APF en goverance

feb 02

De wet versterking bestuur pensi

Trackchanges versie pensioenwet

Printen?
Download hieronder het pdf bestand.

Download PDF nieuwsbericht

De Wet versterking bestuur pensioenfondsen heeft per 1 juli 2014 de governance van pensioenfondsen versterkt. In deze wet zijn vijf bestuursmodellen geïntroduceerd. Bestuur, intern toezicht en medezeggenschap kent zijn eigen taken, bevoegdheden en rollen, mede afhankelijk van het gekozen bestuursmodel.

Goed bestuur, en goed toezicht kan niet zonder dat de spelregels heel duidelijk zijn. Deze staan in de wet versterking bestuur pensioenfondsen. Om ervoor te zorgen dat een ieder zichzelf en medebestuurders, mede intern toezichthouders en mede leden van verantwoordingsorganen gemakkelijk deze set aan regels tot zich kan nemen, hebben wij in mei 2015 een thematisch gerangschikt boek gemaakt, zodat iedereen het precies kan weten.

Met de introductie van het algemeen pensioenfonds (APF) per 1 januari 2016 wijzigen een aantal wettelijke bepalingen in de Wet versterking bestuur pensioenfondsen, echter alleen waar het het APF betreft.

Voor ondernemingspensioenfondsen en bedrijfstakpensioenfondsen zijn er geen wijzigingen in de Wet versterking bestuur pensioenfondsen.

Wij zetten de wijzigingen hierna overzichtelijk voor je op een rij. Eerst vertellen we duidelijk wat er wijzigt, daarna volgen de wijzigingen per wetsartikel. Daarnaast hebben we de wetteksten vanaf 1 januari 2016 vergeleken met die tot en met 31 december 2015 vergeleken.  Omdat we dit via track changes hebben gedaan, zie je in één oogopslag de wijzigingen. Wel zo makkelijk. Klik hier om daar direct te komen.

Keuze bestuursmodel APF
Vanaf 1 januari 2016 treedt de wet Algemeen pensioenfonds (Wet APF) in werking. Een APF valt net als een ondernemingspensioenfonds of bedrijfstakpensioenfonds onder de wet versterking bestuur pensioenfondsen. Voor wat betreft de inrichting van de governance kan het APF kiezen uit alle bestuursmodellen uit de Pensioenwet, waarvan de wet versterking bestuur pensioenfondsen onderdeel uitmaakt. Dit kan dus een paritair, onafhankelijk of een gemengd bestuursmodel zijn. Net als bij andere pensioenfondsen spelen verschillende factoren (oorsprong, opzet en inrichting van het APF) een rol om te komen tot een passend en meest geschikt bestuursmodel.

Wanneer een APF gevormd wordt uit een beperkt aantal pensioenfondsen zal het aantal collectiviteitkringen naar verwachting beperkt zijn. Een paritair bestuursmodel kan in dat geval de voorkeur hebben. Als er sprake is van meerdere collectiviteitkringen, ligt een onafhankelijk of gemengd bestuursmodel wellicht meer voor de hand. De omvang van een paritair bestuur wordt anders erg groot. Belanghebbenden kunnen in een onafhankelijk of gemengd bestuursmodel hun stem laten horen via het belanghebbendenorgaan dat per collectiviteitkring moet worden ingesteld.

De verplichtingen die het bestuur heeft bij een algemeen pensioenfonds, zijn exact hetzelfde als de verplichtingen van een bestuur in een ‘gewoon’ pensioenfonds. Ze moeten dus ook voldoen aan de  norm van evenwichtige belangenafweging van alle belanghebbenden. 

