennis die onafhankelijk bestuurders inbrengen een belangrijke rol speelt in de keuze voor het bestuursmodel. Daarnaast ervaren deze bestuursleden de integratie van intern toezicht in het bestuur als een voordeel: het maakt het bestuur slagvaardiger en efficiënter en de inrichting van het bestuur met uitvoerende en niet-uitvoerende leden leidt in de ervaring van deze pensioenfondsen tot een kwaliteitstoename in het intern toezicht.

Overwegingen bij invulling toezicht
Het intern toezicht van de responderende pensioenfondsen is bij 65% van pensioenfondsen met een paritair of onafhankelijk dualistisch model belegd bij een visitatiecommissie en in 35% van deze pensioenfondsen bij een raad van toezicht.

De belangrijkste overwegingen van de drie organen bij de keuze voor een raad van toezicht of een visitatiecommissie betreffen de onafhankelijke rol van het toezichthoudende orgaan, de kosten en de afstand van de gekozen toezichtmodalitiet ten opzichte van het bestuur en professionalisering.

De belangrijkste reden voor het bestuur om de keuze voor een visitatiecommissie te maken, is dat de kosten lager zijn dan voor een raad van toezicht. Daarnaast zijn belangrijke overwegingen dat een visitatiecommissie meer afstand heeft tot het bestuur en voor de respondenten een onafhankelijker rol lijkt te hebben.

Besturen met een raad van toezicht kiezen voor deze vorm omdat een raad van toezicht meer continu toezicht biedt en meer betrokken is.

De overwegingen van het intern toezichtsorgaan bij de keuze voor een raad van toezicht of visitatiecommissie zijn vergelijkbaar met de overwegingen van het bestuur.

De belangrijkste overwegingen bij de keuze voor de samenstelling en de omvang van het intern toezicht zijn countervailing power, slagvaardigheid en deskundigheid. Beschikbaarheid, vertegenwoordiging en de geschiktheidstoetsing van DNB spelen een kleinere rol. Overwegingen rond diversiteit naar leeftijd en geslacht blijken vaker aan de orde te zijn geweest in het geval er gekozen is voor een raad van toezicht ten opzichte van een keuze voor een visitatiecommissie.

Wil je alles weten?
Lees dan vooral het gehele rapport.

Deel III
In deel III van deze serie nieuwsberichten behandelen we ervaringen met het functioneren van bestuursmodellen en doelbereik van de Wvbp

Disclaimer
Swalef streeft er naar de informatie correct en actueel te verstrekken. Aan de informatie die is verstrekt kunnen echter geen rechten worden ontleend.
Swalef aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud en de informatie in dit nieuwsbericht.

Swalef pensioenjuristen en academie

Geschreven door

Swalef pensioenjuristen en academie | Ons bevlogen team van pensioenjuristen adviseert jou graag over pensioenjuridische kwesties. Vanuit de Academie verzorgen verschillende onafhankelijke docenten die opereren in de top van hun vakgebied, gecertificeerde pensioenopleidingen.