Wat verandert er voor alleen het APF?
De wet vereist dat voor de oprichting van een APF een vergunning van de Nederlandsche Bank nodig is. Het APF mag pas activiteiten uitvoeren op het moment dat een vergunning is afgegeven. De eisen die DNB stelt aan een APF zijn gericht op de soliditeit van het APF. De vergunningvereisten omvatten onder meer enkele waarborgen van goed pensioenfondsbestuur. Bij de vergunningaanvraag moet het APF aantonen dat de volgende elementen zorgvuldig zijn vastgelegd:

  • De samenstelling en taakverdeling van het bestuur
  • De doelstellingen en beleidsuitgangspunten van het APF
  • Het intern toezicht
  • Het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt
  • De geschiktheid en betrouwbaarheid van de (mede)beleidsbepalers
  • De tijd die bestuurders en leden van de raad van toezicht beschikbaar hebben
  • De inhoud van de statuten
  • De inrichting en organisatie van het APF, waardoor een beheerste en integere bedrijfsvoering wordt gewaarborgd

Op de afzonderlijke collectiviteitkringen is het financieel toetsingskader voor pensioenfondsen van toepassing. Dat betekent dat per collectiviteitkring een vereist eigen vermogen aanwezig moet zijn. Daarnaast moet een APF een weerstandsvermogen aanhouden. Het weerstandsvermogen dient om bedrijfsrisico’s te dekken en heeft het karakter van ‘eigen vermogen’. De omvang van het weerstandsvermogen is geregeld in artikel 112a lid 8 van de Pensioenwet en artikel 40e van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling.  Het weerstandsvermogen bedraagt ten minste 0,2% van de waarde van het beheerde pensioenvermogen met een minimum van € 500.000 en een maximum van € 20 miljoen.

Belanghebbendenorgaan en verantwoordingsorgaan in een APF
Een APF houdt per collectiviteitkring afgescheiden vermogens aan en zal – afhankelijk van het bestuursmodel – voor elke collectiviteitkring een belanghebbendenorgaan of een verantwoordingsorgaan aanstellen.

Verantwoordingsorgaan
Een APF met een paritair bestuur of een paritair gemengd dan wel omgekeerd gemengd bestuur stelt een verantwoordingsorgaan in voor elke collectiviteitkring. In het verantwoordingsorgaan zijn de deelnemers en de pensioengerechtigden evenredig op basis van onderlinge getalsverhoudingen vertegenwoordigd. Bij een algemeen pensioenfonds wordt dit beoordeeld aan de hand van de onderlinge getalsverhoudingen binnen de collectiviteitkring waarvoor het verantwoordingsorgaan is ingesteld. De taken en bevoegdheden van het verantwoordingsorgaan hebben uitsluitend betrekking op de collectiviteitkring waarvoor het verantwoordingsorgaan is ingesteld. De taken en bevoegdheden zijn niet anders dan bij een ander pensioenfonds.

Belanghebbendenorgaan
Een algemeen pensioenfonds met een onafhankelijk of onafhankelijk gemengd bestuur stelt een belanghebbendenorgaan in voor elke collectiviteitkring. In een algemeen pensioenfonds met meerdere belanghebbendenorganen kunnen belanghebbenden-organen worden samengevoegd indien de betrokken belanghebbendenorganen daarmee instemmen. Het belanghebbendenorgaan heeft uitsluitend de taken en bevoegdheden voor zover ze betrekking hebben op de collectiviteitkring waarvoor het belanghebbendenorgaan is ingesteld. Het belanghebbendenorgaan van een APF heeft verder dezelfde bevoegdheden als een belanghebbendenorgaan van een ander pensioenfonds.

Situatie per collectiviteitkring
Uit artikel 123 lid 3 van de Pensioenwet volgt dat het vermogen van een collectiviteitkring een afgescheiden vermogen is, dat uitsluitend dient tot voldoening van vorderingen die voortvloeien uit (1) de kosten die verband houden met de uitvoering van de pensioenregeling die volgens de uitvoeringsovereenkomst of het uitvoeringsreglement ten laste kunnen worden gebracht van het vermogen en (2) pensioenaanspraken en pensioenrechten van deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden bij dat vermogen. Indien het afgescheiden vermogen bij vereffening niet toereikend is voor voldoening van de vorderingen, dient het vermogen ter voldoening van de vordering in de bovenstaande volgorde te gaan. Dus eerst worden de kosten voldaan die verband houden met de uitvoering van de pensioenregeling. Vervolgens komen de pensioenrechten van (gewezen) deelnemers en andere aanspraakgerechtigden aan de orde.

De artikelen 126, 128 tot en met 142, 143, voor zover het de haalbaarheidstoets betreft, 145, 147 en 149 van de Pensioenwet worden toegepast per afgescheiden vermogen / per collectiviteitkring.

Een algemeen pensioenfonds beschrijft ieder afgescheiden vermogen afzonderlijk in de jaarrekening en het jaarverslag.

Wijzigingen in de Wet versterking bestuur pensioenfondsen artikelsgewijs toegelicht

Bestuursmodellen

Artikel 100. Samenstelling paritair bestuur

  1. In het paritaire bestuur van een bedrijfstakpensioenfonds zijn de belanghebbenden op een zo evenwichtig mogelijke wijze vertegenwoordigd met dien verstande dat de vertegenwoordigers van werknemersverenigingen in de betrokken bedrijfstak of bedrijfstakken en de vertegenwoordigers van pensioengerechtigden tezamen ten minste evenveel zetels bezetten als de vertegenwoordigers van werkgeversverenigingen in de betrokken bedrijfstak of bedrijfstakken.

Vertegenwoordigers van pensioengerechtigden bezetten, zo nodig in afwijking van artikel 102, eerste lid, niet meer dan 25% van het aantal zetels dat door vertegenwoordigers van werkgeversverenigingen, vertegenwoordigers van werknemersverenigingen en vertegenwoordigers van pensioengerechtigden tezamen wordt bezet.

  1. In het paritaire bestuur van een ondernemingspensioenfonds zijn de belanghebbenden op een zo evenwichtig mogelijke wijze vertegenwoordigd met dien verstande dat de werknemersvertegenwoordigers en vertegenwoordigers van pensioengerechtigden tezamen ten minste evenveel zetels bezetten als de werkgeversvertegenwoordigers.

Vertegenwoordigers van pensioengerechtigden bezetten, zo nodig in afwijking van artikel 102, eerste lid, niet meer dan 25% of, indien sprake is van de in artikel 102, tweede lid, bedoelde situatie 50%, van het aantal zetels dat door werknemersvertegenwoordigers, werkgeversvertegenwoordigers en vertegenwoordigers van pensioengerechtigden tezamen wordt bezet.

  1. In het paritaire bestuur van een algemeen pensioenfonds is het eerste lid van overeenkomstige toepassing voor zover het algemeen pensioenfonds een pensioenregeling uitvoert voor een of meer bedrijfstakken of delen van een bedrijfstak; is het tweede lid van overeenkomstige toepassing voor zover het algemeen pensioenfonds een pensioenregeling uitvoert voor een onderneming of groep en is artikel 109 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling van overeenkomstige toepassing voor zover het algemeen pensioenfonds een beroepspensioenregeling uitvoert als bedoeld in artikel 1 van die wet.

Toelichting van Swalef
Een paritair bestuur van een algemeen pensioenfonds wordt op dezelfde wijze samengesteld als een paritair bestuur van een bedrijfstakpensioenfonds, danwel het paritair bestuur van een ondernemingspensioenfonds. De samenstelling is afhankelijk van het soort pensioenregeling dat door het algemeen pensioenfonds wordt uitgevoerd.

Artikel 102. Zetelverdeling en benoeming pensioengerechtigden en werknemers in paritair bestuur

  1. De verdeling van de zetels van vertegenwoordigers van werknemersverenigingen of werknemersvertegenwoordigers en vertegenwoordigers van pensioengerechtigden in het paritaire bestuur van een pensioenfonds vindt plaats op basis van de onderlinge getalsverhoudingen, met dien verstande dat de vertegenwoordigers van pensioengerechtigden ten hoogste de helft van het aantal zetels in het paritaire bestuur van een pensioenfonds bezetten dat vertegenwoordigers van werknemersverenigingen of werknemersvertegenwoordigers en vertegenwoordigers van pensioengerechtigden gezamenlijk bezetten. Van deze verdeling kan worden afgeweken indien de betrokken partijen daarmee akkoord zijn.
  2. In het paritaire bestuur van een ondernemingspensioenfonds kunnen, in afwijking van het eerste lid, vertegenwoordigers van pensioengerechtigden meer zetels bezetten dan werknemersvertegenwoordigers, indien het aantal deelnemers minder bedraagt dan 10% van de som van het aantal deelnemers en pensioengerechtigden.
  3. De benoeming van de werknemersvertegenwoordigers in het paritaire bestuur van een ondernemingspensioenfonds vindt plaats:
    1. na verkiezing van de vertegenwoordigers door de deelnemers;
    2. op voordracht van de vertegenwoordigers van de deelnemers in het verantwoordingsorgaan, bedoeld in artikel 115;
    3. op voordracht van de ondernemingsraad; of
    4. op een andere wijze, mits de ondernemingsraad heeft ingestemd met deze benoemingswijze.
  1. De benoeming van de vertegenwoordigers van pensioengerechtigden in het paritaire bestuur van een pensioenfonds vindt plaats:
    1. na verkiezing van de vertegenwoordigers door de pensioengerechtigden; of
    2. op voordracht van de vertegenwoordigers van de pensioengerechtigden in het verantwoordingsorgaan, bedoeld in artikel 115, mits deze vertegenwoordigers na verkiezing zijn benoemd.
  1. Het tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing voor zover een algemeen pensioenfonds met een paritair bestuur een pensioenregeling uitvoert voor een onderneming of groep.

Toelichting van Swalef
De zetelverdeling van een paritair samengesteld bestuur vindt plaats op basis van onderlinge getalsverhouding. Daarbij geldt wel dat de vertegenwoordigers van pensioengerechtigden, ten hoogste de helft van het aantal zetels bezetten dat de werknemersdelegatie bezet in het bestuur. In onderling overleg kan van deze zetelverdeling worden afgeweken. Voor de samenstellen van een paritair bestuur van een APF is dit niet anders, ook hier vindt de zetelverdeling plaats aan de hand van onderlinge getalsverhouding.

Artikel 103. Intern toezicht pensioenfondsen

  1. Het intern toezicht bij een bedrijfstakpensioenfonds met een paritair of onafhankelijk bestuur wordt uitgeoefend door een raad van toezicht, tenzij het bedrijfstakpensioenfonds volledig is verzekerd bij een verzekeraar. In dat geval kan het intern toezicht ook worden uitgeoefend door jaarlijkse visitatie door een visitatiecommissie.
  2. Het intern toezicht bij een ondernemingspensioenfonds met een paritair of onafhankelijk bestuur wordt uitgeoefend door een raad van toezicht of jaarlijkse visitatie door een visitatiecommissie.
  3. Het intern toezicht bij een algemeen pensioenfonds met een paritair of onafhankelijk bestuur wordt uitgeoefend door een raad van toezicht.
  4. Het intern toezicht bij een pensioenfonds met een gemengd bestuur wordt uitgeoefend door de niet uitvoerende bestuurders.

Toelichting van Swalef
De governancestructuur bij een algemeen pensioenfonds is niet anders dan de governancestructuur van een bedrijfstakpensioenfonds. Daarom wordt ook bij een algemeen pensioenfonds het intern toezicht uitgeoefend door een raad van toezicht (zowel bij een paritair als een onafhankelijk bestuur).

Artikel 104. Samenstelling en taken raad van toezicht en visitatiecommissie

(…)

  1. Aan de goedkeuring van de raad van toezicht zijn onderworpen de besluiten van het bestuur tot vaststelling van:
    1. het bestuursverslag en de jaarrekening;
    2. de profielschets voor bestuurders;
    3. het beleid inzake beloningen, met uitzondering van de beloning van de raad van toezicht;
    4. gehele of gedeeltelijke overdracht van de verplichtingen van het pensioenfonds of de overname van verplichtingen door het pensioenfonds;
    5. liquidatie, fusie of splitsing van het pensioenfonds;
    6. het beleid inzake het aangaan en beëindigen van uitvoeringsovereenkomsten door een algemeen pensioenfonds; en
    7. het omzetten van het pensioenfonds in een andere rechtsvorm, bedoeld in artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Toelichting door Swalef
Specifiek voor het algemeen pensioenfonds is toegevoegd dat de raad van toezicht goedkeuring dient te geven op een voorgenomen besluit van het bestuur van het algemeen pensioenfonds inzake het aangaan en beëindigen van uitvoeringsovereenkomsten door het algemeen pensioenfonds.

Artikel 112. Melding oprichting van een ondernemingspensioenfonds of bedrijfstakpensioenfonds

In dit artikel is ‘een pensioenfonds’ vervangen door ‘een ondernemingspensioenfonds of bedrijfstakpensioenfonds’. De melding moet binnen drie maanden na zijn oprichting gedaan worden aan de toezichthouder.

Artikel 115. Het verantwoordingsorgaan

  1. Een ondernemingspensioenfonds of een bedrijfstakpensioenfonds met een paritair bestuur of een paritair gemengd dan wel omgekeerd gemengd bestuur stelt een verantwoordingsorgaan in. Een algemeen pensioenfonds met een paritair bestuur of een paritair gemengd dan wel omgekeerd gemengd bestuur stelt een verantwoordingsorgaan in voor elke collectiviteitkring.
  2. In het verantwoordingsorgaan zijn de deelnemers en de pensioengerechtigden evenredig op basis van onderlinge getalsverhoudingen vertegenwoordigd. Bij een algemeen pensioenfonds wordt het voorgaande beoordeeld aan de hand van de onderlinge getalsverhoudingen binnen de collectiviteitkring waarvoor het verantwoordingsorgaan is ingesteld. De leden van het verantwoordingsorgaan vormen een zo evenwichtig mogelijke afspiegeling van de betreffende geleding. De werkgever kan vertegenwoordigd zijn in het verantwoordingsorgaan, indien de werkgever of de deelnemers en pensioengerechtigden dit wensen.
  3. Indien een verantwoordingsorgaan van een algemeen pensioenfonds bij een collectiviteitkring hoort die bestaat uit meer dan een onderneming of groep, bedrijfstak of beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling dan wel een combinatie hiervan, wordt iedere onderneming of groep, bedrijfstak dan wel beroepspensioenregeling door ten minste een deelnemer en een pensioengerechtigde vertegenwoordigd in het verantwoordingsorgaan.
  4. Op grond van door het bestuur van het pensioenfonds vast te stellen criteria kunnen naast de in het tweede lid bedoelde vertegenwoordigers ook één of meer vertegenwoordigers van gewezen deelnemers in het verantwoordingsorgaan zitting hebben.
  5. In geval van verkiezing van leden van het verantwoordingsorgaan door deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden kunnen kandidaten worden voorgedragen door verenigingen en door individuele deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.
  6. Voor zover geen verkiezing door de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden plaatsvindt, maar de leden worden benoemd door verenigingen, zijn deze verenigingen evenredig aan hun ledenaantallen binnen hun geleding binnen het pensioenfonds vertegenwoordigd in het verantwoordingsorgaan. Bij een algemeen pensioenfonds wordt het voorgaande beoordeeld aan de hand van de ledenaantallen binnen de collectiviteitkring waarvoor het verantwoordingsorgaan is ingesteld.
  7. Een vereniging als bedoeld in het vijfde en zesde lid bezit volledige rechtsbevoegdheid; haar statutair doel omvat mede het behartigen van de belangen van haar leden als belanghebbenden bij een pensioenfonds.
  8. Het bestuur van het pensioenfonds gaat over tot verkiezing van de leden van het verantwoordingsorgaan die de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden vertegenwoordigen:
    1. op eigen initiatief van het pensioenfonds; of
    2. indien dit wordt verzocht door ten minste 1% van de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden of door ten minste 500 deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.

Het pensioenfonds verleent medewerking aan ieder initiatief van deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden tot het organiseren van verkiezingen op grond van de vorige volzin, aanhef en onderdeel b. Bij een algemeen pensioenfonds wordt dit lid toegepast per verantwoordingsorgaan

  1. Een verantwoordingsorgaan van een algemeen pensioenfonds heeft uitsluitend de taken en bevoegdheden van het verantwoordingsorgaan voor zover ze betrekking hebben op de collectiviteitkring waarvoor het verantwoordingsorgaan is ingesteld. Het verantwoordingsorgaan stelt in overleg met het bestuur van het algemeen pensioenfonds een regeling vast ten aanzien van deze taken en bevoegdheden.
  2. Het verantwoordingsorgaan heeft recht op overleg met het intern toezicht.
  3. Het bestuur van het pensioenfonds en het verantwoordingsorgaan komen ten minste tweemaal per kalenderjaar in vergadering bijeen. Tijdens deze vergaderingen worden de aangelegenheden aan de orde gesteld waarover het bestuur van het pensioenfonds of het verantwoordingsorgaan overleg wenselijk acht.
  4. Het pensioenfonds verstrekt desgevraagd aan het verantwoordingsorgaan tijdig alle inlichtingen en gegevens, die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft. De inlichtingen worden desgevraagd schriftelijk verstrekt.

Toelichting van Swalef
Uit lid 1 blijkt dat een algemeen pensioenfonds met een paritair bestuur of een paritair gemengd danwel met een omgekeerd gemengd bestuur een verantwoordingsorgaan instelt voor elke collectiviteitkring. Het verantwoordingsorgaan van een collectiviteitkring van een algemeen pensioenfonds wordt samengesteld aan de hand van de onderlinge getalsverhouding binnen de betreffende collectiviteitkring waarvoor het verantwoordingsorgaan is ingesteld. De leden van het verantwoordingsorgaan vormen een zo evenwichtig mogelijke afspiegeling van de betreffende geleding.

Op het moment dat er in de collectiviteitkring meerdere ondernemingen, groepen of bedrijfstakken verenigd zijn, wordt iedere onderneming, groep of bedrijfstak in het verantwoordingsorgaan vertegenwoordigd door ten minste een deelnemer en pensioengerechtigde.

Wat verder van belang is, is dat een verantwoordingsorgaan van een algemeen pensioenfonds alleen de taken en bevoegdheden van het verantwoordingsorgaan heeft voor zover ze betrekking hebben op de collectiviteitkring waarvoor het verantwoordingsorgaan is ingesteld.

Voor het overige heeft het verantwoordingsorgaan van een algemeen pensioenfonds dezelfde rechten, plichten en bevoegdheden als een verantwoordingsorgaan bij een andere pensioenfonds.

Artikel 115b. Het belanghebbendenorgaan

  1. Een ondernemingspensioenfonds of een bedrijfstakpensioenfonds met een onafhankelijk bestuur of een onafhankelijk gemengd bestuur stelt een belanghebbendenorgaan in. Een algemeen pensioenfonds met een onafhankelijk of onafhankelijk gemengd bestuur stelt een belanghebbendenorgaan in voor elke collectiviteitkring. In een algemeen pensioenfonds met meerdere belanghebbendenorganen kunnen belanghebbendenorganen worden samengevoegd indien de betrokken belanghebbendenorganen hiermee instemmen.
  2. Voor de samenstelling van het belanghebbendenorgaan zijn de artikelen 100, eerste tot en met vijfde lid, en 102 van overeenkomstige toepassing. Bij een belanghebbendenorgaan voor een collectiviteitkring waarvan de pensioenregeling is beëindigd kan worden afgezien van vertegenwoordiging door de werkgever, indien de betrokken belanghebbenden in het belanghebbendenorgaan daarmee instemmen.
  3. Een belanghebbendenorgaan van een algemeen pensioenfonds heeft uitsluitend de taken en bevoegdheden van het belanghebbendenorgaan voor zover ze betrekking hebben op de collectiviteitkring waarvoor het belanghebbendenorgaan is ingesteld. Indien belanghebbendenorganen zijn samengevoegd tot één belanghebbendenorgaan heeft dit belanghebbendenorgaan de taken en bevoegdheden van de afzonderlijke belanghebbendenorganen. Het belanghebbendenorgaan stelt in overleg met het bestuur van het algemeen pensioenfonds een regeling vast ten aanzien van deze taken en bevoegdheden.
  4. Het belanghebbendenorgaan heeft recht op overleg met het intern toezicht.
  5. Het bestuur van het pensioenfonds en het belanghebbendenorgaan komen ten minste tweemaal per kalenderjaar in vergadering bijeen. Tijdens deze vergaderingen worden de aangelegenheden aan de orde gesteld waarover het bestuur van het pensioenfonds of het belanghebbendenorgaan overleg wenselijk acht.
  6. Het pensioenfonds verstrekt desgevraagd aan het belanghebbendenorgaan tijdig alle inlichtingen en gegevens, die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft. De inlichtingen worden desgevraagd schriftelijk verstrekt.

Toelichting van Swalef

Een algemeen pensioenfonds met een onafhankelijk of onafhankelijk gemengd bestuur stelt een belanghebbendenorgaan in voor elke collectiviteitkring. In een algemeen pensioenfonds met meerdere belanghebbendenorganen kunnen belanghebbendenorganen worden samengevoegd indien de betrokken belanghebbendenorganen hiermee instemmen. Er ontstaat op die manier een soort ‘overkoepelend’ belanghebbendenorgaan.

Normaal gesproken is de werkgever vertegenwoordigd in het belanghebbendenorgaan. Op het moment dat er in een collectiviteitkring een pensioenregeling wordt beëindigd kan worden afgezien van een werkgeversvertegenwoordiging in het belanghebbendenorgaan. Maar ook hier geldt dat het betrokken belanghebbendenorgaan hier wel mee moet instemmen.

Het belanghebbendenorgaan van een algemeen pensioenfonds heeft uitsluitend de taken en bevoegdheden van het belanghebbendenorgaan van de collectiviteitkring waarvoor het belanghebbendenorgaan is ingesteld. Een zogenaamd overkoepelend belanghebbendenorgaan heeft de taken en bevoegdheden van de afzonderlijke belanghebbendenorganen.

Gewijzigde wettekst

Voor de volledigheid hebben we de tot en met 31 december 2015 wettekst en de per 1 januari 2016 gewijzigde wettekst naast elkaar gelegd. Daaruit is een wettekst gekomen waarin de wijzigingen met track changes zijn bijgehouden. Mocht je benieuwd zijn naar deze letterlijke wijzigingen van de wettekst naar aanleiding van de wet Algemeen pensioenfonds klik dan op deze link.

Disclaimer
Swalef streeft er naar de informatie correct en actueel te verstrekken. Aan de informatie die is verstrekt kunnen echter geen rechten worden ontleend.
Swalef aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud en de informatie in dit nieuwsbericht.